vrijdag, november 21, 2025 | Interviews
Nederlandse vertaling
Leo Sprincean keeps a small reminder of home in his student room in Groningen: a Moldovan flag hanging just behind him. Born and raised in Moldova, he moved to the Netherlands partly because his older brother was already studying in Groningen. “It made things easier for my parents, and for us as a family,” he explains. The choice for the University of Groningen aligned perfectly with his academic interests. Many English-taught chemistry programmes elsewhere focus heavily on specialised subfields, but Groningen allowed him to begin with a broader, more fundamental chemistry curriculum. “I wanted to start with something general and build from there.”
Before coming to the Netherlands, Sprincean had already distinguished himself internationally as an Olympiad competitor. He represented Moldova at three global science Olympiads: the International Junior Science Olympiad, where he earned a bronze medal, and the International Chemistry Olympiad twice, bringing home another bronze and an honourable mention. His achievements even earned him formal recognition from the Moldovan president—twice. “In Eastern Europe, Olympiads are seen as a major achievement,” he notes. “Schools actively prepare students for them. It’s more theory-focused, whereas in the Netherlands there is much more emphasis on practical skills. Both approaches have their strengths.”
Another formative experience was the Yale Young Global Scholars programme, where he joined a track dedicated to addressing global challenges. Working with students from all over the world broadened his understanding of scientific and social issues beyond his own environment. His group project explored the difficulties faced by albino children in Tanzania, particularly those related to genetic conditions and discrimination. “It really taught me how to approach problems outside my own community and to brainstorm with people from very different backgrounds.”
In the Netherlands, Sprincean is active on the board of Jong KNCV, the youth division of the Royal Dutch Chemical Society. He sees professional engagement as a crucial source of connection and support. “It helps you discover opportunities, collaborate, and meet people who share your passion. Academic life can be challenging. Talking to people who’ve been through similar experiences makes a big difference.”
Looking ahead, he remains open-minded about his future field within chemistry. A recent summer research project in spectroscopy sparked his interest, but he intends to explore multiple areas before choosing a direction. What motivates him most is the support of his family and the opportunities he has been given. “My parents didn’t have the same freedom to pursue their passions. I feel grateful, and I want to make the most of the opportunities I have.”
vrijdag, november 21, 2025 | Interviews
English translation
In zijn studentenkamer in Groningen wordt Leo Sprincean elke dag herinnerd aan zijn geboorteland: achter hem aan de muur hangt de vlag van Moldavië. Hij is er geboren en getogen, maar verhuisde naar Nederland omdat zijn oudere broer al in Groningen studeerde. “Dat maakte alles makkelijker voor mijn ouders, en voor ons als familie,” vertelt hij. De keuze voor de Rijksuniversiteit Groningen paste bovendien precies bij zijn academische interesses. Veel Engelstalige scheikundeopleidingen elders richten zich vooral op biochemie of andere specialisaties, maar in Groningen kon hij beginnen met een bredere, meer fundamentele opleiding. “Ik wilde eerst iets algemeens doen en van daaruit verder bouwen.”
Nog vóór hij naar Nederland kwam, had Sprincean zich al internationaal onderscheiden als deelnemer aan de Scheikundeolympiade. Hij vertegenwoordigde Moldavië op drie internationale wetenschapsolympiades: de International Science Junior Olympiad, waar hij een bronzen medaille behaalde, en tweemaal de Internationale Chemieolympiade, waar hij opnieuw brons won en een eervolle vermelding kreeg. Zijn prestaties leverden hem zelfs twee onderscheidingen op van de Moldavische president. “In Oost-Europa worden olympiades gezien als een grote prestatie,” legt hij uit. “Scholen bereiden leerlingen er actief op voor. Het is meer theoretisch gericht, terwijl in Nederland veel meer nadruk ligt op praktische vaardigheden. Beide benaderingen hebben hun sterke punten.”
Een andere vormende ervaring was het Yale Young Global Scholars-programma, waar hij deelnam aan een track over mondiale vraagstukken. Het samenwerken met studenten van over de hele wereld verbreedde zijn blik op wetenschappelijke én maatschappelijke thema’s. Zijn projectgroep onderzocht de problemen waarmee albino kinderen in Tanzania te maken hebben, vooral rond genetische aandoeningen en discriminatie. “Het liet me zien hoe je vraagstukken kunt benaderen die buiten je eigen gemeenschap liggen, en hoe waardevol het is om met mensen met heel verschillende achtergronden te brainstormen.”
In Nederland is Sprincean actief in het bestuur van Jong KNCV, de jongerenafdeling van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging. Hij ziet professionele betrokkenheid als een belangrijke bron van verbinding en ondersteuning. “Het helpt je om kansen te ontdekken, samen te werken en mensen te ontmoeten die dezelfde passie hebben. Het academische leven kan uitdagend zijn. Praten met mensen met soortgelijke ervaringen maakt een groot verschil.”
Voor de toekomst staat hij open voor meerdere richtingen binnen de chemie. Een recent zomerproject op het gebied van spectroscopie wakkerde zijn interesse aan, maar hij wil eerst verschillende deelgebieden verkennen voordat hij een keuze maakt. Wat hem het meest motiveert, is de steun van zijn familie en de kansen die hij heeft gekregen. “Mijn ouders hadden niet dezelfde vrijheid om hun passies te volgen. Ik ben dankbaar voor de kansen die ik krijg, en ik wil er het beste van maken.” Uiteindelijk hoopt hij iets terug te geven – of dat nu is door jonge studenten te begeleiden, bij te dragen aan wetenschappelijke gemeenschappen, of misschien ooit door les te geven. Terugkeren naar Moldavië sluit hij niet uit, maar voor nu wil hij jonge wetenschappers inspireren, waar hij zich ook bevindt.