Op 8 oktober is, tijdens de Avond van wetenschap & maatschappij in de Pieterskerk in Leiden, de Irispenning voor Excellente Wetenschapscommunicatie uitgereikt aan de makers van het populaire tv-programma Het Klokhuis.
‘Generaties zijn ermee opgegroeid. Het Klokhuis is een instituut geworden’, aldus Linda Hovius, voorzitter van de KHMW en tevens juryvoorzitter.
De ‘sandwichformule’ – de afwisseling van informatie en sketches – is achtendertig jaar na de start van het kinderprogramma nog steeds dezelfde, maar het programma slaagde erin zich steeds weer te vernieuwen via de website, OverblijfTV, de Klokhuis-podcast en een indrukwekkende online aanwezigheid.
Op een speelse, creatieve, en toegankelijke manier legt Het Klokhuis de meest uiteenlopende onderwerpen uit, van verticale landbouw en veilige dijken tot kantoren en kindermishandeling. Ook complexere wetenschappelijke inhoud over radioactiviteit, enzymen, neurologie en mariene archeologie werd ontsloten voor een breed publiek.
Volgens het juryrapport is Het Klokhuis ‘razend populair, bij kinderen, ouders én kinderlozen’. In deze tijd van bezuinigingen op de publieke omroep wil de jury graag opmerken dat dingen uitleggen, oftewel wetenschapscommunicatie, een kerntaak is van de publieke omroep. Met de toekenning van de Irispenning aan Het Klokhuis bekroont de jury voor het eerst excellente wetenschapscommunicatie die zich vooral op kinderen richt.
De prijs werd door minister van Economische Zaken en Klimaat Heleen Herbert aan het team achter Het Klokhuis uitgereikt . De Irispenning bestaat uit een geldbedrag van tienduizend euro, beschikbaar gesteld door de KHMW, en een penning, vervaardigd door Jennifer Hoes. De prijs wordt mede ondersteund door Universiteiten van Nederland.
De jury van de Irispenning 2026 werd voorgezeten door Linda Hovius (voorzitter KHMW) en bestond verder uit Caspar van den Berg (voorzitter Universiteiten van Nederland), Marc de Beyer (directeur Teylers Museum), Ellen de Bruin (schrijver en redacteur NRC Handelsblad), Jan-Jaap de Haan (directeur Rijksmuseum Boerhaave) en Géke Roelink (directeur NEMO Science Museum).
Foto’s: Roemer Overdiep