Voor haar master Religie en Samenleving aan de Universiteit Utrecht schreef Willemieke Heikoop-Vink, winnares van de KHMW Jan Brouwer Scriptieprijs voor Religiewetenschappen en Theologie 2026, een scriptie over het kerkasiel in de Open Hof in Kampen. In november 2024 verleende de kerk onderdak aan een uitgeprocedeerd gezin uit Oezbekistan. In januari 2026 woont het gezin er nog steeds.

 

De Oezbeekse familie Babayants vluchtte ruim elf jaar geleden om veiligheidsredenen naar Nederland. Het gezin verbleef jarenlang in een azc in Emmen, maar kreeg in 2024 alsnog te horen dat het Nederland moest verlaten. Dat besluit viel zwaar, temeer omdat de jongste twee kinderen hier zijn geboren en ook de oudste kinderen volledig in Nederland geworteld zijn. Voor dominee Kasper Jager en wijkgemeente Open Hof was dat reden om het gezin kerkasiel te verlenen. Zolang er in de kerk een viering plaatsvindt – wat betekent dat er dag en nacht minstens één voorganger en twee vrijwilligers aanwezig zijn – kan het gezin niet worden uitgezet. Die vieringen wijken af van reguliere erediensten, maar behouden een liturgische kern: er brandt steeds een kaars die wordt doorgegeven, er wordt gebeden en er klinkt muziek, en de viering wordt doorgaans afgesloten met een zegenbede. De actie brengt vrijwilligers vanuit het hele land samen, zowel mensen die verbonden zijn aan een een kerkgemeenschap als niet-kerkelijke betrokkenen. 

Actieve hoop

Willemieke voelde zich aangesproken door de combinatie van het thema migratie en christelijke betrokkenheid. “Ik wilde heel graag een thesis rondom migratie, en dan een religie-maatschappelijke casus,” vertelt ze. Ze nam contact op met de woordvoerder van de Open Hof en kreeg vrijwel direct toegang. “Ze stonden er heel open in. Ze zijn eigenlijk blij met elke vorm van aandacht.”

Willemieke heeft een bachelor Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie en koos voor haar masterscriptie bewust voor een antropologische aanpak. Ze combineerde interviews en discoursanalyse met participerende observatie. “Tijdens mijn studie Antropologie heb ik de waarde leren zien van dichtbij komen: onderdeel worden van wat er gebeurt.” Ze bezocht de kerk in Kampen meerdere keren en bleef ook een nacht over. “Ik kwam rond één uur ’s nachts en ben tot zeven uur ’s ochtends gebleven.”

Natuurlijk is het feit dat het kerkasiel nu al meer dan een jaar duurt haar ook opgevallen. “Zo’n kerk begint eraan met goede bedoelingen, maar wat als het langer duurt? Kun je dan nog stoppen?” Het zijn volgens Willemieke echter vooral buitenstaanders die deze vraag stellen. Vrijwilligers laten zich er veel minder door leiden. “Veel mensen zien dit gezin en zeggen: dit kan zo niet, ik ga helpen. En zolang we het met elkaar volhouden, gaan we door.”

Helaas gebeurt dat doorgaan zonder concreet perspectief. “Achter de schermen wordt er flink gelobbyd”, weet Willemieke. “Maar ondanks aandacht van diverse politieke partijen bieden uitspraken vanuit de overheid nog weinig hoop.”

Toch ziet ze dat mensen zich voor het gezin blijven inzetten. “Actieve hoop”, noemt ze dat: “Je doet iets omdat niets doen geen optie is.” Die combinatie van onzekerheid en vastberadenheid maakte diepe indruk op haar. “Veel vrijwilligers – vaak oudere mensen – gaan hier dag en nacht mee door, met zoveel positiviteit. Dat vond ik prachtig om te zien. De actie an sich brengt zoveel moois in mensen naar boven.”

Wat je hoopt wat een samenleving is. En wat een kerk is.

In haar discoursanalyse keek Willemieke naar berichtgeving over het kerkasiel in christelijke media. Opvallend vond ze hoe de gemeente haar handelen legitimeert. “Deze kerk zegt duidelijk: het gaat ons niet om politiek. Het gaat om kinderen die hier geworteld zijn en die veiligheid nodig hebben. De kerk wil het niet hebben over links en rechts, maar deze ene casus naar voren brengen.” Toch wekt de actie ook kritiek op. Sommige gelovigen wijzen op het spanningsveld tussen gehoorzaamheid aan de overheid en kerkelijk verzet. Het debat laat zien dat er bredere vragen spelen over de verhouding tussen kerk en rechtsstaat, en over de maatschappelijke rol van kerken.

In haar conclusies benadrukt Willemieke dat religie en politiek in deze casus niet scherp te scheiden zijn. “De actie is per definitie religieus, want zonder kerkgebouw, liturgie en voortdurende viering had het nooit gekund.” Tegelijk heeft het kerkasiel een onmiskenbare politieke uitwerking: de kerk maakt bewust een politiek statement door uitzetting van het gezin Babayants te verhinderen, maar presenteert zich daarbij niet primair als activistische beweging, maar eerder als een kerkelijke gemeenschap die een gezin in nood bescherming biedt. Willemieke: “Je ziet hier een vervaging: ik zie het als zowel religieus als politiek, maar je kunt het niet eenduidig het een of het ander noemen. Een belangrijke kanttekening is bovendien dat sommige betrokkenen het niet als religieus of politiek zien, maar vooral als een menselijke actie. In het kerkasiel wordt een ruimte gecreëerd waarin mensen samen maken wat zij hopen dat de samenleving is – en soms ook wat zij hopen dat de kerk is.”

Op basis van haar observaties en de gesprekken die ze heeft gevoerd, constateert Willemieke dat het kerkasiel zowel een symbolische als een heel concrete vorm van verzet is. “Voor veel mensen is het naast een plek voor de familie, een plek van hoop, verbinding, zachtheid en gastvrijheid. Betrokkenen spreken zelf vaak over de ‘zachte krachten’ van het kerkasiel, en juist die worden gezien als een tegenkracht in een samenleving die voor velen steeds harder aanvoelt.”

Vrijwilligerswerk

Willemieke weet nog niet precies wat ze na haar master wil gaan doen. Voorlopig houdt ze zich bezig met vrijwilligerswerk. Met vluchtelingen. “Ik heb enorm genoten van onderzoek doen, maar ik wil ook echt in het veld staan.” Ze oriënteert zich op werk rond migratie, participatie en beleid, liefst waar onderzoek en praktijk samenkomen. “Ik wil er zijn voor mensen – en kijken hoe je dat kunt combineren met kennis en onderzoek.”