KHMW-jaarvergadering 2024 in foto’s

KHMW-jaarvergadering 2024 in foto’s

Op zaterdag 25 mei vond in het Hodshonhuis de jaarvergadering voor leden van de KHMW plaats. Tijdens deze bijeenkomst werd afscheid genomen van drie bestuursleden: prof. dr. L.J. (Louise) Gunning-Schepers, voorzitter, mr. R.J. (Rutger) graaf Schimmelpenninck, penningmeester, en jhr. mr. A.A. (Albert) Röell. Drs. A.P.H.M. (Linda) Hovius MBA werd tot voorzitter benoemd en D.F. (Didier) Maclaine Pont MBA tot penningmeester. Daarnaast traden prof. dr. G.T.M. (Geert) ten Dam en mr. drs. P.P.M. (Paul) Nielen toe tot het bestuur. De Haarlemse Voordracht werd verzorgd door prof. dr. W.B. (Wim) Drees. Traditiegetrouw werd de dag afgesloten met een aspergemaaltijd.

Onthulling van het portret van Louise Gunning-Schepers. Schilderes: Annelies Hoek. Louise Gunning was de eerste vrouwelijke voorzitter van de KHMW.

Linda Hovius wordt tot voorzitter benoemd.

Didier Maclaine Pont, de nieuwe penningmeester van de KHMW.

Geert ten Dam (uiterst rechts) wordt voorgesteld als nieuw bestuurslid.

Het nieuwe bestuurslid Paul Nielen (rechts) met secretariaatsmedewerkers Édith van Leerdam en Rob Pol.

Twee kersverse ereleden.

Het oude en het nieuwe bestuur bijeen. Uiterst rechts: secretaris-directeur Saskia van Manen.

De KHMW telt nu vier ereleden: ir. M.C. (Maarten) van Veen, mr. R.J. (Rutger) Schimmelpenninck, prof. dr. L.J. (Louise) Gunning-Schepers en prof. dr. A.H.G. (Alexander) Rinnooy Kan.

Haarlemse Voordracht door prof. Wim B. Drees.

Klik hier voor de tekst van de Haarlemse Voordracht door prof. dr. W.B. (Wim) Drees.

 

Foto's: Stephanie Driessen

 

 

 

Verslag prijsuitreiking KHMW Langerhuizen Oeuvreprijs en KHMW Langerhuizen Bate

Verslag prijsuitreiking KHMW Langerhuizen Oeuvreprijs en KHMW Langerhuizen Bate

Op 28 mei vonden er in het Hodshonhuis, de zetel van de KHMW in Haarlem, maar liefst twee feestelijke bijeenkomsten plaats. 's Ochtends werden om te beginnen de KHMW Langerhuizen Bate en de KHMW Langerhuizen Oeuvreprijs uitgereikt. Beide prijzen waren dit jaar bestemd voor wetenschappers die zich bezighouden met de filosofie en geschiedenis van de natuurwetenschappen. De Langerhuizen Bate ging naar wetenschapshistoricus dr. Robert-Jan Wille. De Langerhuizen Oeuvreprijs kende twee laureaten: prof. dr. Dennis Dieks en prof. dr. Floris Cohen. Alle prijswinnaars zijn (oud-) medewerkers van de Universiteit Utrecht.

KHMW Langerhuizen Bate
De Langerhuizen Bate is een jaarlijkse onderzoeksbate ter bevordering van natuurwetenschappelijk onderzoek. Dr. Robert-Jan Wille ontvangt de Langerhuizen Bate voor zijn onderzoek naar de wetenschappelijke belangstelling voor de mesosfeer tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Aan de Langerhuizen Bate is een bedrag van 25.000 euro verbonden. Het geld van deze prijs stelt Wille onder meer in staat archiefonderzoek te gaan doen in Zweden en in Alaska, en de Europese raketbasis in het Zweedse Kiruna en de Noorse raketbasis op het eiland Andøya te bezoeken.
De jury bestond uit prof. dr. Karin Bijsterveld, hoogleraar wetenschap technologie en cultuur aan de Universiteit Maastricht, en prof. dr. Theo Kuipers, emeritus-hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Prof. Kuipers was tijdens de prijsuitreiking persoonlijk aanwezig om de laudatio voor te lezen. Volgens de jury is Willes onderzoek 'origineel, spannend en interdisciplinair'. 'Willes internationale ervaring en zijn eerdere boeken bieden vertrouwen in een goede afloop. Het voorstel is heel toegankelijk geformuleerd, en het archiefonderzoeksplan is gedetailleerd en adequaat. De jury verwacht dat het onderzoek, ook gezien de actualiteit van de klimaatproblematiek, een groot publiek zal aanspreken', aldus het juryrapport.

Lees hier de tekst van het juryrapport van de Langerhuizen Bate 2024.
Lees hier een interview met dr. Robert-Jan Wille, de laureaat.

Jurylid Theo Kuipers feliciteert Robert-Jan Wille.

V.l.n.r.: Ad IJzerman (wetenschappelijk secretaris natuur- en medische wetenschappen KHMW), Robert-Jan Wille (laureaat), Linda Hovius (voorzitter KHMW) en Theo Kuipers (jurylid)

 

KHMW Langerhuizen Oeuvreprijs
De KHMW Langerhuizen Oeuvreprijs wordt jaarlijks uitgereikt als eerbetoon aan een wetenschapper die zich verdienstelijk heeft gemaakt op het gebied van de natuurwetenschappen. In 2024 stonden de geschiedenis en filosofie van de natuurwetenschappen centraal. Evenals in voorgaande jaren waarin de prijs is uitgereikt, had de jury in eerste instantie de intentie één persoon als prijswinnaar te selecteren. Dat bleek echter met dit tweetal heel lastig, omdat ze met hun onderzoek beiden baanbrekende bijdragen hebben geleverd. Daarom werd besloten de prijs ex aequo toe te kennen. Professor Dennis Dieks vertegenwoordigt (vooral) de filosofie en professor Cohen (vooral) de geschiedenis van de natuurwetenschappen; ze zijn dus gelijkwaardig in twee verschillende disciplines.
De jury van de Langerhuizen Oeuvreprijs 2024 bestond uit prof. dr. Johan van Benthem, emeritus-universiteitshoogleraar logica aan de Universiteit van Amsterdam, prof. dr. Lodi Nauta, hoogleraar geschiedenis van de filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen,  en prof. dr. ir. Peter-Paul Verbeek, rector-magnificus en hoogleraar filosofie en ethiek van wetenschap en technologie in een veranderende wereld aan de Universiteit van Amsterdam.

Lees hier de tekst van het juryrapport van de Langerhuizen Oeuvreprijs 2024.
Lees hier een interview met prof. dr. Dennis Dieks, laureaat.
Lees hier een interview met prof. dr. Floris Cohen, laureaat.

De twee laureaten van de Langerhuizen Oeuvreprijs 2024: Floris Cohen (links) en Dennis Dieks (rechts)

Dennis Dieks vertelt over zijn bekroonde oeuvre.

Dankwoord Floris Cohen

V.l.n.r. Ad IJzerman (wetenschappelijk secretaris), Theo Kuipers (jurylid Langerhuizen Bate), Robert-Jan Wille (laureaat Langerhuizen Bate), Linda Hovius (voorzitter KHMW), Dennis Dieks en Floris Cohen (laureaten Langerhuizen Oeuvreprijs), Wim Drees (wetenschappelijk secretaris KHMW), Marjan Scharloo (juryvoorzitter Langerhuizen Oeuvreprijs)

 

Klik hier om naar het verslag over het middagprogramma te gaan: de uitreiking van de Van der Aa Oeuvreprijs, de Van der Knaap Proefschriftprijs en de Proefschriftprijs Interdisciplinariteit.

 

 

 

 

 

Floris Cohen, winnaar Langerhuizen Oeuvreprijs 2024: ‘Zonder historici zou de mythevorming het verleden helemaal overnemen’

In 2024 wordt de Langerhuizen Oeuvreprijs ex aequo toegekend aan professor Dennis Dieks voor de filosofie en aan professor Floris Cohen voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen. Prof. dr. H.F. (Floris) Cohen was tot 2019 bijzonder hoogleraar in de vergelijkende geschiedenis van de natuurwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Bij het brede publiek is hij vooral bekend door zijn boek De herschepping van de wereld. Het ontstaan van de moderne natuurwetenschap verklaard uit 2007.

Floris Cohen

Floris Cohen / foto: Bob Bronshoff

Zoals de titel van dit boek laat zien, schuwt Cohen de grote verbanden niet. ‘Ik ben begonnen met overzichtelijke onderwerpen’, vertelt hij, ‘zoals bij mijn proefschrift over het streven naar vernieuwing van het socialisme in Nederland nu honderd jaar geleden. Tot op de bronnen toe bestuderen van een overzichtelijk onderwerp is de beste manier om het vak in je vingers te krijgen. Het detail télt; daardoor zie je waar de gaten zitten. Je moet alleen, als het even kan, niet in de microhistorie vast blijven zitten.’

Na zijn promotie in 1974 verruilde Cohen de politieke en sociaaleconomische geschiedenis voor de wetenschapsgeschiedenis. De vraag hoe de moderne natuurwetenschap ontstaan is, kreeg hem meer en meer in zijn greep. Hij begon ermee, een studie te maken van bestaande interpretaties en visies op die gebeurtenis. Geleidelijk aan begon zijn eigen kijk zich te vormen, en zo kwam het boek tot stand waarvan De herschepping van de wereld de Nederlandstalige popularisering is.

Cohen vindt de hedendaagse neiging van wetenschappers om zich zo veel mogelijk te specialiseren zowel betreurenswaardig als haast niet te vermijden. ‘Het heeft natuurlijk alles te maken met financiering’, zegt hij. ‘Maar ik heb wel medelijden met wie nu de universiteiten bevolken. Een combinatie van specialiseren en een brede aanpak lijkt me, als je er tenminste de kans toe krijgt en er de aanleg voor hebt, veruit het beste.’ 

Tegen de mythe-vorming
Gevraagd naar het belang van wetenschapsgeschiedenis stelt Cohen eerst een wedervraag. ‘Je moet beginnen met de vraag: waar is geschiedenis goed voor? Daar moet elke historicus voor zichzelf antwoord op geven.’
Zelf heeft hij zijn antwoord klaar. ‘Zonder vaklieden die kunnen vertellen hoe iets zich in het verleden heeft afgespeeld, krijgen mythe en legende de overhand’, zegt hij. Over het recente optreden van anti-vaxxers of klimaatsceptici laat hij zich maar liever niet uit. Het voorbeeld dat hij kiest, ligt iets verder van ons vandaan. In de aanloop naar de Joegoslavische Burgeroorlog van de jaren negentig gebruikte president Milošević de legendevorming rond de Slag op het Merelveld uit 1389, toen het Servische leger een nederlaag leed tegen het Ottomaanse Rijk, als middel bij zijn streven om de Joegoslavische federatie op te doeken en van Servië een afzonderlijke, etnisch homogene staat te maken. ‘Milošević’ ophitserij paste helemaal in wat historicus Eric Hobsbawm “the invention of tradition” heeft genoemd’, zegt Cohen. ‘Echt, er moeten vaklui rondlopen die mythe en een redelijke interpretatie van de bekende feiten uit elkaar weten te houden. Je kunt alleen maar hopen dat er naar ze geluisterd wordt. Maar als niemand de mythen en legenden met een beroep op de feiten kan tegenspreken, gaat het met een samenleving hoe dan ook mis. Dát is de rechtvaardiging.’

Wetenschappelijke Revolutie
Zo’n veertig jaar heeft Cohen gewijd aan de Wetenschappelijke Revolutie van de zeventiende eeuw. Hij verdiepte zich onder meer in het werk van Galilei, Kepler, Beeckman, Descartes, Christiaan Huygens en Newton.
‘In een tijdsbestek van net een eeuw ontstond het besef dat wij als mensen ons een geldig inzicht kunnen verwerven in fundamentele natuurwetten, én dat die nieuwe natuurkundige kennis ook nog eens praktisch toepasbaar is’, verduidelijkt hij. ‘Zo bleek het nu bijvoorbeeld mogelijk voor de opvarenden van een schip op de Atlantische Oceaan om met alle vereiste precisie te bepalen hoever het zich intussen verwijderd heeft van de meridiaan van Greenwich. Dat was een probleem waar alle zeevarende naties mee zaten, en koningen en regeringen hadden er letterlijk astronomische bedragen voor over om de oplossing te vinden. Of neem James Watt. Zonder een hele reeks vóór 1600 ondenkbare, modern-natuurwetenschappelijke inzichten had hij nooit de stoommachine uit kunnen vinden waarzonder de Industriële Revolutie, en daarmee onze moderne wereld, volstrekt ondenkbaar is.’

Intellectuele modes
Cohen staat erom bekend dat hij als wetenschapper de controverse niet uit de weg gaat. ‘Toen ik met mijn dissertatie bezig was, voerde onder sociaal-historici, en trouwens ook ver daarbuiten, het marxisme de boventoon’, vertelt hij. ‘Ik had met grote belangstelling Das Kapital en de complete Marx-Engels correspondentie gelezen, dus ik wist waar ik het over had, alleen, mijn sympathie had die leer niet. Dat heeft me meteen aan het begin van mijn loopbaan niet bepaald populair gemaakt. Het was mijn eerste kennismaking met modevorming onder intellectuelen, en ik merkte meer en meer hoe bepalend die kon zijn. Die ervaring heeft me meteen en voorgoed allergisch gemaakt voor wetenschappelijke modes. Trouwens, ergens in mijn DNA moet ik een gen hebben zitten dat me behoorlijk ongevoelig maakt voor gewoon maar meedoen. Toen in de jaren ’80 het wetenschapsrelativisme opkwam, heb ik er wel degelijk leerzame dingen van opgestoken, maar met de golf mee gaan zwemmen, nee hoor. En het is waar, daar heb ik inderdaad niet bedeesd of voorzichtig mijn mond over gehouden.’

In het Nederlands
Cohens geliefde is Marita Mathijsen, emeritus-hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, met wie hij nu achttien jaar samen is. Zij inspireerde hem tot het schrijven van De herschepping van de wereld, een boek dat in het Engels, Duits en Chinees is vertaald en dat in 2008 werd bekroond met de jaarlijkse Eurekaprijs voor wetenschapscommunicatie.

‘Schrijven voor een breed publiek is voor mij steeds belangrijker geworden’, zegt hij. ‘Toen we elkaar leerden kennen, zei Marita dat ze dat grote dikke boek van me niet ging lezen, ik moest er maar een Nederlandstalige samenvatting van maken, en de titel was De herschepping van de wereld. We spraken af dat zij elk hoofdstuk mee zou lezen en dat, als zij iets niet snapte, ik dat als zou opvatten als een teken dat ik die kwestie niet helder genoeg had uitgelegd. Meestal bleek dan dat ik een stap in mijn redenering onvoldoende had geëxpliciteerd.’

De verengelsing van het universitair onderwijs zit hem meer en meer dwars. ‘Toen eind jaren ’80 onderwijsminister Jo Ritzen voorstelde om voortaan alle colleges in het Engels te geven, heb ik er meteen een column aan gewijd. In veel bètavakken kan er goede reden zijn om de colleges in het Engels te geven. Maar in al die geheel of ten dele op eigen land betrokken vakgebieden in de sociale en de geesteswetenschappen? Nee, die moeten gewoon in onze eigen taal, net als dat elders op de aardbol toegaat, en wie van buiten komt, doet maar wat moeite om zich het Nederlands op het vereiste niveau eigen te maken. Zoals het nu gaat, zijn we op termijn bezig onze eigen taal om zeep te helpen. Want als wij die zelf niet meer spreken, wie gaat het dan voor ons doen?’

Paul van Lange, winnaar KHMW Van der Aa Oeuvreprijs: ‘Reputatie is een belangrijke drijfveer’

In 2024 wordt voor het eerst de KHMW Van der Aa Oeuvreprijs uitgereikt, een nieuwe prijs van € 25.000 voor een wetenschapper die zich verdienstelijk heeft gemaakt op het gebied van de geestes- en maatschappijwetenschappen. De eerste winnaar van de KHMW Van der Aa Oeuvreprijs is prof. dr. P.A.M. (Paul) van Lange, hoogleraar Sociale Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Paul van Lange

Paul van Lange

Als sociaal psycholoog houdt Paul van Lange zich onder meer bezig met grensoverschrijdend gedrag, gedragsverandering en het onderling vertrouwen tussen mensen en instituties. Medio 2024 hoef je maar aan de NPO, de opwarming van het klimaat of het Toeslagenschandaal te denken om te beseffen hoe actueel zijn werk is.

Van Lange schrijft regelmatig opiniestukken voor kranten en tijdschriften en is een graag geziene gast bij radio en televisie. ‘Als je sociale psychologie breed definieert, staat het ontzettend centraal en kun je een unieke bijdrage leveren, zowel in relatie tot wat anderen vanuit andere vakgebieden zeggen als tot wat de relatieve “leek” denkt’, zegt hij. ‘Dat vind ik heel inspirerend.’

Hij is terughoudend met media-optredens. ‘Ik doe het alleen als het meerwaarde heeft. Ik heb een passie voor wetenschap en wil de kennis uit mijn vakgebied graag delen. Niet alleen omdat ik dat zelf leuk vindt, maar ook omdat je soms een positieve bijdrage kunt leveren aan de maatschappij.’

Zo schreef hij onlangs een opiniestuk over hoe mensen met elkaar zouden kunnen praten over een polariserend onderwerp zoals ‘Israël’. In het artikel zette hij zijn theorie over tweetallen uiteen. ‘Een tweetal is een fijne eenheid’, stelt hij. ‘Mensen vertrouwen elkaar sneller, er kunnen geen coalities ontstaan en je kunt niet buitengesloten worden. Verder krijgen zowel wederkerigheid en empathie meer kans. Die theorie, gebaseerd op wetenschappelijke kennis, kun je vertalen in concrete adviezen, zoals om met iemand te gaan wandelen en het dán te bespreken.’

Natuurlijk volgt hij de coalitie-onderhandelingen op de voet. ‘Daar worden inderdaad ook een-op-een-gesprekken toegepast’, beaamt hij. ‘Daar begon Plasterk al snel mee, wat ik een goede insteek vond.’

Concrete voorbeelden
De wetenschap kan dus de praktijk beïnvloeden, maar andersom wordt de wetenschap ook gevoed door wat er in de praktijk gebeurt. Een ander recent stuk van Van Lange ging bijvoorbeeld over de rol die psychologie kan spelen om bij mensen een gedragsverandering tot stand te brengen om opwarming van het klimaat tegen te gaan.

‘Het viel me op dat er veel ouderen meedoen aan klimaatdemonstraties’, zegt hij. ‘Die doen dat niet uit eigenbelang, maar voor hun kinderen en kleinkinderen. Heel begrijpelijk vanuit een evolutionair perspectief. Bij klimaatverandering gaat het vaak om het concreet maken van abstracte materie: een collectief belang op lange termijn. Als je daarbij je kinderen of kleinkinderen voor ogen hebt, wordt het concreet, elke keer wanneer je ze ziet. Dat is een gegeven waar de overheid gebruik van kan maken.’

Van Lange staat erom bekend dat hij complexe materie zowel voor studenten als voor een algemeen publiek toegankelijk kan maken. Zelf denkt hij dat het komt doordat hij in het verleden met veel verschillende mensen is omgegaan en ook nu nog graag met jan en alleman een praatje maakt. ‘Daardoor kan ik me makkelijk verplaatsen in wat een persoon qua abstractie aankan. Ik ga bewust op zoek naar een goed voorbeeld. Maar het is ook een kwestie van ervaring.’

Reputatie
En dan komt Van Lange alweer met een nieuwe ‘minitheorie’. ‘Als je kijkt naar wat mensen drijft, is reputatie heel belangrijk’, zegt hij. ‘Uit onderzoek uit meerdere disciplines is gebleken dat mensen bijzonder gevoelig zijn voor wat anderen van hen vinden. Het is zelfs één van de belangrijkste mechanismen die ons aanzetten tot samenwerking en ons weerhouden van normovertredingen. Een tijd geleden interviewde Het Parool me over de vraag waarom het op de Wallen zo vaak misgaat. Ik zei onder meer, en de politiemensen bevestigden dat, dat mensen eerder over de schreef gaan als ze zich onbespied wanen. Het donker geeft mensen het gevoel dat ze anoniem, vooral in groepsverband, veel regels aan de laars kunnen lappen. Stel nu dat de lokale overheid een dimmer heeft waarmee op gezette tijden de lampen wat feller gezet kunnen worden… Dan maak je dus gebruik van dat idee van reputatie.’

Volgens Van Lange blijkt ook uit onderzoek dat mensen gemiddeld een uur per dag besteden aan roddelen. ‘Bij roddelen speelt reputatie ook een rol’, zegt hij. ‘Je bent bang dat mensen achter je rug over je praten. Dat verklaart deels waarom er in een dorp bij huis-aan-huiscollectes veel meer wordt opgehaald dan in de stad. Er is in dorpen een grotere kans dat de collectant mensen kent die jij ook kent.’

Wetenschappers bedreigd
Dat mensen meer durven als ze zich onbespied wanen, blijkt wel op social media. Vooral op X (voorheen Twitter) verschuilen mensen zich soms achter een anoniem account. Van Lange zou het liefst zien dat anonieme accounts verboden worden. Hoewel social media normoverschrijding volgens hem ook kunnen tegengaan door een element van vertraging in te bouwen. ‘We denken dat die agressieve posts weloverwogen acties zijn. Maar misschien was iemand wel moe, of had hij te veel gedronken. Als je zorgt dat iemand een riskante post na drie uur nog een keer moet bevestigen, bedenkt hij zich misschien wel.’

Hoewel Van Lange regelmatig in de media optreedt, heeft hij zelf nog maar twee keer te maken gekregen met agressief gedrag. Wetenschappers zullen minder agressie uitlokken als ze het juiste moment afwachten en zich ervan vergewissen dat ze over alle feiten beschikken, denkt hij. Maar sommige wetenschappers kúnnen zich niet terughoudend op stellen, en zij krijgen in het huidige gepolariseerde klimaat soms veel agressie over zich heen.

Van Lange heeft bijvoorbeeld veel respect voor viroloog Marion Koopmans, die tijdens de coronapandemie lid was van het Outbreak Management Team en daardoor veel haatmails en bedreigingen ontving. ‘Ik vind dat zij het uitstekend deed’, zegt hij. ‘Ze was heel feitelijk en probeerde haar boodschap ook zo feitelijk mogelijk te brengen. Ik vond het zeer onterecht dat ze bedreigd werd en had veel empathie met haar.’

Het verwondert Van Lange niet dat steeds meer collega’s van X af gaan. Overigens geeft hij ook cursussen aan burgemeesters. ‘Daar praat ik veel over reputatie. Burgemeesters zijn waarschijnlijk de beroepsgroep die hier professioneel het meest mee te maken heeft. Iedereen weet waar je woont. Ik vind dat de intimidatie en belediging van burgemeesters betrekkelijk weinig aandacht krijgen.’

Team science
Van Lange waagt zich als sociaal psycholoog regelmatig op andere terreinen van wetenschap, zoals economie en evolutionaire wetenschappen. Het belang van interdisciplinariteit kan volgens hem niet overschat worden. Ook wordt, in de vakgebieden waar hij zich mee bezighoudt, steeds vaker het grensvlak tussen wetenschap en maatschappij opgezocht.

‘Zodra je beweert dat social media leiden tot reputatieschade, en dat dat chronische stress veroorzaakt, moet je je verdiepen in de vraag wat chronische stress precies inhoudt’, verduidelijkt hij. ‘Dat betekent dat je uitstapjes moet maken naar de klinische psychologie en de biologische psychologie. Je hoeft misschien geen expert te worden, maar gedegen kennis is cruciaal voor je analyses.’

Toch weet Van Lange uit ervaring dat een interdisciplinaire werkwijze ook zijn grenzen kent. ‘Ik zit in veel interdisciplinaire groepen en over het algemeen werkt dat heel inspirerend. Maar je moet wel selectief zijn. Over belangrijke uitgangspunten, bijvoorbeeld op het gebied van theorie of methodes van onderzoek, moet je elkaar kunnen vinden. Als er in de kern geen raakvlakken zijn, wordt het lastig samenwerken. Je hebt een bepaalde vorm van consensus nodig. De inspiratie van interdisciplinariteit komt vaak voort uit de wens om uiteindelijk de waarom-vraag te stellen. Want dat kun je vaak niet als je louter binnen je eigen vakgebied blijft denken.’

 

Verslag Winterdebat ‘De stand van het water’

Verslag Winterdebat ‘De stand van het water’

Wat is de stand van het water in Nederland? Die vraag stond centraal tijdens het Winterdebat op zondag 11 februari 2024.

Als we niet ingrijpen, zou Nederland wel eens kunnen afstevenen op een toekomst met te veel én te weinig water. Dat lijkt de verontrustende conclusie na een middag met korte lezingen door prof. dr. Maarten Kleinhans, hoogleraar biogeomorfologie van rivieren en estuaria aan de Universiteit Utrecht, en drs. Hans de Groene, directeur van Vewin, de vereniging van waterbedrijven in Nederland. Ze belichtten twee kanten van dezelfde medaille: toename van extremen door klimaatverandering.

 

Maarten Kleinhans

Maarten Kleinhans

Water te veel?

Volgens Maarten Kleinhans (PowerPoint) is Nederland een land van ‘water, zand, modder en dode planten’. Door de aanleg van dijken werd het mogelijk het water in Nederland te beheren. Maar waterbeheer leidde ook tot problemen, zoals meters bodemdaling, ruimtebeperking voor hoogwaters en verdieping van vaargeulen. En wat gebeurt er met Nederland als de aarde opwarmt en de waterspiegel in zeeën en rivieren stijgt? Projecten als Ruimte voor de rivieren en de Maaswerken hebben ervoor gezorgd dat Nederland bij wateroverlast vooralsnog relatief veilig is, zoals bleek bij de overstroming van de Maas in 2021, toen delen van België en Duitsland aanzienlijk meer te lijden hadden dan vergelijkbare regio’s in Nederland. Veel méér water kan Nederland echter niet verstouwen. Desnoods kunnen de dijken nog twee of drie meter opgehoogd worden. Maar met toenemende extremen in de huidige klimaatverandering is al veel meer ruimte voor de rivieren nodig en moet er ook achter de dijken, in het binnenland, ingegrepen worden. Dat ligt maatschappelijk gevoelig. Voor Nederland zou het de beste oplossing zijn als extreme neerslag en hoogwaters al in Duitsland vastgehouden konden worden, concludeert Kleinhans, vóór ze ons land bereikt. Maar of onze oosterburen daartoe bereid zijn? En als het in de volgende eeuw écht misgaat met zeespiegelstijging – en die kans is volgens Kleinhans niet denkbeeldig – zijn enkele meters dijkophoging niet genoeg.

 

Hans de Groene

Drinkwater te kort?

Terwijl Kleinhans dus waarschuwde voor een teveel aan water, sprak Hans de Groene (PowerPoint) over een dreigend tekort aan water, en dan specifiek drinkwater. De Nederlandse drinkwatersector, die Vewin vertegenwoordigt, bestaat momenteel uit tien drinkwaterbedrijven. Samen bedienen zij meer dan 8 miljoen aansluitingen. Nederlanders gebruiken gemiddeld 128 liter per persoon per dag. Zo’n twee derde van ons drinkwater komt van grondwater, en een derde van oppervlaktewater. In de westelijke provincies, die aan de Noordzee grenzen, is het grondwater relatief brak en daardoor ongeschikt voor drinkwaterwinning. Daar wordt oppervlaktewater gebruikt. Dat vergt meer zuivering, waardoor de prijs die we voor ons drinkwater betalen, per regio kan verschillen.

De Groene sluit niet uit dat Nederland ooit zonder voldoende drinkwater zal komen te zitten. De vraag naar drinkwater stijgt door economische groei, bevolkingstoename en stedelijke uitbreiding in zekere regio’s; ook neemt het gebruik per hoofd van de bevolking wat toe. Alle tien drinkwaterbedrijven hebben vóór 2030 extra productiecapaciteit nodig, in een aantal gevallen al nu of op zeer korte termijn. Het is helemaal niet zeker dat dit tijdig lukt. Integendeel, drinkwaterbedrijven lopen tegen steeds meer juridische en bestuurlijke belemmeringen aan bij de vergunningverlening. Ook gebrek aan financieringsruimte en druk op de kwaliteit van bronnen zijn struikelblokken.

Voor de langere termijn is het zaak dat we leren water beter vast te houden. Andere oplossingen zijn beter grondwaterbeheer, bewust en zuinig waterverbruik, duurzame inpassing van drinkwatervoorziening, en soms het verplaatsen van winningen, stelt De Groene voor. Voor de kortere termijn is afgesproken dat drinkwater in ruimtelijke afwegingen prioriteit moet krijgen als dat nodig is voor het nakomen van de leveringsplicht.

 

Behoefte aan visie

De discussie wordt geleid door maatschappelijk KHMW-lid Inge Bryan. Na de twee lezingen krijgen de sprekers eerst de kans om elkaar een vraag te stellen. Maarten Kleinhans wil van Hans de Groene weten wat de impact van de intensieve landbouw op de drinkwaterwinning is. Grondwatervervuiling door intensieve landbouw is inderdaad een probleem, bevestigt De Groene, vooral voor waterwinningen die aan landbouwgebieden grenzen. Het lukt maar niet om dit probleem definitief op te lossen. Af en toe vinden we nu pesticiden in onze drinkwaterbronnen die al twintig jaar verboden zijn!

Voor zijn vraag aan Maarten Kleinhans haalt Hans de Groene een populair adagium uit de drinkwatersector aan: ‘Zout is fout, zoet is goed’. Tegenwoordig, merkt De Groene op, wordt er soms bewust zout water in het achterland toegelaten, bijvoorbeeld bij de Haringvliet. Is dat toekomstbestendig? Kleinhans geeft aan dat bij deze afweging sprake is van conflicterende belangen die democratisch geborgd moeten worden.

Dan is het woord aan de zaal. Opmerkelijk is dat de bezoekers vooral gefascineerd zijn door praktische aspecten. Kan er meer drinkwater geproduceerd worden door dieper te graven, wil iemand bijvoorbeeld weten. Volgens De Groene wordt het grondwater nu al gewonnen op een diepte van enkele tientallen tot enkele honderden meters. Nóg dieper graven is geen oplossing voor een dreigend drinkwatertekort.  

Hoewel deze maatregel wel door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzocht wordt, lijkt ook een prijsprikkel niet onmiddellijk tot een oplossing te leiden. Drinkwater is een eerste levensbehoefte en moet daarom voor iedereen betaalbaar blijven. Daarbij zou de prijs enorm omhoog moeten om consumenten ertoe te bewegen minder drinkwater te gebruiken; de prijselasticiteit is immers laag.  

In sommige andere landen wordt gewerkt met zogenaamd ‘grijs water’, bijvoorbeeld regenwater om de tuin te sproeien of de wc door te spoelen. Ten slotte hebben we niet voor alles drinkwaterkwaliteit nodig. De Groene geeft aan dat men hiermee bijvoorbeeld in Vlaanderen verder is dan in Nederland. Hij lijkt echter niet helemaal overtuigd van deze besparingsmaatregel; het is zaak goed aandacht te schenken aan de risico’s voor de volksgezondheid.  

Er wordt verder onder meer gesproken over transnationale afstemming en ideeën voor een nieuw Deltaplan. Volgens De Groene zijn de regionale overheden en de waterschappen over het algemeen goed bezig, en is de watersector goed georganiseerd. Beide sprekers zijn het er echter over eens dat de landelijke politiek achterloopt. Kleinhans geeft toe dat hij daar ’s nachts wel eens wakker van ligt, als hij bedenkt wat er in de toekomst nog op Nederland afkomt.

‘Het gaat om fundamentele vragen’, merkt een van de aanwezigen op. ‘Er wordt nog te veel gedacht in termen van kortetermijnoplossingen, interventies. Er moet een integrale visie komen voor de toekomst van Nederland.’ Daar lijkt iedereen in de zaal het mee eens.

Foto's: Vera Duivenvoorden

Veel vragen vanuit het publiek

Inge Bryan, Hans de Groene en Maarten Kleinhans