Hongersnood wordt vaak gezien als een natuurramp, eerder dan als een vorm van geweld. Maar de humanitaire ramp die zich in Gaza voltrekt, maakt pijnlijk duidelijk dat honger ook vandaag nog als politiek en militair wapen wordt ingezet.
Juist díe manier van kijken onderzocht cultuurwetenschapper Charley Boerman in haar proefschrift Framing Famines: Memory, Museums, and Visual Culture, waarmee zij de KHMW Keetje Hodshon Proefschriftprijs voor de Geesteswetenschappen 2026 won.

Charley Boerman | foto Martin Wieldraaijer

In haar proefschrift onderzoekt Boerman hoe hongersnoden worden herinnerd, verbeeld en politiek ingezet. Ze vergelijkt de culturele herinnering aan drie historische hongersnoden: in Finland (1866–1868), Oekraïne (1932–1933) en Griekenland (1941–1944).
“Tijdens mijn master deed ik al onderzoek naar documentaires over gewelddadige geschiedenissen, vooral over de Holocaust en genocide,” vertelt Boerman. “Hongersnood zag ik toen eigenlijk nog niet als een vorm van historisch geweld. Eerder als een natuurfenomeen.”
Dat veranderde toen zij betrokken raakte bij het onderzoeksproject Heritages of Hunger, waar haar promotieonderzoek deel van uitmaakt. “Daardoor ben ik hongersnood gaan zien als een gewelddadig historisch én hedendaags fenomeen.”
Volgens Boerman laten recente conflicten zien hoe actueel haar onderwerp is. “Rusland bombardeert bewust landbouwvoorzieningen in Oekraïne. In Gaza wordt honger eveneens ingezet als onderdeel van de genocidale geweldspolitiek van Israël. Honger is niet alleen iets uit het verleden.” 

Moeders met kinderen
Voor haar onderzoek maakte Boerman gebruik van uiteenlopende bronnen, zoals films, monumenten, tentoonstellingen, fotografie, interviews en archiefmateriaal. Juist die combinatie maakte het mogelijk om terugkerende patronen zichtbaar te maken.
“Ik was geïnteresseerd in hoe verhalen en beelden van hongersnood zich door verschillende media en door de tijd bewegen,” zegt ze. “Bijvoorbeeld het beeld van een moeder met haar kind: hoe verschijnt dat in een film, hoe in een monument, hoe in een tentoonstelling?”
Dat motief bleek opvallend dominant. Hongersnoden worden vaak verbeeld via vrouwen en kinderen, en het liefst vrouwen mét kinderen. Volgens Boerman zegt dat veel over hoe samenlevingen naar slachtoffers kijken. “Zo’n beeld benadrukt onschuld en kwetsbaarheid, maar maakt slachtoffers ook passief,” zegt ze. “Daardoor verdwijnen andere ervaringen uit beeld. Terwijl vrouwen tijdens hongersnoden juist vaak een heel actieve rol speelden, bijvoorbeeld bij het organiseren van voedsel of het zorgen voor hun familie.”
In haar proefschrift kijkt ze ook naar films waarin vrouwen zich prostitueren om voedsel te krijgen. “Dat is een moeilijk onderwerp, waar vaak een taboe op rust. Maar het laat wel zien voor welke extreme keuzes mensen komen te staan.” 

Geen heroïsche verhalen
Boerman vergelijkt drie zeer verschillende hongersnoden, maar ziet ook duidelijke overeenkomsten. Alle drie vonden plaats onder buitenlandse overheersing: Finland maakte deel uit van het Russische rijk, Griekenland was bezet door de Asmogendheden en Oekraïne maakte deel uit van de Sovjet-Unie.
Toch verschillen de herinneringsculturen sterk. In Oekraïne werd de Holodomor (de hongersnood van 1932–1933) tijdens de Sovjetperiode officieel ontkend. In Finland werd de hongersnood niet ontkend, maar wel de politieke verantwoordelijkheid ervoor. In Griekenland werd de herinnering aan de hongersnood overschaduwd door de Tweede Wereldoorlog en de burgeroorlog die daarop volgde.
Volgens Boerman dringen hongersnoden daardoor vaak pas laat door tot het publieke geheugen. “Hongersnoden passen moeilijk in heroïsche nationale verhalen,” zegt ze. “Het zijn vaak verhalen zonder duidelijke helden.”
Dat maakt ook de vraag naar daderschap ingewikkeld. “Bij hongersnoden zijn de slachtoffers vaak zichtbaar: mensen die uitgemergeld raken of sterven van de honger. Maar de daders zijn moeilijker aan te wijzen, omdat hongersnoden meestal meerdere oorzaken hebben.”
Juist daarom ziet Boerman in films en tentoonstellingen vaak een sterke vereenvoudiging van goed en kwaad. In films over de Holodomor verschijnt bijvoorbeeld geregeld een bijna karikaturale Sovjetfunctionaris als personificatie van het kwaad. “Dat heeft, denk ik, te maken met de behoefte om complexe verantwoordelijkheid toch zichtbaar te maken.” 

Framing
Het begrip ‘framing’ staat centraal in Boermans onderzoek. Dat begrip verwijst volgens haar niet alleen naar beeldvorming, maar ook letterlijk naar kaders en perspectieven.
“Wat ik mooi vind aan het Engelse woord ‘framing’ is dat het zowel verwijst naar beeldvorming als naar een letterlijk frame,” zegt ze. “Het gaat om keuzes: wat laat je zien, wat laat je weg, wie vertelt het verhaal en vanuit welk perspectief kijken we?” Daarbij gaat het niet alleen om films of fotografie, maar ook om de mentale kaders waarmee mensen gebeurtenissen interpreteren. “Wat hebben we nodig om honger als geweld te herkennen?”
De oorlog in Oekraïne beïnvloedde haar onderzoek rechtstreeks. Boerman begon haar promotietraject op 1 februari 2020; vijf weken later volgde de eerste coronalockdown. Later reisde ze naar Canada om onderzoek te doen naar de Oekraïense diaspora. “Precies één dag voordat ik vertrok, op 24 februari 2022, begon de grootschalige Russische invasie van Oekraïne.” Daardoor kwam zij terecht in een gemeenschap die intens meeleefde met de oorlog. “Veel mensen zagen duidelijke parallellen tussen de Holodomor en de huidige oorlog. Daardoor veranderde ook de betekenis van die hongersnood in het heden.”

Herdenken is nooit neutraal
Een belangrijk thema in Boermans proefschrift is de politieke betekenis van herdenken. Volgens haar bestaat neutrale herdenking eigenlijk niet. “Elke vorm van herdenken is een interpretatie van het verleden vanuit hedendaagse behoeften en ideeën over de toekomst,” zegt ze. “Dat betekent niet dat herdenken onecht is, maar wel dat het altijd politiek is.”
Dat ziet ze ook terug in hedendaagse discussies over nationale identiteit. In Oekraïne werd de herinnering aan de Holodomor na de onafhankelijkheid steeds sterker onderdeel van nationale identiteitsvorming. In Griekenland werd de herinnering aan de hongersnood uit de jaren veertig tijdens de economische crisis van 2010-2015 opnieuw ingezet in kritiek op het Duitse en Europese bezuinigingsbeleid.
Tegelijkertijd waarschuwt Boerman voor al te harmonieuze ideeën over collectieve herinnering. In haar onderzoek bespreekt zij ook het concept “kosmopolitische herinnering”, waarin gedeeld menselijk lijden centraal staat. “Ik denk dat zulke vormen van herinnering constructiever kunnen zijn dan heel antagonistische herinneringen,” zegt ze. “Maar ik geloof niet dat er één harmonieus collectief verhaal mogelijk is. Verschillende groepen hebben verschillende herinneringen, en die mogen ook schuren.” 

Hongersnood als geweld herkennen
Naast haar proefschrift werkte Boerman mee aan een online tentoonstelling en een grote digitale database over hongersnoden. Daarin zijn films, monumenten, kunstwerken, recepten, krantenartikelen en ander materiaal samengebracht. “We wilden het makkelijker maken voor studenten en docenten om hongersnoden vergelijkend te bestuderen,” zegt ze. “Bijvoorbeeld door recepten uit de Nederlandse Hongerwinter te vergelijken met voedsel uit Finland, waar mensen brood maakten van boomschors.”
Op dit moment heeft Boerman een tijdelijke onderwijspost aan de Universiteit Utrecht. Daar is ze vanzelfsprekend blij mee, maar in de toekomst hoopt ze ook meer tijd voor onderzoek te krijgen. Ze wil zich verder verdiepen de culturele verbeelding van honger als vorm van geweld en in de vraag hoe herdenken solidariteit tussen groepen kan stimuleren.
De erkenning van de KHMW Keetje Hodshon Proefschriftprijs voor de Geesteswetenschappen geeft haar daarbij moed. “De wetenschap is op dit moment best een harde wereld,” zegt ze. “Zo’n prijs geeft niet alleen zichtbaarheid, maar ook vertrouwen dat mensen het belang van je werk zien.”