Hoe bouw je aan vertrouwen in een samenleving die steeds meer uiteen lijkt te vallen? Deze vraag stond centraal tijdens de Jan Brouwer Conferentie 2026.
Op maandag 19 januari vond in het Hodshonhuis de Jan Brouwer Conferentie plaats. Het thema was dit jaar Samen werken aan vertrouwen. Sprekers waren prof. dr. Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar Polarisatie & Veerkracht (Vrije Universiteit Amsterdam) en jurylid van de KHMW Brouwer Vertrouwensprijzen 2026, prof. dr. Jet Bussemaker, voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving en hoogleraar Wetenschap, beleid en maatschappelijke impact (Universiteit Leiden), en prof. dr. Tine de Moor, initiatiefnemer van CollectieveKracht (laureaat Vertrouwensprijs 2025) en hoogleraar Social Enterprise and Institutions for Collective Action (Rotterdam School of Management). Aan het einde van de bijeenkomst werden de KHMW Brouwer Vertrouwensprijzen 2026 uitgereikt aan de maatschappelijke initiatieven Algorithm Audit en Deel de Duif.
Van verzuiling naar verbubbeling Hans Boutellier plaatste het thema vertrouwen in een bredere maatschappelijke context. Volgens hem is Nederland verschoven van een verzuilde samenleving, met hechte en samenhangende collectieven, naar een identitaire netwerksamenleving. Mensen bewegen zich tegenwoordig in losse netwerken en ‘bubbels’ rond gedeelde overtuigingen en emoties, sterk beïnvloed door sociale media. Die ontwikkeling gaat gepaard met een groeiende behoefte aan het eigene en scherpe tegenstellingen tussen ‘wij’ en ‘zij’, wat polarisatie versterkt. In zo’n fluïde samenleving kunnen personen, symbolen of gebeurtenissen fungeren als zogeheten attractoren die veel aandacht en energie naar zich toe trekken. Boutellier benadrukte dat juist daarom momenten van gemeenschap en vertrouwen belangrijk zijn. Initiatieven als de KHMW Brouwer Vertrouwensprijzen kunnen tijdelijk richting en samenhang bieden, mits zij gebaseerd zijn op wederkerigheid en oog voor het algemeen belang.
Jet Bussemaker
Geen onmacht maar daadkracht Jet Bussemaker ging in op de vraag hoe vertrouwen kan worden versterkt in een samenleving die wordt gekenmerkt door onbehagen en groeiende onmacht. Op basis van het in oktober 2025 door de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving gepubliceerde essay Doen en laten. Over omgaan met onmacht en bouwen aan daadkracht liet zij zien dat Nederlanders hun eigen leven vaak positief beoordelen, maar het vertrouwen in politiek en instituties laag is. Onbehagen is op zichzelf niet problematisch, betoogde zij, zolang het kan worden omgezet in inspraak en betrokkenheid. Het gevaar ontstaat wanneer mensen afhaken en zich machteloos voelen. Bussemaker pleitte daarom voor het herijken van verwachtingen tussen overheid en burgers: minder beloven, meer doen en duidelijker verantwoordelijkheden afbakenen. Cruciaal is dat de overheid sociale grondrechten borgt en tegelijk ruimte biedt aan initiatieven van onderop, zoals wijknetwerken en voorzorgcirkels, die grip, verbondenheid en vertrouwen versterken.
Tine De Moor
Van kracht tot kracht Volgens Tine de Moor was de uitreiking van de Brouwer Vertrouwensprijs in januari 2025 het startpunt van een bijzonder succesvol jaar voor CollectieveKracht. In de maanden daarna volgden meer prijzen en subsidies en groeide de organisatie sterk. Die ontwikkeling staat niet op zichzelf: in de samenleving spelen burgercollectieven een steeds belangrijkere rol in het versterken van vertrouwen en maatschappelijke samenhang. Vanuit haar historische perspectief schetste De Moor een lange traditie van collectieve actie, van middeleeuwse gilden tot coöperaties, en plaatste zij de recente groei van burgercollectieven in dat bredere patroon. Sinds circa 2005 is in Nederland een sterke toename zichtbaar van initiatieven van burgers die zich organiseren rond zorg, energie, wonen en voedsel, vaak wanneer markt en overheid tekortschieten. Deze collectieven signaleren problemen, bouwen bruggen naar de overheid en dragen bij aan sociale en economische transities. De Moor benadrukte dat zij geen verlengstuk van beleid zijn, maar een eigen institutionele logica kennen. Met CollectieveKracht wordt deze beweging nu systematisch in kaart gebracht, om haar potentieel én grenzen beter te begrijpen.
Juryrapport 2026 Jurylid prof. dr. Marileen Dogterom, president KNAW, hoogleraar bionanoscience Technische Universiteit Delft, Medical Delta hoogleraar Universiteit Leiden, sprak namens de jury haar waardering uit voor het grote en diverse aanbod aan inzendingen voor de Brouwer Vertrouwensprijzen. Met 54 aanmeldingen was de keuze opnieuw lastig, maar tegelijk bemoedigend: de projecten laten zien hoeveel maatschappelijke energie er is om vertrouwen en verbinding te versterken. Veel initiatieven beginnen lokaal en groeien uit tot bredere netwerken, een belangrijk criterium voor de jury. Bij de beoordeling woog ook de actualiteit zwaar, zoals de invloed van algoritmes en de druk op onderling vertrouwen in een gepolariseerde samenleving. De eerste prijs ging naar Algorithm Audit, dat burgers meer grip geeft op algoritmes en machtsverhoudingen. De tweede prijs werd toegekend aan Deel de Duif, een dialooginitiatief van jonge joodse en islamitische Nederlanders. 👉 Lees hier het juryrapport.
2e prijs: Deel de Duif
1e prijs: Algorithm Audit
Oumaima en David van Deel de Duif
Deel de Duif In hun dankwoord schetsten David en Oumaima van Deel de Duif hoe hun werk zich afspeelt op zeer uiteenlopende plekken in de samenleving. In één week voeren zij gesprekken met docenten, nieuwkomers en jonge professionals, telkens over hoe om te gaan met moeilijke en beladen onderwerpen. Die ervaringen laten zien hoe groot de behoefte is aan veilige dialoog, maar ook hoe kwetsbaar en intens dat werk kan zijn. Door zelf openheid te tonen, nodigen zij anderen uit hetzelfde te doen. Tegelijkertijd benadrukten zij dat het effect zichtbaar is: kleine ontmoetingen kunnen vastgeroeste beelden doorbreken. De prijs komt volgens hen op een cruciaal moment, omdat Deel de Duif wil opschalen, onder meer door het opleiden van ambassadeurs die hun dialoogmethode verder verspreiden. 👉 Lees hier een interview met David en Oumaima van Deel de Duif.
Jurriaan Parrie van Algorithm Audit
Algorithm Audit In zijn dankwoord benadrukte Jurriaan Parie waarom Algorithm Audit is opgericht: om burgers meer zeggenschap te geven over algoritmes en AI-systemen die het dagelijks leven steeds sterker beïnvloeden. Hij wees op concrete voorbeelden van bias en discriminatie, zoals sturende stemhulpen en genderstereotypering in online vacatures, en op het risico dat menselijk contact verdwijnt door vergaande automatisering. Volgens Parie bepaalt nu te vaak een kleine groep bedrijven en experts hoe technologie wordt ingezet. Algorithm Audit biedt tegenwicht door onafhankelijke adviescommissies samen te stellen met burgers, experts en maatschappelijke vertegenwoordigers. Zeggenschap vergroot grip, en grip vergroot vertrouwen. Met de vertrouwensprijs wil de stichting dit model verder opschalen en het publieke debat over de rol van technologie versterken.
👉 Lees hier een interview met Jurriaan Parie, directeur van Algorithm Audit.
Hoe krijgen we weer grip? Wat de bijdragen aan deze Jan Brouwer Conferentie met elkaar verbond, was het inzicht dat vertrouwen geen abstract ideaal is, maar ontstaat in concrete praktijken. Of het nu ging om burgercollectieven, dialoog in de klas, zeggenschap over algoritmes of het herijken van verwachtingen tussen overheid en burgers: telkens stond de vraag centraal hoe mensen weer grip krijgen op hun leven en hun omgeving. Vertrouwen groeit waar ruimte is voor verschil, waar verantwoordelijkheid wordt gedeeld en waar mensen ervaren dat zij ertoe doen. De Brouwer Vertrouwensprijzen onderstrepen dat initiatieven van onderop daarbij onmisbaar zijn: niet als vervanging van overheid of markt, maar als aanvulling die de samenleving veerkrachtiger en menselijker maakt.
Op vrijdag 6 februari 2026 bruiste het Hodshonhuis weer van het jonge leven, tijdens de uitreiking van de KHMW Jan Brouwer Scriptieprijzen. Deze prijzen worden jaarlijks toegekend voor scripties in de geestes- en maatschappijwetenschappen.
Jan Brouwer Scriptieprijs Politicologie en bestuurswetenschappen Emma van Heeswijk, Political Theory, Radboud Universiteit, voor haar scriptie Moral Machines as Citizens? Exploring Moral Status and Democratic Citizenship for Artificial General Intelligence. Juryrapport
Jan Brouwer Scriptieprijs Filosofie Kim Hospers, Applied Ethics, Universiteit Utrecht, voor zijn scriptie Blind Justice: Emotions, Empathy, Algorithms, and High-Stakes Decision-Making in Policy Execution. Lees hier een interview met Kim Hospers: “Bij ingrijpende besluiten moet altijd een mens betrokken blijven”. Juryrapport
Jan Brouwer Scriptieprijs Rechtswetenschappen Vaishnavi Ramalingam, International Children’s Rights, Leiden Universiteit, voor haar scriptie A Child Rights-Based Approach to Recognizing The Right To Positive Peer Relationships. Juryrapport
Jan Brouwer Scriptieprijs Geschiedenis Joëlle Kraaijeveld, Ancient History (RM), Universiteit Leiden, voor haar scriptie From Prey to Predator? Transmitting Communal Trauma Memory in Early Christian North Africa (3rd-5th century CE). Juryrapport
Jan Brouwer Scriptieprijs Economische wetenschappen (en bedrijfskunde) Igo Dobbe, Economics (RM), Erasmus Universiteit Rotterdam, voor zijn scriptie Optimal Taxation of Risk‑taking under Heterogeneous Risk Preferences. Juryrapport
Jan Brouwer Scriptieprijs Cultuurwetenschappen (literatuur, media en kunst)
Rahel Koch, Cultures of Arts, Science and Technology (RM), Universiteit Maastricht, voor haar scriptie Pharmaceuticalizing thinness: The social construction of Ozempic. Lees hier een interview met Rahel Koch: “Het herframen van Ozempic miskent de waarde van diverse menselijke lichamen”. Juryrapport
Jan Brouwer Scriptieprijs Sociologie, antropologie en sociale geografie
Katja Skenderija, Social Sciences (RM), Universiteit van Amsterdam, voor haar scriptie Lingering Legacies: A Chronotopic Analysis of a Bosnian Town. Juryrapport
Jan Brouwer Scriptieprijs Taal- en communicatiewetenschappen Evie Mertens, Media, Culture & Society, Erasmus Universiteit Rotterdam, voor haar scriptie When you know you know: A queer, female perspective on Camp. Juryrapport
Jan Brouwer Scriptieprijs Gedragswetenschappen (psychologie en pedagogische wetenschappen) Luca Wenzel, Work, Organisation and Health, Radboud Universiteit, voor zijn scriptie Micro-Intervention, Macro Impact? The Influence of Micro Mindfulness-Interventions in Corporate Team Meetings. Juryrapport
Jan Brouwer Scriptieprijs Religiewetenschappen en theologie Willemieke Heikoop-Vink, Religie en Samenleving, Universiteit Utrecht, voor haar scriptie Politiek-Religieuze Dynamieken: Een verkenning naar de politiek-religieuze praktijk van kerkasiel in de Open Hof, Kampen, Nederland.
Lees hier een interview met Willemieke Heikoop-Vink: “De actie brengt zoveel moois in mensen naar boven”. Juryrapport
Het Hodshonhuis vormde op woensdag 28 januari het decor voor de uitreiking van de Hogeschool Inholland Afstudeerprijs 2026 en de Hogeschool Inholland Ondernemersprijs 2026. Met een roze loper, roze verlichting, muziek en cocktails kreeg de avond een uitgesproken feestelijk karakter.
De spanning zat er goed in, want de winnaars werden pas tijdens de avond zelf bekendgemaakt. Bovendien dongen dit jaar voor het eerst niet alleen studenten van Hogeschool Inholland Haarlem mee naar de prijzen, maar ook studenten van Hogeschool Inholland Alkmaar.
De jury van de Hogeschool Inholland Afstudeerprijs bestond uit prof. dr. Pearl Dykstra, emeritus hoogleraar empirische sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, dr. Hans Jan Kuipers, voormalig docent pedagogiek, sociologie en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, de Hogeschool van Amsterdam, de Universiteit Leiden en Hogeschool Inholland en bestuurslid van het Rengelinkfonds, en drs. Gelmer Leibbrandt MBA, algemeen directeur/CEO van Koninklijke Joh. Enschedé. De jury beoordeelde veertien scripties, afkomstig van negen verschillende opleidingen binnen Hogeschool Inholland.
Door de grote inhoudelijke diversiteit was het vergelijken van de inzendingen geen eenvoudige opgave. Daarom besloot de jury vooral te letten op de interne samenhang van het betoog. Een goede scriptie, zo stelde zij, bestaat uit een duidelijke onderzoeksvraag, een onderbouwd middendeel met bestaande en nieuwverworven kennis, en een afronding waarin de vraag wordt beantwoord en vertaald naar een praktisch advies. Daarnaast werd gelet op variatie in bronnengebruik, een zorgvuldige data-analyse en een kritische onderzoekershouding. De juryleden lazen en bespraken de scripties met plezier, mede dankzij het uitgesproken praktijkgerichte karakter van het hbo-onderzoek.
De Afstudeerprijs ging uiteindelijk naar Robbert Louter, student Bouwmanagement en Vastgoed. In zijn scriptie Stedelijk groen en gezondheid onderzocht hij hoe de groenvoorziening in Alkmaar kan bijdragen aan gezondheidsverbetering. Zijn belangrijkste conclusie luidt dat beter groen belangrijker is dan meer groen: niet de hoeveelheid, maar de kwaliteit is doorslaggevend. De jury prees vooral de heldere manier waarop Louter groenvoorzieningen en gezondheidsindicatoren per buurt in kaart bracht. In het juryrapport staat: ‘Zijn slotsom is dat de aantrekkelijkheid, toegankelijkheid en verzorging van groen van extra belang zijn voor de gezondheid in achterstandsbuurten. Hij concretiseert dit door per buurt verbetermaatregelen te formuleren, terwijl zijn uitkomsten en het bijbehorende dashboard ook breder toepasbaar zijn. Hoewel Robbert Alkmaar ruim definieert — inclusief Ursem, Stompetoren en Schermerhorn — is zijn scriptie goed verzorgd en prettig leesbaar.’
Lees hier het juryrapport voor de Hogeschool Inholland Afstudeerprijs 2026.
V.l.n.r.: Hans-Jan Kuipers (jurylid), Paul Nielen (bestuurslid KHMW), Robbert Louter (laureaat) en Gonneke Willemsen (Inholland)
Ondernemersprijs
De jury van de Hogeschool Inholland Haarlem Ondernemersprijs bestond uit Eline van Beest, MSc, CEO van Hybridize Therapeutics en venture partner bij Thuja Capital, ir. Marcel Belt, investeerder in Maatschappij & Duurzaamheid en voormalig Chief Soap Officer van Green Soap, drs. Deborah Cheng, RA, toezichthouder, commissaris en bestuurder bij diverse organisaties, dr. Cees Vervoorn, Chief Science Officer van Kenniscentrum Sport en Bewegen en bestuurslid van het Rengelinkfonds, en Lydian Zoetman, commercieel directeur van Jopen BV Haarlem.
De jury baseerde haar oordeel op negen pitches, die de studenten een week eerder in het Hodshonhuis hadden gepresenteerd. Tijdens de prijsuitreiking werd eerst de top drie bekendgemaakt. In het juryrapport lichtte de jury deze keuze toe: ‘De pitches, de Q&A, de maatschappelijke relevantie, de ogenschijnlijke eenvoud en de stappen die al zijn gezet om het product in de markt te brengen, zijn bij alle drie zeer overtuigend. Bovendien hebben wij sterk de indruk dat het hier niet bij papier zal blijven, maar dat daadwerkelijk ondernemerschap in de praktijk wordt gebracht. Hier wordt gebouwd aan nieuwe bedrijven.’
Tot verrassing van het publiek maakte de jury, nog vóór de bekendmaking van de winnaar, bekend dat de Foundation for Natural Leadership de top drie een bijzondere kans biedt: deelname aan een twee- of driedaagse trail in Nederland, op de Veluwe. Jurylid Deborah Cheng gaf hierna een nadere toelichting op deze mogelijkheid.
Lees hier het juryrapport van de Hogeschool Inholland Haarlem Afstudeerprijs 2026.
De winnaars van de Ondernemersprijs komen naar voren.
Daarna volgde de bekendmaking van de winnaar van de Hogeschool Inholland Ondernemersprijs, ter waarde van € 1.500. De prijs ging naar InfraCover, een project van Léon Ariëns, Fabian Dulmers, Dennis Hoeben, Melvin Valk en Bryan Visser. Zij ontwikkelden een cover voor verkeersborden, vervaardigd uit oud vrachtwagenzeil en afgedankte autogordels. De jury prees het duurzame karakter van het product, evenals de eenvoud en daadkracht van het ontwerp. Inmiddels zijn al dertig exemplaren verkocht, maar om goedkoper te kunnen produceren is verdere opschaling nodig. De initiatiefnemers zijn daar al actief mee bezig; het prijzengeld helpt om de stap te zetten richting de zestigduizend stuks waarvoor volgens hen ruimte is in de markt.
Lees hier het juryrapport van de Hogeschool Inholland Ondernemersprijs 2026.
Autonomie en ambitie
De spanning tijdens de avond werd verder opgevoerd doordat de studenten, die inmiddels op hete kolen zaten, ook nog twee inhoudelijke voordrachten kregen voorgeschoteld.
Jos Ahlers schetste een scherp beeld van Generatie Z: een autonome generatie die opgroeit in een permanente crisissfeer, met wantrouwen tegenover autoriteit, een sterke behoefte aan autonomie en veel aandacht voor mentale balans. Die houding nemen jongeren mee de arbeidsmarkt op, waar de machtsverhoudingen inmiddels zijn omgekeerd. Opvallend is dat zij hun nieuwe positie nauwelijks inzetten voor status of carrière, maar vooral voor keuzevrijheid en balans.
Barthold Hooft Graafland sloot daarop aan met een ondernemerschapsles in twee regels: consistentie wint het van intensiteit, discipline wint het van ambitie. Succes zit niet in piekmomenten, maar in volgehouden kleine stappen. Zijn afsluitende advies — think big, act small, start somewhere — bleek een passende samenvatting van een avond waarop ideeën, onderzoek en ondernemerschap samenkwamen.
👉 Wil je nog veel meer foto's van de feestelijke prijsuitreiking zien? Kijk dan hier!
Foto's op deze pagina: Dario de Ruiter en Lidewij Hilberts
Wat gebeurt er wanneer een geneesmiddel de kliniek verlaat en onderdeel wordt van de populaire cultuur? In haar bekroonde scriptie Pharmaceuticalizing Thinness: The Social Construction of Ozempic onderzoekt Rahel Koch hoe een diabetesmedicijn de belichaming is geworden van hedendaagse slankheidsidealen. Vanuit een interdisciplinair perspectief ontrafelt zij de sociale, culturele en politieke krachten die de publieke betekenis van Ozempic vormgeven, en de bredere implicaties daarvan voor lichaamsnormen en gezondheid.
Wanneer besefte je dat het verhaal van Ozempic niet alleen over geneeskunde ging, maar over iets veel breders in de samenleving?
Dat besef kwam eigenlijk vrij snel. Nog voordat ik met mijn scriptie begon, werd Ozempic al volop besproken in het publieke discours. Ik herinner me levendig dat ik er een paar jaar geleden voor het eerst mee in aanraking kwam via een YouTube-video van een modecommentator. Zij sprak over de terugkeer van modetrends uit het begin van de jaren 2000, die sterk verbonden zijn met een extreem slank lichaamsideaal, vaak aangeduid als “heroin chic”. In die context noemde ze expliciet Ozempic als een middel dat mensen gebruikten om dat uiterlijk te bereiken.
Net als veel anderen leerde ik Ozempic dus niet kennen als diabetesmedicijn – het oorspronkelijke doel – maar vrijwel meteen als afslankmiddel, en meer specifiek als cosmetisch afslankmiddel. Die framing maakte al duidelijk dat hier meer speelde dan alleen een medisch verhaal.
Welke partijen waren verantwoordelijk voor het herframen van Ozempic als afslankmiddel?
In mijn onderzoek analyseerde ik een breed scala aan actoren en belangengroepen, waaronder de farmaceutische industrie, toezichthoudende instanties, medische tijdschriften, patiëntenorganisaties, beroemdheden, TikTok-gebruikers en de media. Wat heel duidelijk werd, is dat het herframen van Ozempic niet uitsluitend door de farmaceutische industrie is ingezet, maar dat die industrie haar aanzienlijke economische en politieke middelen wel actief heeft gebruikt om een grotendeels homogeen discours in haar voordeel te beïnvloeden, en je zou zelfs kunnen zeggen: te orkestreren. Het is belangrijk om te begrijpen dat deze herframing niet zomaar toevallig is ontstaan. Hoewel de afslankende werking aanvankelijk in een klinische context werd vastgesteld, is de latere nadruk op gewichtsverlies strategisch nagestreefd in het commerciële belang van de farmaceutische industrie.
Je koos de Verenigde Staten als primaire casestudy. Waarom juist die context?
Dat had deels pragmatische redenen: het gaat om een zeer complexe casus met een enorme hoeveelheid data, en door me te beperken tot één nationale context bleef het project behapbaar. Maar inhoudelijk was de Verenigde Staten ook bijzonder interessant. Er wordt gerapporteerd dat het gebruik van Ozempic daar uitzonderlijk hoog is, terwijl er tegelijkertijd veel onderzoek is dat laat zien dat de Amerikaanse cultuur een bijzonder sterke druk uitoefent om af te vallen, terwijl obesitas er ook zeer veel voorkomt.
Die spanning maakte de VS tot een fascinerende context om het herframen van Ozempic te bestuderen. Bovendien hebben trends in de VS vaak mondiale gevolgen. Veel van de media die we internationaal consumeren, komen daar vandaan, en studies laten zien dat met name de lichaamspraktijken van celebrities sterk beïnvloeden hoe mensen elders hun eigen lichaam waarnemen. In die zin is de VS niet alleen een casestudy, maar ook een actor die het mondiale discours actief vormgeeft.
Een centraal begrip in je scriptie is ‘pharmaceuticalization’. Hoe zou je dat begrip uitleggen, en waarom is het hier zo relevant?
Pharmaceuticalization verwijst naar het proces waarbij menselijke condities, vermogens of variaties worden herkaderd als kansen voor farmaceutische interventie. Dat kan om verschillende redenen en via verschillende mechanismen gebeuren.
Eén route is medisch of gemedicaliseerd: een menselijke conditie wordt dan gedefinieerd als een medisch probleem, zoals wanneer dik-zijn wordt aangemerkt als een ziekte die medische en later specifiek farmaceutische behandeling vereist. Een andere route is het gebruik van medicijnen om het lichaam te “verbeteren”, bijvoorbeeld om esthetische redenen. Een derde route is gezondheidsbevordering, waarbij farmaceutische interventie wordt gepresenteerd als een manier om toekomstige gezondheidsrisico’s te verkleinen, ook als er nog geen sprake is van ziekte.
In het geval van Ozempic helpt pharmaceuticalization te verklaren hoe gewichtsverlies zelf werd geconstrueerd als een legitiem en wenselijk doel van farmaceutische interventie. Belangrijk is dat Ozempic niet het eerste afslankmedicijn is, maar wel breed wordt gezien als revolutionair omdat het als zowel zeer effectief als relatief veilig wordt beschouwd. Die perceptie is cruciaal geweest voor het normaliseren van het idee dat afvallen met medicatie niet alleen mogelijk is, maar ook verantwoord en zelfs de vanzelfsprekende keuze.
Is Ozempic werkelijk zo veilig als vaak wordt voorgesteld?
Over het algemeen wordt het als relatief veilig beschouwd, maar dat betekent niet dat het zonder risico’s is. Er zijn meldingen van maag-darmklachten, mogelijke verbanden met pancreatitis, en gevallen van depressie en suïcidale gedachten. Er lopen ook rechtszaken over bijwerkingen.
Wat belangrijk is om te benadrukken, is dat Ozempic nog een relatief nieuw medicijn is. Sommige risico’s worden pas zichtbaar wanneer geneesmiddelen gedurende langere tijd door zeer grote groepen mensen worden gebruikt. In dit stadium is het daarom juister om te zeggen dat er bijwerkingen bestaan en dat er onzekerheid blijft, dan om te spreken van definitieve veiligheid.
Welke rol spelen sociale media en beroemdheden in de totstandkoming van het publieke beeld van Ozempic?
Zij maken allemaal deel uit van hetzelfde netwerk. Hoewel celebrities, influencers en gebruikers van sociale media onafhankelijk lijken, is er bewijs dat farmaceutische bedrijven voorschrijvers, patiëntenorganisaties en influencers financieren om het middel te promoten. Dat is geen nieuwe tactiek, maar iets wat ook bij eerdere marketingcampagnes voor andere medicijnen is waargenomen.
Hoewel ik niet alle financiële verbanden definitief kon traceren, was het discours binnen deze groepen opvallend homogeen. Dat wijst sterk op gecoördineerde beïnvloeding, ook wanneer directe financiële sporen soms moeilijk vast te stellen zijn.
Je laat zien hoe steeds nieuwe groepen mensen als patiënten worden geframed. Wat zijn de bredere maatschappelijke implicaties daarvan?
Dit is een zeer ambivalente ontwikkeling. Enerzijds kan het framen van bepaalde condities als medische problemen toegang tot behandeling bieden en individuele schuld verminderen. Als obesitas bijvoorbeeld wordt gezien als een medische aandoening in plaats van een persoonlijk falen, kan dat stigma deels verminderen.
Anderzijds betogen veel onderzoekers dat medische labels in de praktijk vaak weinig doen om stigma daadwerkelijk te verminderen. We leven in een samenleving van zelfoptimalisatie waarin (de schijn van) gezondheid sterk wordt gewaardeerd. Zelfs wanneer obesitas wordt gemedicaliseerd, kunnen mensen nog steeds worden beoordeeld omdat zij zogenaamd niet voldoende verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid.
Sommige onderzoekers gaan nog verder en stellen dat het labelen van dik-zijn als ziekte gewichtsstigma juist kan verergeren, omdat dikke lichamen daarmee worden geframed als pathologisch, als iets dat genezen en dus uitgeroeid moet worden. Die logica versterkt associaties tussen dik-zijn, afwijking en tekortkoming.
Publieke reacties op Ozempic variëren van enthousiasme tot verontwaardiging. Wat viel je het meest op in het publieke debat?
De extreme polarisatie. Aan de ene kant zijn er sterk jubelende verhalen die de transformerende potentie van Ozempic benadrukken, vooral in relatie tot de aanpak van de obesitasepidemie. Aan de andere kant is er felle morele verontwaardiging en kritiek op de culturele implicaties, zoals de terugkeer van normatieve slankheid.
In mijn dataset domineerden de jubelende verhalen, maar recent zien we een groeiende tegenreactie, zowel op een cultureel constructieve als op een zinloos destructieve manier. Zo zijn er steeds meer meldingen van Ozempic-gebruikers die online positieve ervaringen delen en vervolgens grote hoeveelheden haatreacties ontvangen en te maken krijgen met cyberpesten. De controverse is nog volop gaande en blijft zich ontwikkelen.
Wat hoop je dat beleidsmakers, onderzoekers en het brede publiek meenemen uit je onderzoek?
Er zijn twee belangrijke lessen. Ten eerste: hoewel de farmaceutische industrie onmiskenbaar levensreddende medicijnen ontwikkelt, beschikt zij ook over enorme macht die onvoldoende wordt gereguleerd. De casus Ozempic laat zien hoe economische en politieke middelen kunnen worden ingezet om commerciële belangen te bevorderen die niet noodzakelijk samenvallen met het belang van de volksgezondheid. Met name sluikreclame, zoals niet-openbare influencerpromoties, vraagt om strengere regulering.
Ten tweede valt de opkomst van Ozempic samen met een zorgelijke culturele verschuiving weg van body positivity en richting een hernieuwde handhaving van slankheid als dominante norm. Gewichtsstigma is niet alleen een gezondheidskwestie, maar ook een kwestie van sociale rechtvaardigheid. Het is diep verweven met andere vormen van systemische onderdrukking die geworteld zijn in koloniaal raciaal kapitalisme, waarin witte, mannelijke, valide en slanke lichamen historisch als superieur worden geconstrueerd. Het herframen van Ozempic als afslankmiddel versterkt deze normen en houdt een systeem in stand dat de diversiteit van menselijke lichamen niet erkent en niet waardeert.
Je scriptie krijgt veel lof vanwege de precisie en de zorgvuldige omgang met bestaande literatuur. Hoe balanceer je als onderzoeker kritische analyse met recht doen aan het werk van anderen?
Voor mij komt dat neer op het hanteren van een vrij eenvoudige maar rigoureuze wetenschappelijke benadering. Ik probeer mijn data niet te verbuigen zodat ze netjes passen binnen bestaande theorieën of argumenten, zelfs niet wanneer die kaders invloedrijk of breed geaccepteerd zijn. In plaats daarvan probeer ik het werk van andere onderzoekers zo nauwkeurig en respectvol mogelijk weer te geven, en vervolgens duidelijk te maken waar mijn bevindingen aansluiten bij of juist afwijken van hun conclusies. In mijn ogen zijn zulke afwijkingen geen zwakte, maar juist een belangrijk resultaat op zich.
Ik vind het soms wel lastig wanneer de empirische werkelijkheid waarmee ik werk veel rommeliger blijkt dan de heldere argumenten die je idealiter zou willen formuleren. Op zulke momenten herinner ik mezelf eraan dat nuance geen gebrek is, maar een kracht. De sociale werkelijkheid is zelden zwart-wit, en goed onderzoek schuilt volgens mij juist in het expliciet maken van die complexiteit en ambiguïteit, in plaats van ze glad te strijken.
Wat was de grootste methodologische uitdaging in dit project?
De omvang van de dataset. Het volgen van de discursieve constructie van een artefact vereist dat je met een zeer groot empirisch corpus werkt, omdat je complexe netwerken van actoren in de echte wereld probeert te ontrafelen die invloed uitoefenen op een innovatie. Er zijn altijd meer actoren die je zou kunnen meenemen, meer aspecten die je zou kunnen analyseren. De uitdaging was om deze hoeveelheid materiaal hanteerbaar te houden zonder te verdwalen in de details.
En hoe ben je daarmee omgegaan?
Eerlijk gezegd was dat heel moeilijk. Ik heb geprobeerd extreem systematisch te werken en mezelf voortdurend eraan te herinneren dat ik me moest richten op patronen in plaats van te verzanden in details. Ik werk ook heel visueel: ik print annotaties uit, gebruik verschillende kleuren potlood en breng thema’s letterlijk met de hand in kaart. Het zag er waarschijnlijk uit als een scène uit een detectivefilm, maar het hielp me om verbanden en structuur te zien.
Hoe belangrijk was een interdisciplinaire benadering voor je scriptie, en heeft dat je keuze voor de Universiteit van Maastricht beïnvloed?
Interdisciplinariteit was essentieel voor mijn scriptie en, breder gezien, voor mijn hele academische traject. Ik heb steeds ervaren dat problemen uit de echte wereld zich simpelweg niet netjes laten vangen binnen één discipline. Ze vanuit meerdere perspectieven benaderen, voelt daarom zowel noodzakelijk als intellectueel productief.
Dat was een belangrijke reden om voor de Universiteit van Maastricht te kiezen. In tegenstelling tot universiteiten in mijn thuisland bood Maastricht een werkelijk open model, waarin studenten inzichten uit verschillende vakgebieden konden combineren tot een samenhangend, zelf vormgegeven academisch profiel. Die flexibiliteit paste goed bij zowel mijn onderzoeksinteresses als mijn manier van denken.
Wat zijn je toekomstplannen?
Ik zou op termijn graag een promotietraject willen volgen. Tegelijkertijd maak ik me grote zorgen over de huidige staat van de academische wereld, zowel internationaal als in Nederland in het bijzonder. Aanzienlijke bezuinigingen hebben academische loopbanen steeds precairder gemaakt. Ik heb van dichtbij gezien hoe vrienden enorme hoeveelheden onbetaalde tijd – wat soms “hope labor” wordt genoemd – investeerden in het ontwikkelen van zeer verfijnde voorstellen voor postdoc- of universitair docentposities, om vervolgens te worden afgewezen omdat er simpelweg veel meer gekwalificeerde kandidaten zijn dan beschikbare plekken.
Dus hoewel een academische carrière een serieuze ambitie blijft, lijkt het mij verstandig om eerst werkervaring buiten de academie op te doen, zodat ik daar later eventueel op kan terugvallen. Op dit moment solliciteer ik daarom vooral naar functies bij denktanks en NGO’s, voortbouwend op mijn achtergrond in Science and Technology Studies. In het bijzonder ben ik geïnteresseerd in organisaties die werken op het snijvlak van digitalisering en (bedreigingen voor) mensenrechten.
De KHMW is op zoek naar hét maatschappelijke initiatief dat het onderling vertrouwen in de Nederlandse samenleving versterkt. Het is voor iedereen mogelijk om initiatieven aan te melden die kans maken op de Brouwer Vertrouwensprijs van € 100.000 euro óf de tweede prijs van € 50.000.