Anna Gimbrère en Diederik Jekel: de kracht van verwondering

Anna Gimbrère en Diederik Jekel: de kracht van verwondering

Tijdens de Avond van Wetenschap & Maatschappij op 16 oktober 2025 ontvingen Anna Gimbrère en Diederik Jekel de Irispenning, een onderscheiding voor personen die zich langdurig en op vernieuwende wijze inzetten om wetenschap toegankelijk te maken voor een breed publiek.

Gimbrère en Jekel behoren tot de meest zichtbare wetenschapscommunicatoren van Nederland. Vanuit hun achtergrond in de natuurkunde vonden zij ieder hun eigen weg naar de media, waar zij complexe onderwerpen begrijpelijk en aantrekkelijk maken — op televisie, in podcasts en online.

Wat drijft hen? Hoe bereik je een publiek dat niet vanzelf met wetenschap in aanraking komt? En hoe houd je ruimte voor verwondering in een tijd waarin wetenschap steeds vaker onderwerp is van debat?

In twee interviews vertellen Anna Gimbrère en Diederik Jekel over hun werk, hun keuzes en hun kijk op wetenschapscommunicatie.

Anna Gimbrère: “Dat je samen dichter bij een antwoord kunt komen, vind ik magisch”

Diederik Jekel: “Er zit iets heel moois in de manier waarop wetenschap je leert kijken”

Anna Gimbrère: “Dat je samen dichter bij een antwoord kunt komen, vind ik magisch”

Anna Gimbrère: “Dat je samen dichter bij een antwoord kunt komen, vind ik magisch”

Anna Gimbrère studeerde natuur- en sterrenkunde en theoretische natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam en ontwikkelde zich daarna tot wetenschapsjournalist en presentator. Ze werkte mee aan programma’s als de Nationale Wetenschapsquiz, Galileo en De Monitor, en presenteerde onder meer De wilde ruimte. Daarnaast is ze actief als podcastmaker en sinds 2025 als presentator van Keuringsdienst van waarde. In 2025 ontving zij, samen met Diederik Jekel, de Irispenning voor haar bijdrage aan de wetenschapscommunicatie.

Hoe is jouw fascinatie voor wetenschap ontstaan?
Ik denk dat het deels gewoon aangeboren is: nieuwsgierig zijn, eigenwijs zijn, vragen stellen. Mijn ouders stimuleerden dat ook; zij zijn zelf mensen die veel vragen stellen. Op de middelbare school koos ik een bèta-pakket en dat vond ik fantastisch.
Ik ben eerst geneeskunde gaan studeren. Dat is natuurlijk een prachtig vak, maar ik miste daar het fundamentele nadenken. Soms zat ik ’s nachts wiskundesommen te maken, omdat ik behoefte had aan die exactheid.
Toen ik opnieuw moest kiezen wat ik wilde studeren, kwam ik een folder van theoretische natuurkunde tegen. Toen ik die las, dacht ik meteen: dit ben ik. Dit is wat ik wil doen. 

Wat sprak je daar zo in aan?
Dat je probeert door te dringen tot de kern van de werkelijkheid. Vragen waar je normaal gesproken niet bij kunt, of waarvan je denkt dat we er misschien nooit een antwoord op zullen vinden – dat je daar toch samen over kunt nadenken.
Het idee dat iets onmogelijk lijkt, maar dat je er samen toch steeds dichter bij een antwoord op kunt komen, vind ik magisch. 

Heb je ooit te horen gekregen dat natuurkunde niets voor meisjes zou zijn?
Niet letterlijk. Mijn ouders hebben mij altijd het gevoel gegeven dat alles mogelijk was. Wel hoorde ik vaak dat het een heel moeilijke studie was en dat er een grote kans was dat je het niet zou halen. Maar dat had meer met de moeilijkheidsgraad te maken dan met mijn geslacht.

Zie je jezelf als een rolmodel voor meisjes die de wetenschap in willen?
Ik denk wel dat het belangrijk is dat mensen iemand zien die op hen lijkt in een bepaald vakgebied. Dat kan een enorme aanmoediging zijn.
Tijdens mijn studie vond ik het soms zwaar, maar dat had minder met mijn vrouw-zijn te maken dan met de cultuur. Ik denk dat veel mannen onderlinge competitie ervaren: laten zien hoe slim je bent en niet snel toegeven dat je iets niet begrijpt. Ik ben juist iemand die snel zegt: dit snap ik nog niet. Veel vrouwelijke studiegenoten herkenden dat gevoel.

Heb je het gevoel gehad dat je jezelf moest veranderen om je staande te houden in zo’n omgeving?
Er waren wel momenten waarop ik me daarvan bewust werd. Tijdens een presentatie maakte ik bijvoorbeeld veel woordgrappen en spotte ik over mezelf . Een klasgenoot zei daarna: “Je moet jezelf serieuzer nemen. Zo lijkt het alsof je de stof niet begrijpt.” Dat was echt een eyeopener.
Later zei Diederik Jekel eens iets vergelijkbaars toen we samen in een programma zaten. Hij vertelde zijn verhaal met veel zelfvertrouwen, terwijl ik, om mezelf in te dekken, mijn informatie liever nóg een keer wilde checken. Toen zei hij: “Je weet dit toch? Vertel het gewoon.” Dat heeft me wel geholpen.
Dus ik heb echt moeten leren om mezelf zelfverzekerder te presenteren. Ook al weet ik eigenlijk wel dat ik het kan. We begonnen met ongeveer tweehonderd studenten aan een bachelor en eindigden met zo'n twintig studenten op mijn master. Dat gaf me het vertrouwen: blijkbaar kan ik dit gewoon.
En in de televisiewereld voelt het anders. Daar is er behoefte aan iemand die dingen kan uitleggen. Daar zie ik het als mijn taak om informatie begrijpelijk te maken en aantrekkelijk te presenteren voor anderen.

Hoe ben je in de media terechtgekomen?
Dat had ik niet gepland. Tijdens mijn studie deed ik af en toe theater. Ik vond het leuk om op een podium te staan, maar ik had nooit bedacht dat je dat kon combineren met theoretische natuurkunde.
Aan het einde van mijn studie twijfelde ik of ik wilde promoveren. Toen zag ik een vacature voor presentator bij Het Klokhuis. Ik dacht: ik probeer het gewoon. Later liep ik stage bij de Nationale Wetenschapsquiz. Vanaf de eerste dag dacht ik: dit is geweldig. Ik mocht proeven bedenken, teksten schrijven, in de studio oefenen, meedenken over het programma. Toen wist ik dat ik hier verder mee wilde.

Wat is voor jou de kern van goede wetenschapscommunicatie?
Je moet je altijd afvragen: wie is je publiek en waarom zouden zij dit willen weten? Mensen hebben genoeg andere dingen te doen. Als je iets wilt vertellen, moet je echt tot de kern komen.
Daarnaast geloof ik heel erg in samenwerking. Wetenschappers weten veel over hun vak, maar creatieve makers kijken vaak heel anders. Die combinatie werkt fantastisch.
Ik hou ook van humor en lichtheid. Maar ik probeer tegelijkertijd de grote vragen te laten zien: hoe is ons universum ontstaan, waarom bestaan wij? Die probeer ik een beetje poëtisch te benaderen.

Hoe houd jij zelf je kennis bij?
Ik lees veel. ’s Avonds in bed tijdschriften als New Scientist en Scientific American en populair-wetenschappelijke boeken, of ik kijk wetenschapsvideo’s op YouTube. Dat vind ik juist ontspannend.

Komt het ook voor dat je zegt: dit is niet mijn expertise?
Ja, zeker. Bij RTL zit ik als vaste duider één keer per week aan tafel. Oorspronkelijk zou ik vooral over mijn eigen vakgebieden praten, zoals natuurkunde en ruimtevaart. Maar de onderwerpen worden steeds vaker gekozen op basis van wat online veel aandacht krijgt, bijvoorbeeld gadgets of AI. Als iets echt buiten mijn expertise valt, zeg ik dat ook en stel ik andere experts voor.

Beschouw je jezelf als wetenschapper of als journalist?
Op dit moment vooral als presentator. Ik heb wel een wetenschappelijke manier van denken, maar ik doe geen onderzoek, dus ik noem mezelf geen wetenschapper. En echte onderzoeksjournalisten doen werk dat ik enorm bewonder; dat kan ik niet op hun niveau. Ik zie mezelf eerder als iemand die complexe informatie toegankelijk maakt.

In welke programma’s ga je wel zitten en in welke niet?
Diederik Jekel zat lange tijd regelmatig bij RTL Boulevard, en eerlijk gezegd vond ik dat juist goed. Daar bereik je een publiek dat je anders niet snel bereikt.
Voor mij is er geen harde ondergrens zolang het over wetenschap gaat. Als puur om sensatie draait, doe ik niet mee. Maar als er een kans is om iets over wetenschap uit te leggen, grijp ik die graag.

Wetenschap lijkt tegenwoordig soms onder druk te staan. Merk jij dat ook?
Ja. Toen ik begon leek het vertrouwen in wetenschap alleen maar toe te nemen, maar op een gegeven moment kantelde dat. Dat vind ik mentaal best zwaar.
Soms krijg je op sociale media reacties dat je propaganda verspreidt of voor de overheid werkt. Dat raakt me niet persoonlijk, maar ik vind het wel verdrietig om te zien hoe snel wantrouwen kan groeien.
Ik denk dat we jongeren nog eerder moeten proberen te bereiken en beter moeten nadenken over hoe desinformatie online wordt verspreid. Platforms en algoritmes hebben daar nu enorme invloed op.

Wat zijn je ambities voor de toekomst?
Die zijn eigenlijk eindeloos. Op korte termijn werk ik met Jim Jansen aan een boek over AI, en aan een theatershow. Ik heb ook allerlei ideeën voor televisieprogramma’s.
Als ik echt mag dromen, zou ik ooit nog willen promoveren, misschien in de ruimtevaart, of iets op het gebied van natuurbescherming. Maar ik fantaseer ook wel eens over een stichting die opkomt voor dieren en ecosystemen. . Er zijn nog ontzettend veel dingen die ik zou willen meemaken. En ik wil wel graag iets bijdragen.
Daarnaast wil ik meer samenwerken met andere vrouwen in de wetenschap en de media. Samen kun je een veel groter publiek bereiken dan alleen.

Uitreiking van de Irispenning 2025 tijdens de Avond van Wetenschap & Maatschappij op 16 oktober 2025 met v.l.n.r. Henk de Jong, ondervoorzitter KHMW, Diederik Jekel, Gouke Moes, toen demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en Anna Gimbrère

 

Diederik Jekel: “Er zit iets heel moois in de manier waarop wetenschap je leert kijken”

Diederik Jekel: “Er zit iets heel moois in de manier waarop wetenschap je leert kijken”

Diederik Jekel (1984) studeerde vastestoffysica aan de Universiteit Twente en vond kort daarna zijn weg naar de televisie. Hij werd een vertrouwd gezicht bij wetenschappelijke onderwerpen in De Wereld Draait Door en werkte mee aan programma’s als Noorderlicht, de Nationale Wetenschapsquiz en Labyrint. Ook was hij te zien in onder meer De Slimste Mens en Wie is de Mol? Hij is actief als presentator, maker en schrijver, met televisieprogramma’s, podcasts, boeken en columns op zijn naam. In 2025 ontving hij, samen met Anna Gimbrère, de Irispenning voor zijn bijdrage aan de wetenschapscommunicatie.

Wanneer begon jouw fascinatie voor wetenschap?
“Voor een groot deel bij mijn moeder. Zij is bioloog en heeft haar hele leven lesgegeven. Als kind vond ik vooral de dingen spannend die ik me nét niet kon voorstellen: een planeet die groter is dan de aarde, of iets dat sneller gaat dan je je kunt voorstellen. Dat soort ideeën prikkelden me. Ik denk dat die nieuwsgierigheid in je zit, maar het willen doorgronden en begrijpen is zeker aangewakkerd door mijn moeder. En ook het plezier in uitleggen: hoe maak je iets ingewikkelds begrijpelijk en leuk?”

In 2010 studeerde je af in de vastestoffysica aan de Universiteit Twente en datzelfde jaar zat je al bij De Wereld Draait Door. Hoe kwam die stap tot stand?
“Tijdens mijn studententijd was ik altijd al bezig met wetenschapsuitleg. Ik gaf bijles op scholen, deed proefjes, maakte voorstellingen; dat vond ik dat heerlijk. Mijn scriptiebegeleider was betrokken bij een aflevering van Het Klokhuis en via die weg leerde ik mensen van De Wereld Draait Door kennen. Toen ik eenmaal als promovendus bij de universiteit werkte, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en gevraagd of ik iets mocht komen vertellen over de Nobelprijs voor de Natuurkunde die net was toegekend. Zo begon het te lopen.”

Hoe wist je: dit kan een loopbaan worden?
“Nu is het voor jongeren misschien logischer, met sociale media en video. In mijn studententijd begon dat net. Maar televisie vond ik altijd al leuk. Als kind wilde ik televisiepresentator worden. Ik ben opgegroeid met die jaren-negentig-televisie, met veel show en gezelligheid. Wetenschap vond ik prachtig. Dus toen ik merkte dat die twee samen konden komen, voelde dat als een enorme kans.”

Heb je er ooit spijt van gehad dat je niet bent gepromoveerd?
“Ik had promoveren fantastisch gevonden, maar ik moet oppassen dat ik dat niet romantiseer. Ik ben diep van binnen iemand die van veel verschillende dingen houdt.

Wat vind je het mooiste aan wetenschap?
“Dat je op slimme, vernuftige manieren achter de waarheid probeert te komen. Dat puzzeltje oplossen. Neem zoiets als het identificeren van gesneuvelde soldaten uit de Tweede Wereldoorlog: wetenschappers kunnen via koolstofisotopen achterhalen waar iemand is opgegroeid, omdat planten in verschillende gebieden andere isotopenverhoudingen hebben. Dat vind ik echt prachtig. Er zit iets heel moois in de manier waarop wetenschap je leert kijken.”

Komt het voor dat je moet zeggen: ‘Dit is niet mijn expertise’?
“Best vaak. Omdat wetenschap voor sommige mensen ver van hun bed staat, wordt me soms van alles gevraagd, en dan zeg ik: daar moet je mij niet voor hebben. Ik verwijs dan door naar collega’s. Tegelijk vind ik veel dingen interessant. Ik ben breder dan één vakgebied, maar niet alles is ‘mijn’ onderwerp.”

Wat is voor jou de kern van goede wetenschapscommunicatie?
“We krijgen, als burgers, allerlei kwesties op ons bord waar we niet om gevraagd hebben: kunstmatige intelligentie, energietransitie, klimaat, stikstof, corona. Daar lopen wetenschap en politiek door elkaar. Ik vind het belangrijk om die uit elkaar te trekken en de wetenschap toegankelijk uit te leggen, zodat mensen zélf een keuze kunnen maken op basis van feiten.”

Je mengt je op sociale media ook in pittige discussies. Waarom doe je dat?
“Ik denk dat de meeste wetenschappers niet door hebben hoe ver bepaalde stemmen online zijn geradicaliseerd. Als ik een filmpje post over klimaatverandering, ga ik ’s avonds urenlang alle reacties af. Dat doe ik vooral voor de meelezers. Als iemand onder een video schrijft: ‘Er is helemaal geen wetenschappelijk bewijs’, en daar reageert niemand op, dan blijft zo’n claim hangen. Er is te weinig tegenwicht tegen het anti-intellectualisme dat online rondwaart. Het is zeker niet de meerderheid, maar wel een heel luidruchtige minderheid.”

Je verschijnt op verschillende platforms, ook commercieel. Heb je een ondergrens?
“Het moet wel passen. Ik doe niets tegen mijn zin. Het moet óf leuk zijn, óf echt een functie hebben. Soms is het meer ‘kermis’ met wetenschap — explosies, spektakel — en toch vind ik dat waardevol als mensen daardoor iets meekrijgen van een wetenschappelijke manier van denken. En ik vind het belangrijk dat slimheid een positieve connotatie krijgt. Kinderen worden niet gepest omdat ze goed zijn in voetbal, maar wel omdat ze slim zijn. Dus als je aan een quiz meedoet waar slimheid centraal staat, kan dat iets positiefs doen.”

Moeten wetenschappers meer leren communiceren?
“Ja, maar alleen als ze het leuk vinden. En ze moeten het serieuzer nemen. Wetenschappers zijn heel nauwkeurig in hun onderzoek, maar zodra het over communicatie gaat, wordt het soms ineens heel onwetenschappelijk. Dan gaat het meer op gevoel en ‘gewoon wat doen’, zonder plan. Communicatie is ook een vak. Ik vraag me altijd af: wie is mijn publiek, wat weten ze al, waar maken ze zich zorgen om, wat helpt hen? En dan pas ik mijn manier van communiceren daarop aan.”

Welke ambities heb je nog?
“Ik zou ergens in de toekomst best de politiek in willen. Ik denk dat ik daar een steentje zou kunnen bijdragen, bijvoorbeeld als het gaat over energie en klimaat. Maar op dit moment hebben we een kind van tweeënhalf, en ik vind het belangrijk dat die een vader heeft die er is. Den Haag combineren met een jong gezin lijkt me lastig, dus daar wacht ik nog mee. Maar ze mogen me altijd bellen om een kop koffie te drinken.”

Wat zou je politici willen meegeven?
“Dat ik op de grote dossiers een inhoudelijk plan mis. Over AI in het onderwijs, over klimaat, en zelfs over defensie: waar gaan we naartoe? Het voelt vaak reactief. Ik denk dat mensen behoefte hebben aan een duidelijker verhaal. Wetenschappers kunnen helpen bij het schetsen van vergezichten en het aangeven van de complexiteit van de problemen. Alleen moeten zij dan wel mee gaan communiceren, en moet er ook echt naar hen geluisterd worden.”

Uitreiking van de Irispenning 2025 tijdens de Avond van Wetenschap & Maatschappij op 16 oktober 2025 met v.l.n.r. Henk de Jong, ondervoorzitter KHMW, Diederik Jekel, Gouke Moes, toen demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en Anna Gimbrère

 

Irispenning voor Anna Gimbrère en Diederik Jekel

Irispenning voor Anna Gimbrère en Diederik Jekel

De Irispenning 2025 is op 16 oktober tijdens de Avond van Wetenschap & Maatschappij in de Pieterskerk in Leiden uitgereikt aan wetenschapsjournalisten Anna Gimbrère en Diederik Jekel.

Na afronding van hun studie natuurkunde zetten Gimbrère en Jekel zich al jarenlang met onvermoeibare inzet en aanstekelijk enthousiasme in om hun liefde voor wetenschappelijk onderzoek uit te dragen, via podcasts, sociale media en uiteenlopende televisieprogramma’s. De jury roemt hun vermogen om complexe onderwerpen begrijpelijk en boeiend te maken voor een breed publiek, en in het bijzonder hun succes in het bereiken van jongeren.

Irispenning voor Excellente Wetenschapscommunicatie wordt jaarlijks toegekend aan personen of organisaties die zich op bijzondere en langdurige wijze inzetten voor de communicatie van wetenschap en techniek. De prijs bestaat uit een gouden penning en een geldbedrag van € 10.000, beschikbaar gesteld door de KHMW.

 

Anna Gimbrère en Diederik Jekel ontvangen Irispenning voor Excellente Wetenschapscommunicatie

Anna Gimbrère en Diederik Jekel ontvangen Irispenning voor Excellente Wetenschapscommunicatie

Wetenschapsjournalisten Anna Gimbrère en Diederik Jekel ontvangen dit jaar de Irispenning voor Excellente Wetenschapscommunicatie. De onderscheiding is op donderdag 16 oktober uitgereikt op de Avond van Wetenschap & Maatschappij in de Pieterskerk in Leiden.

Na afronding van hun studie natuurkunde zetten Gimbrère en Jekel zich al jarenlang met onvermoeibare inzet en aanstekelijk enthousiasme in om hun liefde voor wetenschappelijk onderzoek uit te dragen, via podcasts, sociale media en uiteenlopende televisieprogramma’s. De jury roemt hun vermogen om complexe onderwerpen begrijpelijk en boeiend te maken voor een breed publiek, en in het bijzonder hun succes in het bereiken van jongeren. (Lees hier het juryrapport.)

De Irispenning wordt jaarlijks toegekend aan personen of organisaties die zich op bijzondere en langdurige wijze inzetten voor de communicatie van wetenschap en techniek. De prijs bestaat uit een gouden penning van kunstenaar Jennifer Hoes en een geldbedrag van € 10.000, beschikbaar gesteld door de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW).

Eerdere winnaars zijn onder meer Robbert Dijkgraaf, Marion Koopmans, Ionica Smeets en het programma Vroege Vogels.

Demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Gouke Moes (tweede van rechts) heeft tijdens de Avond voor Wetenschap en Maatschappij de Irispenning 2025 overhandigd aan Diederik Jekel (2e van links) en Anna Gimbrère (rechts). Henk de Jong, ondervoorzitter KHMW (links), was ook van de partij. Foto: Roemer Overdiep