“Juist door ruimte te maken voor moeilijke gesprekken
ontstaat er vertrouwen”
Met Deel de Duif laten vier jongeren – twee joods, twee moslims – zien hoe onderling vertrouwen kan worden hersteld in een gepolariseerde samenleving. Het initiatief, bekroond met de tweede prijs van de KHMW Brouwer Vertrouwensprijzen, zoekt actief de dialoog op: in het publieke debat, in klaslokalen en collegezalen, tijdens dialoogavonden met jongeren en binnen bedrijven. In dit interview vertellen David Roos en Oumaima al Abdellaoui hoe zij, juist vanuit verschillen, werken aan verbinding, saamhorigheid en het gesprek dat vaak wordt vermeden.

Deel de Duif / Foto: Ruud Rocks
Het initiatief Deel de Duif ontstond kort na de escalaties van het geweld in het Midden-Oosten in oktober 2023. Wat was voor jullie het moment waarop duidelijk werd: juist nú moeten we iets doen?
Oumaima: De behoefte om iets te doen ontstond op de avond dat we elkaar ontmoetten. Dat was tijdens een bijeenkomst in de ambtswoning van burgemeester Femke Halsema. Zij had joden en moslims die actief waren in het maatschappelijke veld uitgenodigd om met elkaar in gesprek te gaan over de situatie in het Midden-Oosten. We voelden ons machteloos over wat er gebeurde. En er waren die avond relatief weinig jongeren, waardoor we als vanzelf naar elkaar toe trokken.
We kenden elkaar toen nauwelijks. Selma en Noa raakten als eersten met elkaar in gesprek en voelden direct een klik. Selma vroeg aan Noa hoe het voor haar was om met een hoofddoek over straat te gaan, nu met alles wat er speelde. Noa vertelde dat ze zich bekeken voelde en zich afvroeg of mensen haar verantwoordelijk hielden voor wat er gebeurde. Noa draagt zelf een ketting met haar naam in Hebreeuwse letters, en toen Selma haar dezelfde vraag stelde, gaf zij eigenlijk exact hetzelfde antwoord. Die wederzijdse herkenning was echt opmerkelijk. Later kwamen ook Boaz en ik erbij. Vanuit dat gedeelde gevoel van machteloosheid besloten we telefoonnummers uit te wisselen en gewoon te gaan brainstormen. Dat hebben we meer dan een week lang gedaan. Zo is Deel de Duif ontstaan.
Waar staat de naam Deel de Duif voor?
David: In eerste instantie was het idee om een socialmediacampagne te starten. De naam was heel letterlijk: deel de duif. Het ging om een afbeelding van een vredesduif, met het woord ‘vrede’ in drie talen: Hebreeuws, Arabisch en Nederlands. Mensen deelden die massaal, dat werkte enorm goed. Daarna heeft het initiatief zich verder ontwikkeld.
Jullie werken met een eigen aanpak, gebaseerd op verbindende communicatie en mediation. Wat zijn de kernprincipes daarvan?
David: Die principes komen voort uit onze eigen ervaring met de gesprekken die wij onderling gevoerd hebben. Wij krijgen allemaal andere verhalen mee over het Midden-Oosten en hebben daar verschillende ideeën over. Toch moesten we daar samen uitkomen. Dat vertaalde zich in een aantal uitgangspunten. We proberen het ook echt persoonlijk te maken – wat misschien wel de enige manier is je zo’n dialoogmethode kan aangaan.
Het belangrijkste principe is: niet willen overtuigen, maar willen begrijpen. We zijn gewend om gesprekken als een debat te voeren, als een soort wedstrijd. Wij proberen juist een stap terug te zetten. Als je niet meteen begint om je eigen mening te verkondigen, blijkt dat vaak een stap vooruit naar de ander.
Verder: nieuwsgierig zijn, vragen stellen, niet namens een hele gemeenschap willen spreken maar alleen voor jezelf. En het gesprek niet eindeloos uitstellen. Juist op scholen of in organisaties zie je dat spanning onder de oppervlakte blijft sudderen als gesprekken te lang worden vermeden.
Hoe voorkom je dat tijdens zulke gesprekken de emoties hoog oplopen?
Oumaima: We beginnen altijd met onszelf kwetsbaar op te stellen. Een jood en een moslim komen samen binnen, vaak doet dat al veel in een ruimte. We vertellen onze persoonlijke verhalen en laten zien dat we, ondanks grote verschillen, samen naast elkaar staan.
Daarna spreken we duidelijke gespreksregels af – regels die voortvloeien uit de ervaringen die wij in onze eigen onderlinge gesprekken hebben opgedaan. Bijvoorbeeld: we accepteren dat er meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Iedereen brengt een eigen context en geschiedenis mee. Als ik het recht opeis op míjn waarheid, moet ik dat de ander ook gunnen.
Tegelijk laten we ruimte voor emoties. We zeggen altijd: je mag hier alles zeggen, wij zijn lastig te beledigen. Juist dat verlaagt de spanning. Vaak willen mensen gewoon even hun verhaal kwijt, en daarna ontstaat er weer rust.
Is er volgens jullie behoefte aan zulke gesprekken?
Oumaima: Absoluut. Overal. Wij spreken liever van een safe and brave space. Niet alleen veilig, maar ook dapper. Het begrip ‘safe space’ is de laatste tijd nogal misbruikt om in te kaderen wat je wel en niet mag zeggen. Bij moeilijke gesprekken kun je gekwetst worden. Dat hoort erbij. We gaan ervan uit dat iedereen met goede intenties aan tafel zit, ook als het pijn doet. Juist door daar doorheen te gaan, kom je tot echte dialoog.
Wat halen mensen concreet uit zo’n gesprek?
David: Dat verschilt per plek. Soms komen we bij organisaties waar het onderwerp zó vermeden is dat de spanning enorm is opgelopen. Alleen al het openbreken van het gesprek is dan een belangrijke eerste stap. Op scholen is het vaak voor het eerst dat leerlingen überhaupt met een jood of een moslim in gesprek gaan. Dat alleen al is waardevol.
Oumaima: Bij organisaties zien we dat het gesprek letterlijk de werksfeer verbetert. Op scholen brengen we vaak rust en lucht in een klas. Docenten vertellen ons regelmatig dat onze aanpak daarna ook bij andere thema’s wordt gebruikt, bijvoorbeeld bij pestproblematiek.
Verdiepen jullie je, als jullie ergens uitgenodigd worden, vooraf in wat er speelt, of werken jullie altijd met hetzelfde programma?
David: We stemmen het altijd af op de context. De basis is hetzelfde, maar we passen het aan in overleg. Soms gaat het over het Midden-Oosten, soms over klimaat, soms over andere polariserende thema’s.
Blijven jullie betrokken na zo’n sessie?
Oumaima: Dat hangt af van de situatie. Soms komen we eenmalig, soms meerdere keren. Het doel is juist dat mensen het zelf leren doen. Wij blijven wel beschikbaar voor terugkoppeling of een vervolggesprek.
Wat doet dit werk met jullie persoonlijk?
Oumaima: De gesprekken blijven ook voor ons uitdagend. We zijn bevriend geraakt en hebben een methode om moeilijke gesprekken te voeren, maar het raakt ons nog steeds. We checken bij elkaar in en steunen elkaar.
David: Het bestaansrecht van Deel de Duif is juist dat deze gesprekken nodig blijven. Dat maakt het soms zwaar, maar ook heel betekenisvol.
Jullie begonnen als socialmediacampagne. Wat is de impact van sociale media op jongeren?
David: Sociale media zíjn hun wereld. Algoritmes versterken bubbels en maken echte dialoog moeilijker. Je belandt in totaal verschillende werkelijkheden.
Oumaima: Daarnaast zie je bij jonge kinderen en jongeren een enorme verkorting van de aandachtsspanne. In drie seconden moet de hele boodschap worden verteld. Dat maakt het lastig om nog echt te luisteren naar complexe verhalen.
David: Praat met elkaar over wat je ziet op je tijdlijn. Ontdek dat de ander iets totaal anders voorgeschoteld krijgt – en voer dat gesprek offline.
Jullie zijn inmiddels breder gegaan dan één thema. Hoe zien jullie die verbreding?
David: Dialoog is de kern. De methode is toepasbaar op alle polariserende onderwerpen. Wij willen niet vastleggen welke thema’s wel of niet mogen; als er behoefte is aan dialoog, komen wij.
Jullie trainen ook docenten, ambtenaren en bestuurders. Waarom?
Oumaima: Omdat daar de impact het grootst is. Zij zijn vaak een cruciale schakel. En ja, we zijn nog jong, maar we beschouwen onszelf wel als autoriteit op dit gebied. Als iedereen dit al kon, waren wij niet nodig.
David: Ze nodigen ons uit en staan er meestal heel open voor. De behoefte aan dialoog wordt breed gevoeld.
De Brouwer Vertrouwensprijs draait om vertrouwen. Wat verstaan jullie daaronder?
David: Verschillen van opvatting bestonden vroeger ook al. Maar je ziet dat mensen emotioneel steeds verder uit elkaar zijn geraakt. Het vertrouwen in de ander is afgenomen. Dialoog kan die kloof verkleinen, door te laten zien dat de ander vanuit goede intenties denkt, ook als je het oneens bent.
Oumaima: In onze eerste week, na die avond in de ambtswoning van de burgemeester, belden we elkaar dagelijks om ‘common ground’ te vinden. Dat was pure vertrouwensopbouw. Dat is ook wat we anderen meegeven.
Hoe willen jullie het prijzengeld inzetten? Wat zijn jullie plannen voor de komende vijf jaar?
David: We willen onze methode verduurzamen en opschalen. Andere mensen opleiden om volgens de Deel de Duif-methode te werken, zodat we meer aanvragen kunnen honoreren. Daarnaast willen we een lespakket ontwikkelen, zodat scholen zelfstandig met dialoog aan de slag kunnen.

