Nederlandse Prijs voor ICT-Onderzoek 2017

Nederlandse Prijs voor ICT-Onderzoek 2017

Voordrachten voor de prijs kunnen worden ingediend tot 1 oktober 2016.
De Nederlandse Prijs voor ICT-onderzoek 2017 wordt jaarlijks ter beschikking gesteld door het ICT-onderzoek Platform Nederland (IPN) in samenwerking met de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De prijs ter bekroning van onderzoek op het gebied van de ICT ter bekroning van onderzoek op het gebied van de ICT bestaat uit 50.000 Eurovrij te besteden voor onderzoek in de ICT.
In onderstaande circulaire leest u hoe u een kandidaat kunt voordragen voor deze prestigieuze prijs.
Voor meer informatie en gerelateerde nieuwsberichten zie tevens: https://khmw.nl/prijzen/prijs/nederlandse-prijs-voor-ict-onderzoek/15

Spaarne debat biedt perspectief

Spaarne debat biedt perspectief

De Maatschappij doet verslag van het Spaarne debat over onderwijs op 14 juni in het Hodshon Huis.
Opleiding van de ouders mag kansen kinderen niet bepalen
Goed onderwijs met gelijke kansen voor alle leerlingen. Zij moeten hun capaciteiten en talenten kunnen ontwikkelen ongeacht het opleidingsniveau van hun ouders. Dat is goed voor hen en de samenleving en biedt perspectief voor Nederland. Zo zou het moeten zijn. In werkelijkheid neemt de kansenongelijkheid juist toe. Om het tij te keren moeten onderwijs ongeacht het opleidingsniveau van hun ouders. Dat is goed voor hen en de samenleving en biedt perspectief voor Nederland. Zo zou het moeten zijn. In werkelijkheid neemt de kansenongelijkheid juist toe. Om het tij te keren moeten onderwijs overheid en ondernemers samen in actie komenblijkt 14 juni tijdens het Spaarne debat. Leden van De Maatschappij luisteren in Haarlem naar deskundige sprekers om vervolgens onder leiding van Marlies Claasen zeer gemotiveerd mee te discussiëren. Wordt vervolgddat is duidelijk.
“We moeten meer vertrouwen hebben en veel meer investeren in docentenop alle niveaus.” Dat levertvolgens voorzitter Luuc Mannaerts van De Maatschappijde grootste effecten op als het gaat om het bestrijden van kansenongelijkheid in het onderwijs. “Ik hoop dat de inspiratie die we opdoen leidt tot concrete ideeën en onze 25 departementen dit centrale thema verder invulling geven.” In de richting van het aanwezige D66-Tweede Kamerlid (en voormalig wiskundedocent) Paul van Meenen zegt hij: “D66 heeft zich hard geweerd tegen bezuinigingen in het onderwijsmaar om politiek te scoren moet je eigenlijk de andere kant uitgaan en heel hard vechten voor meer investeringen in het onderwijs. En daarbij denken aan de leraarwant die heeft impact op jouw (klein)kind.”
Mannaerts sluit met deze mini-reflectie het boeiende debat af in het Hodson Huishet prachtige gebouw aan het Spaarne van de in 1752 opgerichte Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappenwaaruit in 1777 de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel – “de doeners”aldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholenook nadat de laatste bel is gegaanhun taak overnemenzo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publieken kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleidingterwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”zegt Van Meenendie ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgevenwaardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.
Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis waswist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonkhoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijsaldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholenook nadat de laatste bel is gegaanhun taak overnemenzo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publieken kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleidingterwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”zegt Van Meenendie ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgevenwaardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.
Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis waswist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonkhoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijsis eindverantwoordelijk voor het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ en toont met cijfers aan hoe bepalend de ouderrol is. “Omdat het naar mijn idee met de kansengelijkheid voor kinderen de verkeerde kant opginghebben we daarnaar onderzoek gedaan.” Bij kinderen met gemiddeld hetzelfde IQgemeten op 10-jarige leeftijdis vijftien jaar later gekeken waar zij waren uitgekomen. “Kinderen met een hogere opleiding (hbo of wetenschappelijk onderwijs)hadden twee keer zo vaak hoog opgeleide ouders. Datzelfde gigantische verschil geldt voor jongeren die naar de middelbare school gaan. Degenen met hoger opgeleide ouders hebben een twee keer zo grote kans naar het vwo te gaan.” Dat komt doordat deze ouders vaker voorlezenhun kinderen in contact brengen met cultuur en veel meer (kunnen) uitgeven aan bijvoorbeeld bijlessen. “De laatste tijd neemt de kans op ongelijkheid snel toe. De kansenongelijkheid in de samenlevingdus ook in het onderwijsis de laatste vijf jaar verdubbeld.”
Voorschoolse educatie
Jonk merkt op dat andere landen iets aan de ongelijkheid doen door zoveel mogelijk te investeren in de voorschoolse fasemaar dat is in Nederland heel ingewikkeld vanwege de vele verschillende voorzieningen. Ursie Lambrechtsdie spreekt vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en als Tweede Kamerlid de portefeuille onderwijs hadhoudt niet van de onvermijdelijkheid der dingen en kiest voor het bestrijden van ongelijkheid. Zij is het met Jonk eens dat de vroegschoolse educatie“waar we al twintig jaar mee bezig zijn”aldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholenook nadat de laatste bel is gegaanhun taak overnemenzo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publieken kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleidingterwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”zegt Van Meenendie ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgevenwaardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.
Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis waswist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonkhoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijsis eindverantwoordelijk voor het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ en toont met cijfers aan hoe bepalend de ouderrol is. “Omdat het naar mijn idee met de kansengelijkheid voor kinderen de verkeerde kant opginghebben we daarnaar onderzoek gedaan.” Bij kinderen met gemiddeld hetzelfde IQgemeten op 10-jarige leeftijdis vijftien jaar later gekeken waar zij waren uitgekomen. “Kinderen met een hogere opleiding (hbo of wetenschappelijk onderwijs)hadden twee keer zo vaak hoog opgeleide ouders. Datzelfde gigantische verschil geldt voor jongeren die naar de middelbare school gaan. Degenen met hoger opgeleide ouders hebben een twee keer zo grote kans naar het vwo te gaan.” Dat komt doordat deze ouders vaker voorlezenhun kinderen in contact brengen met cultuur en veel meer (kunnen) uitgeven aan bijvoorbeeld bijlessen. “De laatste tijd neemt de kans op ongelijkheid snel toe. De kansenongelijkheid in de samenlevingdus ook in het onderwijsis de laatste vijf jaar verdubbeld.”
Voorschoolse educatie
Jonk merkt op dat andere landen iets aan de ongelijkheid doen door zoveel mogelijk te investeren in de voorschoolse fasemaar dat is in Nederland heel ingewikkeld vanwege de vele verschillende voorzieningen. Ursie Lambrechtsdie spreekt vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en als Tweede Kamerlid de portefeuille onderwijs hadhoudt niet van de onvermijdelijkheid der dingen en kiest voor het bestrijden van ongelijkheid. Zij is het met Jonk eens dat de vroegschoolse educatie“waar we al twintig jaar mee bezig zijn”niet het gewenste effect heeft gehad. “Er moet één goede basisvoorziening voor alle kinderen komen. Iedereen is het daarover eenstoch lukt het niet dat vreemde gesegmenteerde systeem te doorbreken. Het schiet niet op.” Lambrechts vindt ook de gewichtenregeling niet meer van deze tijd. “Scholen krijgen extra geld om kinderen van laag opgeleide ouders te begeleiden. De regeling wordt echter steeds verder aangescherptwaardoor alleen kinderen van zeer laag opgeleide ouders nog in aanmerking komen.” Een ander puntwaar een groot deel van de zaal het mee eens isis dat kinderen veel te vroeg moeten kiezen. 12 jaar is te jonghet moet 16 zijn volgens een aantal deelnemers aan de discussiezoals in Amerikawaar kinderen na het basisonderwijs eerst naar een middenschool gaan en daardoor ook langer in een vertrouwde omgeving blijven.
Ondernemers
Ondernemer Cedric Muchall reageert vanuit de zaal op de stelling ‘Het is onze eigen schuld dat kinderen van lager opgeleide ouders minder kansen hebbenwant wij hebben het onderwijs zo ingericht’. Hij mist de rol van de ondernemers in de discussie. “Het gaat steeds over wat de overheid en de onderwijsinstellingen zouden moeten doenmaar het is belangrijk dat ondernemers zich bewust zijn van het probleem en beseffen dat zij urgent iets aan de negatieve gevolgen ervan moeten doen. Als jong digitaal bedrijf met 25 collega’s kost het veel moeite talent te vindendus vinden we dat we jongeren zelf moeten kunnen opleiden. Dat kan niet. Uit ons contact met onderwijsinstellingen blijkt dat veel jongeren geen perspectief hebben en denken dat met internet werkenwat ze graag willenaldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholenook nadat de laatste bel is gegaanhun taak overnemenzo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publieken kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleidingterwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”zegt Van Meenendie ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgevenwaardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.
Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis waswist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonkhoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijsis eindverantwoordelijk voor het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ en toont met cijfers aan hoe bepalend de ouderrol is. “Omdat het naar mijn idee met de kansengelijkheid voor kinderen de verkeerde kant opginghebben we daarnaar onderzoek gedaan.” Bij kinderen met gemiddeld hetzelfde IQgemeten op 10-jarige leeftijdis vijftien jaar later gekeken waar zij waren uitgekomen. “Kinderen met een hogere opleiding (hbo of wetenschappelijk onderwijs)hadden twee keer zo vaak hoog opgeleide ouders. Datzelfde gigantische verschil geldt voor jongeren die naar de middelbare school gaan. Degenen met hoger opgeleide ouders hebben een twee keer zo grote kans naar het vwo te gaan.” Dat komt doordat deze ouders vaker voorlezenhun kinderen in contact brengen met cultuur en veel meer (kunnen) uitgeven aan bijvoorbeeld bijlessen. “De laatste tijd neemt de kans op ongelijkheid snel toe. De kansenongelijkheid in de samenlevingdus ook in het onderwijsis de laatste vijf jaar verdubbeld.”
Voorschoolse educatie
Jonk merkt op dat andere landen iets aan de ongelijkheid doen door zoveel mogelijk te investeren in de voorschoolse fasemaar dat is in Nederland heel ingewikkeld vanwege de vele verschillende voorzieningen. Ursie Lambrechtsdie spreekt vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en als Tweede Kamerlid de portefeuille onderwijs hadhoudt niet van de onvermijdelijkheid der dingen en kiest voor het bestrijden van ongelijkheid. Zij is het met Jonk eens dat de vroegschoolse educatie“waar we al twintig jaar mee bezig zijn”niet het gewenste effect heeft gehad. “Er moet één goede basisvoorziening voor alle kinderen komen. Iedereen is het daarover eenstoch lukt het niet dat vreemde gesegmenteerde systeem te doorbreken. Het schiet niet op.” Lambrechts vindt ook de gewichtenregeling niet meer van deze tijd. “Scholen krijgen extra geld om kinderen van laag opgeleide ouders te begeleiden. De regeling wordt echter steeds verder aangescherptwaardoor alleen kinderen van zeer laag opgeleide ouders nog in aanmerking komen.” Een ander puntwaar een groot deel van de zaal het mee eens isis dat kinderen veel te vroeg moeten kiezen. 12 jaar is te jonghet moet 16 zijn volgens een aantal deelnemers aan de discussiezoals in Amerikawaar kinderen na het basisonderwijs eerst naar een middenschool gaan en daardoor ook langer in een vertrouwde omgeving blijven.
Ondernemers
Ondernemer Cedric Muchall reageert vanuit de zaal op de stelling ‘Het is onze eigen schuld dat kinderen van lager opgeleide ouders minder kansen hebbenwant wij hebben het onderwijs zo ingericht’. Hij mist de rol van de ondernemers in de discussie. “Het gaat steeds over wat de overheid en de onderwijsinstellingen zouden moeten doenmaar het is belangrijk dat ondernemers zich bewust zijn van het probleem en beseffen dat zij urgent iets aan de negatieve gevolgen ervan moeten doen. Als jong digitaal bedrijf met 25 collega’s kost het veel moeite talent te vindendus vinden we dat we jongeren zelf moeten kunnen opleiden. Dat kan niet. Uit ons contact met onderwijsinstellingen blijkt dat veel jongeren geen perspectief hebben en denken dat met internet werkenwat ze graag willeneen ver van hun bed show is. Voor hen is er ook plaatsmaar dan moeten wij daarin wel worden gefaciliteerd.” Guido Walravendie mede vanuit zijn betrokkenheid bij het landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen veel kennis van kansen(on)gelijkheid heeftvindt dat de maatschappij het zich niet kan veroorloven alleen te kijken naar cognitieve vakkenmaar vergeet het talent van kinderen te ontwikkelen. Meenen zegt daar later over: “Het kan toch niet dat een danstalent niet wordt toegelaten tot de dansopleidingomdat hij een rekentoets niet heeft gehaald. Dat gebeurt. Als rector heb ik meegemaakt dat leerlingen met een havo-advies bij mij kwamen omdat ze graag banketbakker wilden worden. Dan zakken ze meteen een niveau of twee en ben je aan de beurt als je dat als school mogelijk maakt. Daar zijn we niet op ingericht.”
Emancipatiemachine
Walraven: “Als de kansenongelijkheid toeneemt zitten we met elkaar op het verkeerde spoor.” Hij constateert dat de emancipatiemachine (die ervoor moet zorgen dat alle jongeren dezelfde kansen krijgen) stokt. “We moeten niet verder bezuinigenmaar met elkaar stevig en duurzaam investeren om die machine aan de praat te houden. Niet alleen de politiekmaar ook het onderwijs en ondernemers moeten keuzes maken en investeren. Met financieel kapitaal om de achterstand te bestrijdenmaar ook met sociaal kapitaal. Minder kansrijke jongeren kunnen zonder ondersteunend netwerk geen toekomstbeeld vormen dat ze kunnen nastreven. Ondernemers kunnen hier een rol spelendoor als mentor op te treden voor jongeren die uit hun eigen omgeving geen steun krijgen en ook stageplekken te verlenen aan jongeren met bepaalde achternamen. Daar ligt een uitdaging voor ondernemersdie daarin het verschil kunnen maken.”
Louise Gunningsinds kort voorzitter van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappenaldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholenook nadat de laatste bel is gegaanhun taak overnemenzo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publieken kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleidingterwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”zegt Van Meenendie ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgevenwaardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.
Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis waswist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonkhoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijsis eindverantwoordelijk voor het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ en toont met cijfers aan hoe bepalend de ouderrol is. “Omdat het naar mijn idee met de kansengelijkheid voor kinderen de verkeerde kant opginghebben we daarnaar onderzoek gedaan.” Bij kinderen met gemiddeld hetzelfde IQgemeten op 10-jarige leeftijdis vijftien jaar later gekeken waar zij waren uitgekomen. “Kinderen met een hogere opleiding (hbo of wetenschappelijk onderwijs)hadden twee keer zo vaak hoog opgeleide ouders. Datzelfde gigantische verschil geldt voor jongeren die naar de middelbare school gaan. Degenen met hoger opgeleide ouders hebben een twee keer zo grote kans naar het vwo te gaan.” Dat komt doordat deze ouders vaker voorlezenhun kinderen in contact brengen met cultuur en veel meer (kunnen) uitgeven aan bijvoorbeeld bijlessen. “De laatste tijd neemt de kans op ongelijkheid snel toe. De kansenongelijkheid in de samenlevingdus ook in het onderwijsis de laatste vijf jaar verdubbeld.”
Voorschoolse educatie
Jonk merkt op dat andere landen iets aan de ongelijkheid doen door zoveel mogelijk te investeren in de voorschoolse fasemaar dat is in Nederland heel ingewikkeld vanwege de vele verschillende voorzieningen. Ursie Lambrechtsdie spreekt vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en als Tweede Kamerlid de portefeuille onderwijs hadhoudt niet van de onvermijdelijkheid der dingen en kiest voor het bestrijden van ongelijkheid. Zij is het met Jonk eens dat de vroegschoolse educatie“waar we al twintig jaar mee bezig zijn”niet het gewenste effect heeft gehad. “Er moet één goede basisvoorziening voor alle kinderen komen. Iedereen is het daarover eenstoch lukt het niet dat vreemde gesegmenteerde systeem te doorbreken. Het schiet niet op.” Lambrechts vindt ook de gewichtenregeling niet meer van deze tijd. “Scholen krijgen extra geld om kinderen van laag opgeleide ouders te begeleiden. De regeling wordt echter steeds verder aangescherptwaardoor alleen kinderen van zeer laag opgeleide ouders nog in aanmerking komen.” Een ander puntwaar een groot deel van de zaal het mee eens isis dat kinderen veel te vroeg moeten kiezen. 12 jaar is te jonghet moet 16 zijn volgens een aantal deelnemers aan de discussiezoals in Amerikawaar kinderen na het basisonderwijs eerst naar een middenschool gaan en daardoor ook langer in een vertrouwde omgeving blijven.
Ondernemers
Ondernemer Cedric Muchall reageert vanuit de zaal op de stelling ‘Het is onze eigen schuld dat kinderen van lager opgeleide ouders minder kansen hebbenwant wij hebben het onderwijs zo ingericht’. Hij mist de rol van de ondernemers in de discussie. “Het gaat steeds over wat de overheid en de onderwijsinstellingen zouden moeten doenmaar het is belangrijk dat ondernemers zich bewust zijn van het probleem en beseffen dat zij urgent iets aan de negatieve gevolgen ervan moeten doen. Als jong digitaal bedrijf met 25 collega’s kost het veel moeite talent te vindendus vinden we dat we jongeren zelf moeten kunnen opleiden. Dat kan niet. Uit ons contact met onderwijsinstellingen blijkt dat veel jongeren geen perspectief hebben en denken dat met internet werkenwat ze graag willeneen ver van hun bed show is. Voor hen is er ook plaatsmaar dan moeten wij daarin wel worden gefaciliteerd.” Guido Walravendie mede vanuit zijn betrokkenheid bij het landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen veel kennis van kansen(on)gelijkheid heeftvindt dat de maatschappij het zich niet kan veroorloven alleen te kijken naar cognitieve vakkenmaar vergeet het talent van kinderen te ontwikkelen. Meenen zegt daar later over: “Het kan toch niet dat een danstalent niet wordt toegelaten tot de dansopleidingomdat hij een rekentoets niet heeft gehaald. Dat gebeurt. Als rector heb ik meegemaakt dat leerlingen met een havo-advies bij mij kwamen omdat ze graag banketbakker wilden worden. Dan zakken ze meteen een niveau of twee en ben je aan de beurt als je dat als school mogelijk maakt. Daar zijn we niet op ingericht.”
Emancipatiemachine
Walraven: “Als de kansenongelijkheid toeneemt zitten we met elkaar op het verkeerde spoor.” Hij constateert dat de emancipatiemachine (die ervoor moet zorgen dat alle jongeren dezelfde kansen krijgen) stokt. “We moeten niet verder bezuinigenmaar met elkaar stevig en duurzaam investeren om die machine aan de praat te houden. Niet alleen de politiekmaar ook het onderwijs en ondernemers moeten keuzes maken en investeren. Met financieel kapitaal om de achterstand te bestrijdenmaar ook met sociaal kapitaal. Minder kansrijke jongeren kunnen zonder ondersteunend netwerk geen toekomstbeeld vormen dat ze kunnen nastreven. Ondernemers kunnen hier een rol spelendoor als mentor op te treden voor jongeren die uit hun eigen omgeving geen steun krijgen en ook stageplekken te verlenen aan jongeren met bepaalde achternamen. Daar ligt een uitdaging voor ondernemersdie daarin het verschil kunnen maken.”
Louise Gunningsinds kort voorzitter van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappenspreekt vanuit haar ervaring binnen de Universiteit en de Hoge School van Amsterdam over het hebben van kansen en het behalen van resultaten in het wo en hbo. Over mensen die alle hordes tot en met het vwo al hebben overwonnen. Door het statusverschil dat nog steeds bestaat tussen hbo en wetenschappelijk onderwijs willen ouders graag dat hun kinderen na het vwo naar de universiteit gaanterwijl een hbo-opleiding de goede algemene vorming geeft die jongeren nodig hebben als ze ondernemer willen worden of in de publieke sector willen werken. Die houding zorgt ervoor dat veel studenten al in het eerste jaar van de universiteit afhaken. “Niet omdat ze niet slim genoeg zijnze hebben allemaal een vwo-diplomamaat door ons egalitaire onderwijssysteem dat het onderwijs niet goed aanbiedt. Daarom is het goed dat er matchingweken zijnwaar scholieren kunnen ontdekken of de studierichting van hun voorkeur dat in werkelijkheid ook is.” Gunning pleit ook voor een beter functionerende lerarenopleiding op hoger niveau.
Jeroen Goes is vanaf 2000 schoolleider en inmiddels directeur van de bijzondere basisschool ‘De Werkplaats Kindergemeenschap’ (opgericht door Kees Boeke) en houdt hij zich bezig met ‘het anders willen én durven doen’ en het benutten van de unieke talenten van kinderen. “Niet zo gek dat er ongelijkheid is. Nederland heeft de meeste thuiszitters van Europa. Soms zijn dat heel slimme kinderendie misschien best goed terechtkomenmaar ze zijn niet in staat onderwijs te volgen. Het onderwijs kan hen niet bieden wat ze nodig hebben. De opdracht daar wat aan te doen ligt bij het onderwijs zelf. Kinderen die de taal niet vaardig zijn komen niet goed aan de bak. 10 procent van de basisschoolleerlingen is functioneel analfabeet en heeft een flinke achterstand. Dat zit niet alleen in bepaalde wijken of afkomstmaar heeft ook te maken met het reguliere onderwijs. Dat moet ook zelf veranderen.”
Petje af
Walter Roza maakt vanaf 29 juni – “als de leden het ermee eens zijn” – deel uit van het landelijk bestuur van De Maatschappij. Hij komt uit het onderwijs en is bestuurder en mede-initiatiefnemer van stichting Petje afdie al zo’n tien jaar weekendscholen exploiteert. Jongeren van 10-14 jaar die in achterstandssituaties verkeren krijgen daar 28 zondagen per jaar de kans hun talenten te ontwikkelen en hun wereld te vergroten. Dat levert hen een beter toekomstperspectief en meer kansen op de arbeidsmarkt op. Het is een van de methoden om de kansenongelijkheid tegen te gaanmaar Roza kijkt uit naar het moment dat de stichting kan worden uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en het creëren van gelijke kansen voor alle leerlingen onderdeel is van het reguliere onderwijs. Tot het zover is rolt Petje af deze formule samen met de departementen van De Maatschappij landelijk uit. Roza: “Ik hoop dat onderwijsondernemers en overheid ervoor zorgen dat er wat gebeurtwant eigenlijk is schandalig dat een stichting als Petje af er moet zijn.” Voorlopig is dit werk echter wel noodzakelijk. Samen met de ‘founding partners’ Stichting Kinderpostzegelsaldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholenook nadat de laatste bel is gegaanhun taak overnemenzo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publieken kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleidingterwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”zegt Van Meenendie ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgevenwaardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.
Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis waswist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonkhoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijsis eindverantwoordelijk voor het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ en toont met cijfers aan hoe bepalend de ouderrol is. “Omdat het naar mijn idee met de kansengelijkheid voor kinderen de verkeerde kant opginghebben we daarnaar onderzoek gedaan.” Bij kinderen met gemiddeld hetzelfde IQgemeten op 10-jarige leeftijdis vijftien jaar later gekeken waar zij waren uitgekomen. “Kinderen met een hogere opleiding (hbo of wetenschappelijk onderwijs)hadden twee keer zo vaak hoog opgeleide ouders. Datzelfde gigantische verschil geldt voor jongeren die naar de middelbare school gaan. Degenen met hoger opgeleide ouders hebben een twee keer zo grote kans naar het vwo te gaan.” Dat komt doordat deze ouders vaker voorlezenhun kinderen in contact brengen met cultuur en veel meer (kunnen) uitgeven aan bijvoorbeeld bijlessen. “De laatste tijd neemt de kans op ongelijkheid snel toe. De kansenongelijkheid in de samenlevingdus ook in het onderwijsis de laatste vijf jaar verdubbeld.”
Voorschoolse educatie
Jonk merkt op dat andere landen iets aan de ongelijkheid doen door zoveel mogelijk te investeren in de voorschoolse fasemaar dat is in Nederland heel ingewikkeld vanwege de vele verschillende voorzieningen. Ursie Lambrechtsdie spreekt vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en als Tweede Kamerlid de portefeuille onderwijs hadhoudt niet van de onvermijdelijkheid der dingen en kiest voor het bestrijden van ongelijkheid. Zij is het met Jonk eens dat de vroegschoolse educatie“waar we al twintig jaar mee bezig zijn”niet het gewenste effect heeft gehad. “Er moet één goede basisvoorziening voor alle kinderen komen. Iedereen is het daarover eenstoch lukt het niet dat vreemde gesegmenteerde systeem te doorbreken. Het schiet niet op.” Lambrechts vindt ook de gewichtenregeling niet meer van deze tijd. “Scholen krijgen extra geld om kinderen van laag opgeleide ouders te begeleiden. De regeling wordt echter steeds verder aangescherptwaardoor alleen kinderen van zeer laag opgeleide ouders nog in aanmerking komen.” Een ander puntwaar een groot deel van de zaal het mee eens isis dat kinderen veel te vroeg moeten kiezen. 12 jaar is te jonghet moet 16 zijn volgens een aantal deelnemers aan de discussiezoals in Amerikawaar kinderen na het basisonderwijs eerst naar een middenschool gaan en daardoor ook langer in een vertrouwde omgeving blijven.
Ondernemers
Ondernemer Cedric Muchall reageert vanuit de zaal op de stelling ‘Het is onze eigen schuld dat kinderen van lager opgeleide ouders minder kansen hebbenwant wij hebben het onderwijs zo ingericht’. Hij mist de rol van de ondernemers in de discussie. “Het gaat steeds over wat de overheid en de onderwijsinstellingen zouden moeten doenmaar het is belangrijk dat ondernemers zich bewust zijn van het probleem en beseffen dat zij urgent iets aan de negatieve gevolgen ervan moeten doen. Als jong digitaal bedrijf met 25 collega’s kost het veel moeite talent te vindendus vinden we dat we jongeren zelf moeten kunnen opleiden. Dat kan niet. Uit ons contact met onderwijsinstellingen blijkt dat veel jongeren geen perspectief hebben en denken dat met internet werkenwat ze graag willeneen ver van hun bed show is. Voor hen is er ook plaatsmaar dan moeten wij daarin wel worden gefaciliteerd.” Guido Walravendie mede vanuit zijn betrokkenheid bij het landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen veel kennis van kansen(on)gelijkheid heeftvindt dat de maatschappij het zich niet kan veroorloven alleen te kijken naar cognitieve vakkenmaar vergeet het talent van kinderen te ontwikkelen. Meenen zegt daar later over: “Het kan toch niet dat een danstalent niet wordt toegelaten tot de dansopleidingomdat hij een rekentoets niet heeft gehaald. Dat gebeurt. Als rector heb ik meegemaakt dat leerlingen met een havo-advies bij mij kwamen omdat ze graag banketbakker wilden worden. Dan zakken ze meteen een niveau of twee en ben je aan de beurt als je dat als school mogelijk maakt. Daar zijn we niet op ingericht.”
Emancipatiemachine
Walraven: “Als de kansenongelijkheid toeneemt zitten we met elkaar op het verkeerde spoor.” Hij constateert dat de emancipatiemachine (die ervoor moet zorgen dat alle jongeren dezelfde kansen krijgen) stokt. “We moeten niet verder bezuinigenmaar met elkaar stevig en duurzaam investeren om die machine aan de praat te houden. Niet alleen de politiekmaar ook het onderwijs en ondernemers moeten keuzes maken en investeren. Met financieel kapitaal om de achterstand te bestrijdenmaar ook met sociaal kapitaal. Minder kansrijke jongeren kunnen zonder ondersteunend netwerk geen toekomstbeeld vormen dat ze kunnen nastreven. Ondernemers kunnen hier een rol spelendoor als mentor op te treden voor jongeren die uit hun eigen omgeving geen steun krijgen en ook stageplekken te verlenen aan jongeren met bepaalde achternamen. Daar ligt een uitdaging voor ondernemersdie daarin het verschil kunnen maken.”
Louise Gunningsinds kort voorzitter van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappenspreekt vanuit haar ervaring binnen de Universiteit en de Hoge School van Amsterdam over het hebben van kansen en het behalen van resultaten in het wo en hbo. Over mensen die alle hordes tot en met het vwo al hebben overwonnen. Door het statusverschil dat nog steeds bestaat tussen hbo en wetenschappelijk onderwijs willen ouders graag dat hun kinderen na het vwo naar de universiteit gaanterwijl een hbo-opleiding de goede algemene vorming geeft die jongeren nodig hebben als ze ondernemer willen worden of in de publieke sector willen werken. Die houding zorgt ervoor dat veel studenten al in het eerste jaar van de universiteit afhaken. “Niet omdat ze niet slim genoeg zijnze hebben allemaal een vwo-diplomamaat door ons egalitaire onderwijssysteem dat het onderwijs niet goed aanbiedt. Daarom is het goed dat er matchingweken zijnwaar scholieren kunnen ontdekken of de studierichting van hun voorkeur dat in werkelijkheid ook is.” Gunning pleit ook voor een beter functionerende lerarenopleiding op hoger niveau.
Jeroen Goes is vanaf 2000 schoolleider en inmiddels directeur van de bijzondere basisschool ‘De Werkplaats Kindergemeenschap’ (opgericht door Kees Boeke) en houdt hij zich bezig met ‘het anders willen én durven doen’ en het benutten van de unieke talenten van kinderen. “Niet zo gek dat er ongelijkheid is. Nederland heeft de meeste thuiszitters van Europa. Soms zijn dat heel slimme kinderendie misschien best goed terechtkomenmaar ze zijn niet in staat onderwijs te volgen. Het onderwijs kan hen niet bieden wat ze nodig hebben. De opdracht daar wat aan te doen ligt bij het onderwijs zelf. Kinderen die de taal niet vaardig zijn komen niet goed aan de bak. 10 procent van de basisschoolleerlingen is functioneel analfabeet en heeft een flinke achterstand. Dat zit niet alleen in bepaalde wijken of afkomstmaar heeft ook te maken met het reguliere onderwijs. Dat moet ook zelf veranderen.”
Petje af
Walter Roza maakt vanaf 29 juni – “als de leden het ermee eens zijn” – deel uit van het landelijk bestuur van De Maatschappij. Hij komt uit het onderwijs en is bestuurder en mede-initiatiefnemer van stichting Petje afdie al zo’n tien jaar weekendscholen exploiteert. Jongeren van 10-14 jaar die in achterstandssituaties verkeren krijgen daar 28 zondagen per jaar de kans hun talenten te ontwikkelen en hun wereld te vergroten. Dat levert hen een beter toekomstperspectief en meer kansen op de arbeidsmarkt op. Het is een van de methoden om de kansenongelijkheid tegen te gaanmaar Roza kijkt uit naar het moment dat de stichting kan worden uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en het creëren van gelijke kansen voor alle leerlingen onderdeel is van het reguliere onderwijs. Tot het zover is rolt Petje af deze formule samen met de departementen van De Maatschappij landelijk uit. Roza: “Ik hoop dat onderwijsondernemers en overheid ervoor zorgen dat er wat gebeurtwant eigenlijk is schandalig dat een stichting als Petje af er moet zijn.” Voorlopig is dit werk echter wel noodzakelijk. Samen met de ‘founding partners’ Stichting KinderpostzegelsOranje Fonds en De Maatschappij streeft Petje af naar een locatie in elke buurt. Een kleinschalige voorziening die het verschil voor kinderen maakt. Daarom rolt zij haar formule de komende jaren verder uit met als doel het vergroten van de landelijke impact voor kinderen. Leden van De Maatschappij kunnen met een kleine investering in tijd veel betekenen voor de lokale vestigingendoor bijvoorbeeld zitting te nemen in een bestuur of een gastles te verzorgen. Het netwerk van de leden is van groot belang voor de kinderen.
Roza heeft dan ook met veel plezier het voortouw genomen bij het organiseren van het Spaarne debat. “Onderwijs en gelijke kansen hebben al een prominente plaats in onze discussie over het Perspectief voor Nederland. Nu hebben we daar een uitroepteken achter gezet en kunnen we het thema vanuit verschillende hoeken aanscherpen en werken aan een breder vervolg.” Dat komt er zekergezien het enthousiasme en de belangstelling van de vele aanwezige leden van De Maatschappijonder wie een flink aantal vertegenwoordigers van het onderwijs. Tijdens de hele bijeenkomst komen ze voortdurend met vragen en ideeën en vertellen ze presentatrice Marlies Claasen graag over de kansen die zij hebben gekregen van hun al dan niet hoog opgeleide ouders. Ze gaan daardoor zelfs later aan de borrel en ook daar laat het onderwerp hen niet los.
Nico van Grieken lid Raad van Advieswas bij deze bijeenkomst aanwezig en heeft hierover een interessant blog geschreven. Klik hier voor zijn blog.
Tekst: Jacques Geluk
Foto's: Hilde de Wolf
aldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholenook nadat de laatste bel is gegaanhun taak overnemenzo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publieken kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleidingterwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”zegt Van Meenendie ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgevenwaardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.
Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis waswist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonkhoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijsis eindverantwoordelijk voor het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ en toont met cijfers aan hoe bepalend de ouderrol is. “Omdat het naar mijn idee met de kansengelijkheid voor kinderen de verkeerde kant opginghebben we daarnaar onderzoek gedaan.” Bij kinderen met gemiddeld hetzelfde IQgemeten op 10-jarige leeftijdis vijftien jaar later gekeken waar zij waren uitgekomen. “Kinderen met een hogere opleiding (hbo of wetenschappelijk onderwijs)hadden twee keer zo vaak hoog opgeleide ouders. Datzelfde gigantische verschil geldt voor jongeren die naar de middelbare school gaan. Degenen met hoger opgeleide ouders hebben een twee keer zo grote kans naar het vwo te gaan.” Dat komt doordat deze ouders vaker voorlezenhun kinderen in contact brengen met cultuur en veel meer (kunnen) uitgeven aan bijvoorbeeld bijlessen. “De laatste tijd neemt de kans op ongelijkheid snel toe. De kansenongelijkheid in de samenlevingdus ook in het onderwijsis de laatste vijf jaar verdubbeld.”
Voorschoolse educatie
Jonk merkt op dat andere landen iets aan de ongelijkheid doen door zoveel mogelijk te investeren in de voorschoolse fasemaar dat is in Nederland heel ingewikkeld vanwege de vele verschillende voorzieningen. Ursie Lambrechtsdie spreekt vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en als Tweede Kamerlid de portefeuille onderwijs hadhoudt niet van de onvermijdelijkheid der dingen en kiest voor het bestrijden van ongelijkheid. Zij is het met Jonk eens dat de vroegschoolse educatie“waar we al twintig jaar mee bezig zijn”niet het gewenste effect heeft gehad. “Er moet één goede basisvoorziening voor alle kinderen komen. Iedereen is het daarover eenstoch lukt het niet dat vreemde gesegmenteerde systeem te doorbreken. Het schiet niet op.” Lambrechts vindt ook de gewichtenregeling niet meer van deze tijd. “Scholen krijgen extra geld om kinderen van laag opgeleide ouders te begeleiden. De regeling wordt echter steeds verder aangescherptwaardoor alleen kinderen van zeer laag opgeleide ouders nog in aanmerking komen.” Een ander puntwaar een groot deel van de zaal het mee eens isis dat kinderen veel te vroeg moeten kiezen. 12 jaar is te jonghet moet 16 zijn volgens een aantal deelnemers aan de discussiezoals in Amerikawaar kinderen na het basisonderwijs eerst naar een middenschool gaan en daardoor ook langer in een vertrouwde omgeving blijven.
Ondernemers
Ondernemer Cedric Muchall reageert vanuit de zaal op de stelling ‘Het is onze eigen schuld dat kinderen van lager opgeleide ouders minder kansen hebbenwant wij hebben het onderwijs zo ingericht’. Hij mist de rol van de ondernemers in de discussie. “Het gaat steeds over wat de overheid en de onderwijsinstellingen zouden moeten doenmaar het is belangrijk dat ondernemers zich bewust zijn van het probleem en beseffen dat zij urgent iets aan de negatieve gevolgen ervan moeten doen. Als jong digitaal bedrijf met 25 collega’s kost het veel moeite talent te vindendus vinden we dat we jongeren zelf moeten kunnen opleiden. Dat kan niet. Uit ons contact met onderwijsinstellingen blijkt dat veel jongeren geen perspectief hebben en denken dat met internet werkenwat ze graag willeneen ver van hun bed show is. Voor hen is er ook plaatsmaar dan moeten wij daarin wel worden gefaciliteerd.” Guido Walravendie mede vanuit zijn betrokkenheid bij het landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen veel kennis van kansen(on)gelijkheid heeftvindt dat de maatschappij het zich niet kan veroorloven alleen te kijken naar cognitieve vakkenmaar vergeet het talent van kinderen te ontwikkelen. Meenen zegt daar later over: “Het kan toch niet dat een danstalent niet wordt toegelaten tot de dansopleidingomdat hij een rekentoets niet heeft gehaald. Dat gebeurt. Als rector heb ik meegemaakt dat leerlingen met een havo-advies bij mij kwamen omdat ze graag banketbakker wilden worden. Dan zakken ze meteen een niveau of twee en ben je aan de beurt als je dat als school mogelijk maakt. Daar zijn we niet op ingericht.”
Emancipatiemachine
Walraven: “Als de kansenongelijkheid toeneemt zitten we met elkaar op het verkeerde spoor.” Hij constateert dat de emancipatiemachine (die ervoor moet zorgen dat alle jongeren dezelfde kansen krijgen) stokt. “We moeten niet verder bezuinigenmaar met elkaar stevig en duurzaam investeren om die machine aan de praat te houden. Niet alleen de politiekmaar ook het onderwijs en ondernemers moeten keuzes maken en investeren. Met financieel kapitaal om de achterstand te bestrijdenmaar ook met sociaal kapitaal. Minder kansrijke jongeren kunnen zonder ondersteunend netwerk geen toekomstbeeld vormen dat ze kunnen nastreven. Ondernemers kunnen hier een rol spelendoor als mentor op te treden voor jongeren die uit hun eigen omgeving geen steun krijgen en ook stageplekken te verlenen aan jongeren met bepaalde achternamen. Daar ligt een uitdaging voor ondernemersdie daarin het verschil kunnen maken.”
Louise Gunningsinds kort voorzitter van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappenspreekt vanuit haar ervaring binnen de Universiteit en de Hoge School van Amsterdam over het hebben van kansen en het behalen van resultaten in het wo en hbo. Over mensen die alle hordes tot en met het vwo al hebben overwonnen. Door het statusverschil dat nog steeds bestaat tussen hbo en wetenschappelijk onderwijs willen ouders graag dat hun kinderen na het vwo naar de universiteit gaanterwijl een hbo-opleiding de goede algemene vorming geeft die jongeren nodig hebben als ze ondernemer willen worden of in de publieke sector willen werken. Die houding zorgt ervoor dat veel studenten al in het eerste jaar van de universiteit afhaken. “Niet omdat ze niet slim genoeg zijnze hebben allemaal een vwo-diplomamaat door ons egalitaire onderwijssysteem dat het onderwijs niet goed aanbiedt. Daarom is het goed dat er matchingweken zijnwaar scholieren kunnen ontdekken of de studierichting van hun voorkeur dat in werkelijkheid ook is.” Gunning pleit ook voor een beter functionerende lerarenopleiding op hoger niveau.
Jeroen Goes is vanaf 2000 schoolleider en inmiddels directeur van de bijzondere basisschool ‘De Werkplaats Kindergemeenschap’ (opgericht door Kees Boeke) en houdt hij zich bezig met ‘het anders willen én durven doen’ en het benutten van de unieke talenten van kinderen. “Niet zo gek dat er ongelijkheid is. Nederland heeft de meeste thuiszitters van Europa. Soms zijn dat heel slimme kinderendie misschien best goed terechtkomenmaar ze zijn niet in staat onderwijs te volgen. Het onderwijs kan hen niet bieden wat ze nodig hebben. De opdracht daar wat aan te doen ligt bij het onderwijs zelf. Kinderen die de taal niet vaardig zijn komen niet goed aan de bak. 10 procent van de basisschoolleerlingen is functioneel analfabeet en heeft een flinke achterstand. Dat zit niet alleen in bepaalde wijken of afkomstmaar heeft ook te maken met het reguliere onderwijs. Dat moet ook zelf veranderen.”
Petje af
Walter Roza maakt vanaf 29 juni – “als de leden het ermee eens zijn” – deel uit van het landelijk bestuur van De Maatschappij. Hij komt uit het onderwijs en is bestuurder en mede-initiatiefnemer van stichting Petje afdie al zo’n tien jaar weekendscholen exploiteert. Jongeren van 10-14 jaar die in achterstandssituaties verkeren krijgen daar 28 zondagen per jaar de kans hun talenten te ontwikkelen en hun wereld te vergroten. Dat levert hen een beter toekomstperspectief en meer kansen op de arbeidsmarkt op. Het is een van de methoden om de kansenongelijkheid tegen te gaanmaar Roza kijkt uit naar het moment dat de stichting kan worden uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en het creëren van gelijke kansen voor alle leerlingen onderdeel is van het reguliere onderwijs. Tot het zover is rolt Petje af deze formule samen met de departementen van De Maatschappij landelijk uit. Roza: “Ik hoop dat onderwijsondernemers en overheid ervoor zorgen dat er wat gebeurtwant eigenlijk is schandalig dat een stichting als Petje af er moet zijn.” Voorlopig is dit werk echter wel noodzakelijk. Samen met de ‘founding partners’ Stichting KinderpostzegelsOranje Fonds en De Maatschappij streeft Petje af naar een locatie in elke buurt. Een kleinschalige voorziening die het verschil voor kinderen maakt. Daarom rolt zij haar formule de komende jaren verder uit met als doel het vergroten van de landelijke impact voor kinderen. Leden van De Maatschappij kunnen met een kleine investering in tijd veel betekenen voor de lokale vestigingendoor bijvoorbeeld zitting te nemen in een bestuur of een gastles te verzorgen. Het netwerk van de leden is van groot belang voor de kinderen.
Roza heeft dan ook met veel plezier het voortouw genomen bij het organiseren van het Spaarne debat. “Onderwijs en gelijke kansen hebben al een prominente plaats in onze discussie over het Perspectief voor Nederland. Nu hebben we daar een uitroepteken achter gezet en kunnen we het thema vanuit verschillende hoeken aanscherpen en werken aan een breder vervolg.” Dat komt er zekergezien het enthousiasme en de belangstelling van de vele aanwezige leden van De Maatschappijonder wie een flink aantal vertegenwoordigers van het onderwijs. Tijdens de hele bijeenkomst komen ze voortdurend met vragen en ideeën en vertellen ze presentatrice Marlies Claasen graag over de kansen die zij hebben gekregen van hun al dan niet hoog opgeleide ouders. Ze gaan daardoor zelfs later aan de borrel en ook daar laat het onderwerp hen niet los.
Nico van Grieken lid Raad van Advieswas bij deze bijeenkomst aanwezig en heeft hierover een interessant blog geschreven. Klik hier voor zijn blog.
Tekst: Jacques Geluk
Foto's: Hilde de Wolf
aldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholenook nadat de laatste bel is gegaanhun taak overnemenzo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publieken kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleidingterwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”zegt Van Meenendie ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgevenwaardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.
Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis waswist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonkhoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijsis eindverantwoordelijk voor het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ en toont met cijfers aan hoe bepalend de ouderrol is. “Omdat het naar mijn idee met de kansengelijkheid voor kinderen de verkeerde kant opginghebben we daarnaar onderzoek gedaan.” Bij kinderen met gemiddeld hetzelfde IQgemeten op 10-jarige leeftijdis vijftien jaar later gekeken waar zij waren uitgekomen. “Kinderen met een hogere opleiding (hbo of wetenschappelijk onderwijs)hadden twee keer zo vaak hoog opgeleide ouders. Datzelfde gigantische verschil geldt voor jongeren die naar de middelbare school gaan. Degenen met hoger opgeleide ouders hebben een twee keer zo grote kans naar het vwo te gaan.” Dat komt doordat deze ouders vaker voorlezenhun kinderen in contact brengen met cultuur en veel meer (kunnen) uitgeven aan bijvoorbeeld bijlessen. “De laatste tijd neemt de kans op ongelijkheid snel toe. De kansenongelijkheid in de samenlevingdus ook in het onderwijsis de laatste vijf jaar verdubbeld.”
Voorschoolse educatie
Jonk merkt op dat andere landen iets aan de ongelijkheid doen door zoveel mogelijk te investeren in de voorschoolse fasemaar dat is in Nederland heel ingewikkeld vanwege de vele verschillende voorzieningen. Ursie Lambrechtsdie spreekt vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en als Tweede Kamerlid de portefeuille onderwijs hadhoudt niet van de onvermijdelijkheid der dingen en kiest voor het bestrijden van ongelijkheid. Zij is het met Jonk eens dat de vroegschoolse educatie“waar we al twintig jaar mee bezig zijn”niet het gewenste effect heeft gehad. “Er moet één goede basisvoorziening voor alle kinderen komen. Iedereen is het daarover eenstoch lukt het niet dat vreemde gesegmenteerde systeem te doorbreken. Het schiet niet op.” Lambrechts vindt ook de gewichtenregeling niet meer van deze tijd. “Scholen krijgen extra geld om kinderen van laag opgeleide ouders te begeleiden. De regeling wordt echter steeds verder aangescherptwaardoor alleen kinderen van zeer laag opgeleide ouders nog in aanmerking komen.” Een ander puntwaar een groot deel van de zaal het mee eens isis dat kinderen veel te vroeg moeten kiezen. 12 jaar is te jonghet moet 16 zijn volgens een aantal deelnemers aan de discussiezoals in Amerikawaar kinderen na het basisonderwijs eerst naar een middenschool gaan en daardoor ook langer in een vertrouwde omgeving blijven.
Ondernemers
Ondernemer Cedric Muchall reageert vanuit de zaal op de stelling ‘Het is onze eigen schuld dat kinderen van lager opgeleide ouders minder kansen hebbenwant wij hebben het onderwijs zo ingericht’. Hij mist de rol van de ondernemers in de discussie. “Het gaat steeds over wat de overheid en de onderwijsinstellingen zouden moeten doenmaar het is belangrijk dat ondernemers zich bewust zijn van het probleem en beseffen dat zij urgent iets aan de negatieve gevolgen ervan moeten doen. Als jong digitaal bedrijf met 25 collega’s kost het veel moeite talent te vindendus vinden we dat we jongeren zelf moeten kunnen opleiden. Dat kan niet. Uit ons contact met onderwijsinstellingen blijkt dat veel jongeren geen perspectief hebben en denken dat met internet werkenwat ze graag willeneen ver van hun bed show is. Voor hen is er ook plaatsmaar dan moeten wij daarin wel worden gefaciliteerd.” Guido Walravendie mede vanuit zijn betrokkenheid bij het landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen veel kennis van kansen(on)gelijkheid heeftvindt dat de maatschappij het zich niet kan veroorloven alleen te kijken naar cognitieve vakkenmaar vergeet het talent van kinderen te ontwikkelen. Meenen zegt daar later over: “Het kan toch niet dat een danstalent niet wordt toegelaten tot de dansopleidingomdat hij een rekentoets niet heeft gehaald. Dat gebeurt. Als rector heb ik meegemaakt dat leerlingen met een havo-advies bij mij kwamen omdat ze graag banketbakker wilden worden. Dan zakken ze meteen een niveau of twee en ben je aan de beurt als je dat als school mogelijk maakt. Daar zijn we niet op ingericht.”
Emancipatiemachine
Walraven: “Als de kansenongelijkheid toeneemt zitten we met elkaar op het verkeerde spoor.” Hij constateert dat de emancipatiemachine (die ervoor moet zorgen dat alle jongeren dezelfde kansen krijgen) stokt. “We moeten niet verder bezuinigenmaar met elkaar stevig en duurzaam investeren om die machine aan de praat te houden. Niet alleen de politiekmaar ook het onderwijs en ondernemers moeten keuzes maken en investeren. Met financieel kapitaal om de achterstand te bestrijdenmaar ook met sociaal kapitaal. Minder kansrijke jongeren kunnen zonder ondersteunend netwerk geen toekomstbeeld vormen dat ze kunnen nastreven. Ondernemers kunnen hier een rol spelendoor als mentor op te treden voor jongeren die uit hun eigen omgeving geen steun krijgen en ook stageplekken te verlenen aan jongeren met bepaalde achternamen. Daar ligt een uitdaging voor ondernemersdie daarin het verschil kunnen maken.”
Louise Gunningsinds kort voorzitter van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappenspreekt vanuit haar ervaring binnen de Universiteit en de Hoge School van Amsterdam over het hebben van kansen en het behalen van resultaten in het wo en hbo. Over mensen die alle hordes tot en met het vwo al hebben overwonnen. Door het statusverschil dat nog steeds bestaat tussen hbo en wetenschappelijk onderwijs willen ouders graag dat hun kinderen na het vwo naar de universiteit gaanterwijl een hbo-opleiding de goede algemene vorming geeft die jongeren nodig hebben als ze ondernemer willen worden of in de publieke sector willen werken. Die houding zorgt ervoor dat veel studenten al in het eerste jaar van de universiteit afhaken. “Niet omdat ze niet slim genoeg zijnze hebben allemaal een vwo-diplomamaat door ons egalitaire onderwijssysteem dat het onderwijs niet goed aanbiedt. Daarom is het goed dat er matchingweken zijnwaar scholieren kunnen ontdekken of de studierichting van hun voorkeur dat in werkelijkheid ook is.” Gunning pleit ook voor een beter functionerende lerarenopleiding op hoger niveau.
Jeroen Goes is vanaf 2000 schoolleider en inmiddels directeur van de bijzondere basisschool ‘De Werkplaats Kindergemeenschap’ (opgericht door Kees Boeke) en houdt hij zich bezig met ‘het anders willen én durven doen’ en het benutten van de unieke talenten van kinderen. “Niet zo gek dat er ongelijkheid is. Nederland heeft de meeste thuiszitters van Europa. Soms zijn dat heel slimme kinderendie misschien best goed terechtkomenmaar ze zijn niet in staat onderwijs te volgen. Het onderwijs kan hen niet bieden wat ze nodig hebben. De opdracht daar wat aan te doen ligt bij het onderwijs zelf. Kinderen die de taal niet vaardig zijn komen niet goed aan de bak. 10 procent van de basisschoolleerlingen is functioneel analfabeet en heeft een flinke achterstand. Dat zit niet alleen in bepaalde wijken of afkomstmaar heeft ook te maken met het reguliere onderwijs. Dat moet ook zelf veranderen.”
Petje af
Walter Roza maakt vanaf 29 juni – “als de leden het ermee eens zijn” – deel uit van het landelijk bestuur van De Maatschappij. Hij komt uit het onderwijs en is bestuurder en mede-initiatiefnemer van stichting Petje afdie al zo’n tien jaar weekendscholen exploiteert. Jongeren van 10-14 jaar die in achterstandssituaties verkeren krijgen daar 28 zondagen per jaar de kans hun talenten te ontwikkelen en hun wereld te vergroten. Dat levert hen een beter toekomstperspectief en meer kansen op de arbeidsmarkt op. Het is een van de methoden om de kansenongelijkheid tegen te gaanmaar Roza kijkt uit naar het moment dat de stichting kan worden uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en het creëren van gelijke kansen voor alle leerlingen onderdeel is van het reguliere onderwijs. Tot het zover is rolt Petje af deze formule samen met de departementen van De Maatschappij landelijk uit. Roza: “Ik hoop dat onderwijsondernemers en overheid ervoor zorgen dat er wat gebeurtwant eigenlijk is schandalig dat een stichting als Petje af er moet zijn.” Voorlopig is dit werk echter wel noodzakelijk. Samen met de ‘founding partners’ Stichting KinderpostzegelsOranje Fonds en De Maatschappij streeft Petje af naar een locatie in elke buurt. Een kleinschalige voorziening die het verschil voor kinderen maakt. Daarom rolt zij haar formule de komende jaren verder uit met als doel het vergroten van de landelijke impact voor kinderen. Leden van De Maatschappij kunnen met een kleine investering in tijd veel betekenen voor de lokale vestigingendoor bijvoorbeeld zitting te nemen in een bestuur of een gastles te verzorgen. Het netwerk van de leden is van groot belang voor de kinderen.
Roza heeft dan ook met veel plezier het voortouw genomen bij het organiseren van het Spaarne debat. “Onderwijs en gelijke kansen hebben al een prominente plaats in onze discussie over het Perspectief voor Nederland. Nu hebben we daar een uitroepteken achter gezet en kunnen we het thema vanuit verschillende hoeken aanscherpen en werken aan een breder vervolg.” Dat komt er zekergezien het enthousiasme en de belangstelling van de vele aanwezige leden van De Maatschappijonder wie een flink aantal vertegenwoordigers van het onderwijs. Tijdens de hele bijeenkomst komen ze voortdurend met vragen en ideeën en vertellen ze presentatrice Marlies Claasen graag over de kansen die zij hebben gekregen van hun al dan niet hoog opgeleide ouders. Ze gaan daardoor zelfs later aan de borrel en ook daar laat het onderwerp hen niet los.
Nico van Grieken lid Raad van Advieswas bij deze bijeenkomst aanwezig en heeft hierover een interessant blog geschreven. Klik hier voor zijn blog.
Tekst: Jacques Geluk
Foto's: Hilde de Wolf
aldus Mannaerts – is ontstaan. De titel van het debat‘Gefeliciteerd met de opleiding van je ouders’komt voort uit de maatschappelijke discussie binnen Perspectief voor Nederland en sluit aan op de acties die De Maatschappij neemt met bijvoorbeeld strategisch initiatief stichting Petje af. Die is ervan overtuigd dat de plek waar de wieg heeft gestaan nooit toekomstige kansen mag bepalen. In werkelijkheid is de opleiding van de ouders echter voor veel kinderen en jongeren nog steeds bepalend voor de kansen die zij krijgen. Als scholenook nadat de laatste bel is gegaanhun taak overnemenzo blijkt uit de verhalen van andere sprekers en het publieken kinderen blijven prikkelen kan dat een positief effect hebben op het wegwerken van ongelijkheid. “Nu gaat Alexander naar pianoles of hockey en krijgt hij huiswerkbegeleidingterwijl Marietje buiten speelt. Niet alle ouders kunnen de begeleidende rol op zich nemen en daardoor ontstaat kansenongelijkheid”zegt Van Meenendie ervoor pleit docenten een dagdeel minder te laten lesgevenwaardoor ze ruimte krijgen voor ontwikkeling.
Luuc Mannaerts weet uit eigen ervaring hoe belangrijk stimulerende ouders zijn. Zij gingen niet akkoord met een mavo- en later havo-advies voor hun pientere zoon. Via de buren kwamen ze in contact met het gymnasium van hun kinderen. Luuc mocht toelatingsexamen doen en voor hij thuis waswist zijn moeder al dat hij was toegelaten. Spreker Arnold Jonkhoofdinspecteur PO en (V)SO van de Inspectie van het Onderwijsis eindverantwoordelijk voor het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ en toont met cijfers aan hoe bepalend de ouderrol is. “Omdat het naar mijn idee met de kansengelijkheid voor kinderen de verkeerde kant opginghebben we daarnaar onderzoek gedaan.” Bij kinderen met gemiddeld hetzelfde IQgemeten op 10-jarige leeftijdis vijftien jaar later gekeken waar zij waren uitgekomen. “Kinderen met een hogere opleiding (hbo of wetenschappelijk onderwijs)hadden twee keer zo vaak hoog opgeleide ouders. Datzelfde gigantische verschil geldt voor jongeren die naar de middelbare school gaan. Degenen met hoger opgeleide ouders hebben een twee keer zo grote kans naar het vwo te gaan.” Dat komt doordat deze ouders vaker voorlezenhun kinderen in contact brengen met cultuur en veel meer (kunnen) uitgeven aan bijvoorbeeld bijlessen. “De laatste tijd neemt de kans op ongelijkheid snel toe. De kansenongelijkheid in de samenlevingdus ook in het onderwijsis de laatste vijf jaar verdubbeld.”
Voorschoolse educatie
Jonk merkt op dat andere landen iets aan de ongelijkheid doen door zoveel mogelijk te investeren in de voorschoolse fasemaar dat is in Nederland heel ingewikkeld vanwege de vele verschillende voorzieningen. Ursie Lambrechtsdie spreekt vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en als Tweede Kamerlid de portefeuille onderwijs hadhoudt niet van de onvermijdelijkheid der dingen en kiest voor het bestrijden van ongelijkheid. Zij is het met Jonk eens dat de vroegschoolse educatie“waar we al twintig jaar mee bezig zijn”niet het gewenste effect heeft gehad. “Er moet één goede basisvoorziening voor alle kinderen komen. Iedereen is het daarover eenstoch lukt het niet dat vreemde gesegmenteerde systeem te doorbreken. Het schiet niet op.” Lambrechts vindt ook de gewichtenregeling niet meer van deze tijd. “Scholen krijgen extra geld om kinderen van laag opgeleide ouders te begeleiden. De regeling wordt echter steeds verder aangescherptwaardoor alleen kinderen van zeer laag opgeleide ouders nog in aanmerking komen.” Een ander puntwaar een groot deel van de zaal het mee eens isis dat kinderen veel te vroeg moeten kiezen. 12 jaar is te jonghet moet 16 zijn volgens een aantal deelnemers aan de discussiezoals in Amerikawaar kinderen na het basisonderwijs eerst naar een middenschool gaan en daardoor ook langer in een vertrouwde omgeving blijven.
Ondernemers
Ondernemer Cedric Muchall reageert vanuit de zaal op de stelling ‘Het is onze eigen schuld dat kinderen van lager opgeleide ouders minder kansen hebbenwant wij hebben het onderwijs zo ingericht’. Hij mist de rol van de ondernemers in de discussie. “Het gaat steeds over wat de overheid en de onderwijsinstellingen zouden moeten doenmaar het is belangrijk dat ondernemers zich bewust zijn van het probleem en beseffen dat zij urgent iets aan de negatieve gevolgen ervan moeten doen. Als jong digitaal bedrijf met 25 collega’s kost het veel moeite talent te vindendus vinden we dat we jongeren zelf moeten kunnen opleiden. Dat kan niet. Uit ons contact met onderwijsinstellingen blijkt dat veel jongeren geen perspectief hebben en denken dat met internet werkenwat ze graag willeneen ver van hun bed show is. Voor hen is er ook plaatsmaar dan moeten wij daarin wel worden gefaciliteerd.” Guido Walravendie mede vanuit zijn betrokkenheid bij het landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen veel kennis van kansen(on)gelijkheid heeftvindt dat de maatschappij het zich niet kan veroorloven alleen te kijken naar cognitieve vakkenmaar vergeet het talent van kinderen te ontwikkelen. Meenen zegt daar later over: “Het kan toch niet dat een danstalent niet wordt toegelaten tot de dansopleidingomdat hij een rekentoets niet heeft gehaald. Dat gebeurt. Als rector heb ik meegemaakt dat leerlingen met een havo-advies bij mij kwamen omdat ze graag banketbakker wilden worden. Dan zakken ze meteen een niveau of twee en ben je aan de beurt als je dat als school mogelijk maakt. Daar zijn we niet op ingericht.”
Emancipatiemachine
Walraven: “Als de kansenongelijkheid toeneemt zitten we met elkaar op het verkeerde spoor.” Hij constateert dat de emancipatiemachine (die ervoor moet zorgen dat alle jongeren dezelfde kansen krijgen) stokt. “We moeten niet verder bezuinigenmaar met elkaar stevig en duurzaam investeren om die machine aan de praat te houden. Niet alleen de politiekmaar ook het onderwijs en ondernemers moeten keuzes maken en investeren. Met financieel kapitaal om de achterstand te bestrijdenmaar ook met sociaal kapitaal. Minder kansrijke jongeren kunnen zonder ondersteunend netwerk geen toekomstbeeld vormen dat ze kunnen nastreven. Ondernemers kunnen hier een rol spelendoor als mentor op te treden voor jongeren die uit hun eigen omgeving geen steun krijgen en ook stageplekken te verlenen aan jongeren met bepaalde achternamen. Daar ligt een uitdaging voor ondernemersdie daarin het verschil kunnen maken.”
Louise Gunningsinds kort voorzitter van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappenspreekt vanuit haar ervaring binnen de Universiteit en de Hoge School van Amsterdam over het hebben van kansen en het behalen van resultaten in het wo en hbo. Over mensen die alle hordes tot en met het vwo al hebben overwonnen. Door het statusverschil dat nog steeds bestaat tussen hbo en wetenschappelijk onderwijs willen ouders graag dat hun kinderen na het vwo naar de universiteit gaanterwijl een hbo-opleiding de goede algemene vorming geeft die jongeren nodig hebben als ze ondernemer willen worden of in de publieke sector willen werken. Die houding zorgt ervoor dat veel studenten al in het eerste jaar van de universiteit afhaken. “Niet omdat ze niet slim genoeg zijnze hebben allemaal een vwo-diplomamaat door ons egalitaire onderwijssysteem dat het onderwijs niet goed aanbiedt. Daarom is het goed dat er matchingweken zijnwaar scholieren kunnen ontdekken of de studierichting van hun voorkeur dat in werkelijkheid ook is.” Gunning pleit ook voor een beter functionerende lerarenopleiding op hoger niveau.
Jeroen Goes is vanaf 2000 schoolleider en inmiddels directeur van de bijzondere basisschool ‘De Werkplaats Kindergemeenschap’ (opgericht door Kees Boeke) en houdt hij zich bezig met ‘het anders willen én durven doen’ en het benutten van de unieke talenten van kinderen. “Niet zo gek dat er ongelijkheid is. Nederland heeft de meeste thuiszitters van Europa. Soms zijn dat heel slimme kinderendie misschien best goed terechtkomenmaar ze zijn niet in staat onderwijs te volgen. Het onderwijs kan hen niet bieden wat ze nodig hebben. De opdracht daar wat aan te doen ligt bij het onderwijs zelf. Kinderen die de taal niet vaardig zijn komen niet goed aan de bak. 10 procent van de basisschoolleerlingen is functioneel analfabeet en heeft een flinke achterstand. Dat zit niet alleen in bepaalde wijken of afkomstmaar heeft ook te maken met het reguliere onderwijs. Dat moet ook zelf veranderen.”
Petje af
Walter Roza maakt vanaf 29 juni – “als de leden het ermee eens zijn” – deel uit van het landelijk bestuur van De Maatschappij. Hij komt uit het onderwijs en is bestuurder en mede-initiatiefnemer van stichting Petje afdie al zo’n tien jaar weekendscholen exploiteert. Jongeren van 10-14 jaar die in achterstandssituaties verkeren krijgen daar 28 zondagen per jaar de kans hun talenten te ontwikkelen en hun wereld te vergroten. Dat levert hen een beter toekomstperspectief en meer kansen op de arbeidsmarkt op. Het is een van de methoden om de kansenongelijkheid tegen te gaanmaar Roza kijkt uit naar het moment dat de stichting kan worden uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel en het creëren van gelijke kansen voor alle leerlingen onderdeel is van het reguliere onderwijs. Tot het zover is rolt Petje af deze formule samen met de departementen van De Maatschappij landelijk uit. Roza: “Ik hoop dat onderwijsondernemers en overheid ervoor zorgen dat er wat gebeurtwant eigenlijk is schandalig dat een stichting als Petje af er moet zijn.” Voorlopig is dit werk echter wel noodzakelijk. Samen met de ‘founding partners’ Stichting KinderpostzegelsOranje Fonds en De Maatschappij streeft Petje af naar een locatie in elke buurt. Een kleinschalige voorziening die het verschil voor kinderen maakt. Daarom rolt zij haar formule de komende jaren verder uit met als doel het vergroten van de landelijke impact voor kinderen. Leden van De Maatschappij kunnen met een kleine investering in tijd veel betekenen voor de lokale vestigingendoor bijvoorbeeld zitting te nemen in een bestuur of een gastles te verzorgen. Het netwerk van de leden is van groot belang voor de kinderen.
Roza heeft dan ook met veel plezier het voortouw genomen bij het organiseren van het Spaarne debat. “Onderwijs en gelijke kansen hebben al een prominente plaats in onze discussie over het Perspectief voor Nederland. Nu hebben we daar een uitroepteken achter gezet en kunnen we het thema vanuit verschillende hoeken aanscherpen en werken aan een breder vervolg.” Dat komt er zekergezien het enthousiasme en de belangstelling van de vele aanwezige leden van De Maatschappijonder wie een flink aantal vertegenwoordigers van het onderwijs. Tijdens de hele bijeenkomst komen ze voortdurend met vragen en ideeën en vertellen ze presentatrice Marlies Claasen graag over de kansen die zij hebben gekregen van hun al dan niet hoog opgeleide ouders. Ze gaan daardoor zelfs later aan de borrel en ook daar laat het onderwerp hen niet los.
Nico van Grieken lid Raad van Advieswas bij deze bijeenkomst aanwezig en heeft hierover een interessant blog geschreven. Klik hier voor zijn blog.
Tekst: Jacques Geluk
Foto's: Hilde de Wolf

Nieuw: Dr. Saal van Zwanenberg Scriptieprijs

Nieuw: Dr. Saal van Zwanenberg Scriptieprijs

' Het bestuur van de Dr. Saal van Zwanenberg Stichting maakt bekend een Prijs van € 3.000- beschikbaar te stellen op het terrein van de farmaceutische en/of medische wetenschappen.
De prijs wordt jaarlijks toegekendin 2016 voor de eerste keer.
De Prijs is bestemd voor een student die een masterscriptie heeft geschreven op het terrein van de farmaceutische en/of medische wetenschappen waarbij het geneesmiddel centraal staat.
Voordrachten kunnen worden ingediend tot en met 28 september.
Meer informatie vindt u in de circulaire.
Vragen? Neemt u dan contact op met het secretariaat van de KHMW via secretaris@khmw.nl of per telefoon 023 5321773.

Jong Talent Prijzen 2016

Jong Talent Prijzen 2016

Dit jaar zijn er maar liefst 61 aanmoedigings- en 13 afstudeerprijzen!
Graag ontvangen wij uw voordracht voor deze jaarlijkse prijzen voor eerstejaars- en masterstudenten uiterlijk 28 september 2016digitaalgericht aan secretaris@khmw.nl
U vindt alle benodigde informatie en de voordrachtformulieren hieronder (Nederlands- en Engelstalige versie).
Naast de prijzen voor Jong Talent is er ook dit jaar weer een prijs voor de biologiedocent met de meest aansprekende serie plantenlessen voor middelbare scholieren. De winnaar krijgt een geheel verzorgde vierdaagse studiereis voor twee personen naar een vestiging van Enza Zaden in het buitenland én gaat samen met de biologieklas op excursie naar Enza Zaden in Enkhuizen. Neemt u voor informatie over deze ENZA ZADEN AWARD contact op met het Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI) via info@nibi.nl
Vragen over de Jong Talent Prijzen? Neemt u dan contact op met het secretariaat van de KHMW via secretaris@khmw.nl of per telefoon 023 5321773.
NIEUW!
Er zijn dit jaar twee nieuwe afstudeerprijzen van elk 3.000 Eurogericht aan secretaris@khmw.nl
U vindt alle benodigde informatie en de voordrachtformulieren hieronder (Nederlands- en Engelstalige versie).
Naast de prijzen voor Jong Talent is er ook dit jaar weer een prijs voor de biologiedocent met de meest aansprekende serie plantenlessen voor middelbare scholieren. De winnaar krijgt een geheel verzorgde vierdaagse studiereis voor twee personen naar een vestiging van Enza Zaden in het buitenland én gaat samen met de biologieklas op excursie naar Enza Zaden in Enkhuizen. Neemt u voor informatie over deze ENZA ZADEN AWARD contact op met het Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI) via info@nibi.nl
Vragen over de Jong Talent Prijzen? Neemt u dan contact op met het secretariaat van de KHMW via secretaris@khmw.nl of per telefoon 023 5321773.
NIEUW!
Er zijn dit jaar twee nieuwe afstudeerprijzen van elk 3.000 Eurobeschikbaar gesteld door Philips Research & Philips Healthcarein de disciplines: Biomedische Technologie en Data Science in Health Care.
Het prijzengeld van de ASML Afstudeerprijs voor Wiskunde is verhoogd naar 5.000 Euro.
Ook bij de aanmoedigingsprijzen zijn er nieuwe prijzen:
4 prijzen voor eerstejaars studenten farmacie of (bio)farmaceutische wetenschappenbeschikbaar gesteld door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) en
8 prijzen voor studenten geneeskunde beschikbaar gesteld door de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG). Voor studenten geneeskunde gelden speciale voorwaarden: zie de bijlagen hieronder.

Aanstelling Thomas Kampen bijzonder lector Stimulering Gezonde Samenleving

Hogeschool Inholland vestigt in samenwerking met de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en de Gemeente Haarlem op de vestiging Inholland Haarlem een bijzonder lectoraat.
Dr. Thomas Kampen start in september 2016 als bijzonder lector Stimulering Gezonde Samenleving. In deze aanstelling doet hij onderzoek naar de praktische mogelijkheden en onmogelijkheden van de participatiesamenleving en wat dat betekent voor de professionals die wij opleiden. Centraal staat het vormgeven van de verbinding tussen de sociale en gezondheidsprofessies: een meer integrale benadering waarin de mens zelf het uitgangspunt is en niet de afzonderlijke problemen waar hij of zij tegenaan loopt. Het onderzoeksprogramma geeft via kennisontwikkeling en -circulatie een impuls aan onderwijs en werkveld om in te spelen op de maatschappelijke transities.
Over het lectoraat
Hogeschool Inholland vestigt in samenwerking met de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW) en de Gemeente Haarlem op de vestiging Inholland Haarlem een bijzonder lectoraat. Het onderzoeksprogramma van het bijzonder lectoraat wordt verbonden met maatschappelijke vraagstukken en onderzoeksthema’s in de regio van de stad Haarlem. Het sluit aan bij de actieve bijdrage die Inholland - samen met de beroepspraktijk en stakeholders - wil leveren aan het realiseren van een gezonde samenleving. Een samenleving die steeds meer vraagt om zelfmanagement en empowerment van alle burgers waarvoor een meer integrale benadering van zorg en welzijn nodig is.
De lector gaat onderzoek doen naar de betekenis van de eisen die de participatiesamenleving stelt aan het welzijn en de gezondheid van burgers. Het gaat om de grenzen en mogelijkheden van zelfredzaamheid van burgers in en met hun omgeving. Op welke wijze kunnen sociale en gezondheidsprofessionals burgers hierin ondersteunen en stimuleren?
Het onderzoeksprogramma krijgt in de komende maanden verder vorm in samenwerking met de KHMW waarvoor een meer integrale benadering van zorg en welzijn nodig is.
De lector gaat onderzoek doen naar de betekenis van de eisen die de participatiesamenleving stelt aan het welzijn en de gezondheid van burgers. Het gaat om de grenzen en mogelijkheden van zelfredzaamheid van burgers in en met hun omgeving. Op welke wijze kunnen sociale en gezondheidsprofessionals burgers hierin ondersteunen en stimuleren?
Het onderzoeksprogramma krijgt in de komende maanden verder vorm in samenwerking met de KHMW de Gemeente Haarlem en de overige lectoraten in Haarlem. Parallel hieraan wordt door het lectoraat en de kenniskring actief geparticipeerd in de ontwikkeling en actualisering van onderwijs: wat betekenen de veranderingen in de samenleving en de integrale benadering van zorg en welzijn voor het onderwijs en welke professional is er in de nabije toekomst nodig?
Ervaring
Thomas Kampen studeerde sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 2014 op de dissertatie Verplicht vrijwilligerswerk: ervaringen van bijstandscliënten met een tegenprestatie voor hun uitkering. Tijdens zijn promotie heeft hij bij de UvA als docent gewerkt. Momenteel is hij werkzaam als universitair docent bij de Universiteit voor Humanistiek waar hij een grootschalig onderzoek uitvoert naar de transities in het sociale domein.
Voor meer informatie of interviewaanvragenneem contact op met:
Marijn van Hulzenpersvoorlichter Inholland Haarlem
M: 0615279534E: marijn.vanhulzen@inholland.nl
Of met:
Bianca van Kesterbeleidsadviseur onderzoekdomein GezondheidSport en Welzijn
M: 0610474792E: bianca.vankester@inholland.nl