Leo Sprincean: “Ik wil het beste maken van de kansen die ik krijg”

English translation

In zijn studentenkamer in Groningen wordt Leo Sprincean elke dag herinnerd aan zijn geboorteland: achter hem aan de muur hangt de vlag van Moldavië. Hij is er geboren en getogen, maar verhuisde naar Nederland omdat zijn oudere broer al in Groningen studeerde. “Dat maakte alles makkelijker voor mijn ouders, en voor ons als familie,” vertelt hij. De keuze voor de Rijksuniversiteit Groningen paste bovendien precies bij zijn academische interesses. Veel Engelstalige scheikundeopleidingen elders richten zich vooral op biochemie of andere specialisaties, maar in Groningen kon hij beginnen met een bredere, meer fundamentele opleiding. “Ik wilde eerst iets algemeens doen en van daaruit verder bouwen.”

Nog vóór hij naar Nederland kwam, had Sprincean zich al internationaal onderscheiden als ­deel­nemer aan de Scheikundeolympiade. Hij vertegenwoordigde Moldavië op drie internationale wetenschapsolympiades: de International Science Junior Olympiad, waar hij een bronzen medaille behaalde, en tweemaal de Internationale Chemieolympiade, waar hij opnieuw brons won en een eervolle vermelding kreeg. Zijn prestaties leverden hem zelfs twee onderscheidingen op van de Moldavische president. “In Oost-Europa worden olympiades gezien als een grote prestatie,” legt hij uit. “Scholen bereiden leerlingen er actief op voor. Het is meer theoretisch gericht, terwijl in Nederland veel meer nadruk ligt op praktische vaardigheden. Beide benaderingen hebben hun sterke punten.”

Een andere vormende ervaring was het Yale Young Global Scholars-programma, waar hij deelnam aan een track over mondiale vraagstukken. Het samenwerken met studenten van over de hele wereld verbreedde zijn blik op wetenschappelijke én maatschappelijke thema’s. Zijn projectgroep onderzocht de problemen waarmee albino kinderen in Tanzania te maken hebben, vooral rond genetische aandoeningen en discriminatie. “Het liet me zien hoe je vraagstukken kunt benaderen die buiten je eigen gemeenschap liggen, en hoe waardevol het is om met mensen met heel verschillende achtergronden te brainstormen.”

In Nederland is Sprincean actief in het bestuur van Jong KNCV, de jongerenafdeling van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging. Hij ziet professionele betrokkenheid als een belangrijke bron van verbinding en ondersteuning. “Het helpt je om kansen te ontdekken, samen te werken en mensen te ontmoeten die dezelfde passie hebben. Het academische leven kan uitdagend zijn. Praten met mensen met soortgelijke ervaringen maakt een groot verschil.”

Voor de toekomst staat hij open voor meerdere richtingen binnen de chemie. Een recent zomerproject op het gebied van spectroscopie wakkerde zijn interesse aan, maar hij wil eerst verschillende deelgebieden verkennen voordat hij een keuze maakt. Wat hem het meest motiveert, is de steun van zijn familie en de kansen die hij heeft gekregen. “Mijn ouders hadden niet dezelfde vrijheid om hun passies te volgen. Ik ben dankbaar voor de kansen die ik krijg, en ik wil er het beste van maken.” Uiteindelijk hoopt hij iets terug te geven – of dat nu is door jonge studenten te begeleiden, bij te dragen aan wetenschappelijke gemeenschappen, of misschien ooit door les te geven. Terugkeren naar Moldavië sluit hij niet uit, maar voor nu wil hij jonge wetenschappers inspireren, waar hij zich ook bevindt.

 

Luna de Koning: Student helpt mee in de thuiszorg

English translation

Luna de Koning wist al vroeg dat ze iets met scheikunde en biologie wilde doen. Beide vakken lagen haar goed, maar de stap naar geneeskunde vond ze te groot. “Ik wil graag mensen helpen, maar ik was bang dat ik me te sterk zou hechten aan patiënten en het emotioneel niet goed zou kunnen loslaten,” legt ze uit. De studie Farmaceutische Wetenschappen aan de Vrije Universiteit bleek de ideale middenweg: inhoudelijk uitdagend én maatschappelijk relevant, maar met iets meer professionele afstand tot de patiënt. “Je helpt mensen nog steeds, maar op een andere, veiligere manier.”

Toch staat ze niet volledig op afstand: naast haar studie werkt ze zeven uur per week in de thuiszorg. Ze komt bij twee relatief jonge cliënten thuis, vrouwen van eind veertig en begin vijftig. De één kampt met ernstige vermoeidheid en kan niet lang staan; de ander heeft chronische rugpijn. Luna helpt met schoonmaken, boodschappen en maaltijden voorbereiden. “Je komt dan wel dichter bij mensen, maar je bent niet degene die de problemen moet oplossen. Die afstand maakt het voor mij juist prettig. En de cliënten zijn heel erg lief.”

Het werk geeft haar bovendien waardevolle inzichten. Ze ziet van dichtbij hoe groot de druk in de thuiszorg is. De organisatie waar zij werkt draait grotendeels op studenten, en nieuwe cliënten moeten soms wachten tot er plek is. “Maar ik ben vooral bezig met mijn eigen twee cliënten; ik zit niet in de planning. Daardoor voel ik minder druk dan vaste medewerkers.”

Voor andere studenten kan thuiszorgwerk volgens Luna heel zinvol zijn. “Als je in de stad woont waar je werkt, is het goed te doen. En het geeft écht voldoening: je draagt direct iets bij.” Wel moet je tegen fysiek werk kunnen en bereid zijn soms moeilijke gesprekken te voeren.

De praktijkervaring helpt haar ook in haar studie, vooral in haar communicatieve vaardigheden. “Dat leer je niet per se binnen Farmaceutische Wetenschappen, maar het is enorm waardevol.”

Over haar toekomstplannen denkt ze nog volop na. Ze overweegt een minor Communicatiewetenschappen, juist omdat ze het belangrijk vindt dat wetenschappelijke kennis goed wordt vertaald naar het brede publiek én beleidsmakers. Daarna wil ze waarschijnlijk de master Drug Discovery Sciences volgen. “Mijn interesses zijn breed, dus ik ben nog aan het uitzoeken wat echt bij me past.”

Volgens Luna heb je als student vooral discipline, nieuwsgierigheid en een goed gevoel voor planning nodig om echt te kunnen floreren in de studie. Zeker wanneer je, zoals zij, college, werk en vrije tijd moet balanceren. Toch lukt het haar meestal om ook nog tijd vrij te maken voor haar grootste hobby: dansen.

Luna de Koning: Student Helps Out in Home Care

Luna de Koning: Student Helps Out in Home Care

Dutch translation

Luna de Koning knew from an early age that she wanted to do something with chemistry and biology. She was good at both subjects, but the step toward studying medicine felt too big. “I really want to help people, but I was afraid I would become too attached to patients and wouldn’t be able to let go emotionally,” she explains. The Pharmaceutical Sciences programme at Vrije Universiteit Amsterdam turned out to be the ideal middle ground: intellectually challenging and socially relevant, but with a bit more professional distance from the patient. “You still help people, but in a different—and safer—way.”

Yet she is not completely at a distance: alongside her studies, she works seven hours a week in home care. She visits two relatively young clients, women in their late forties and early fifties. One struggles with severe fatigue and cannot stand for long; the other lives with chronic back pain. Luna helps with cleaning, grocery shopping and meal preparation. “You do get close to people, but you’re not the one who has to solve their problems. That distance is actually what makes it comfortable for me. And the clients are really lovely.”

The job also provides her with valuable insights. She sees up close how intense the pressure is in home care. The organisation she works for relies largely on students, and new clients sometimes have to wait until a spot becomes available. “But I mainly focus on my own two clients; I’m not involved in the planning. Because of that, I feel less pressure than the permanent staff.”

According to Luna, home-care work can be very meaningful for other students, too. “If you live in the city where you work, it’s really manageable. And it’s genuinely rewarding: you directly contribute to someone’s well-being.” You do need to be able to handle physical work and be prepared to have difficult conversations at times.

The practical experience also helps her in her studies, especially in developing her communication skills. “You don’t necessarily learn that within Pharmaceutical Sciences, but it’s incredibly valuable.”

She is still exploring her future plans. She is considering a minor in Science Communication because she believes it is important that scientific knowledge is communicated clearly to the general public and to policymakers. After that, she will likely pursue the master’s programme in Drug Discovery Sciences. “My interests are broad, so I’m still figuring out what really suits me.”

According to Luna, to truly thrive in the programme you mainly need discipline, curiosity and good planning skills—especially when you have to balance classes, work and free time, as she does. Even so, she usually manages to make time for her greatest passion: dancing.

Domonkos Péntek: “This award motivates me even more”

Domonkos Péntek: “This award motivates me even more”

Nederlandse vertaling

Domonkos Péntek grew up in Hungary, where his interest in engineering emerged early. When he started looking for a university abroad, TU Delft quickly rose to the top of his list. “I was always drawn to engineering,” he says. “When I searched online, Delft consistently appeared among the best universities in the world. I was able to visit the campus, and I was really impressed — so much greenery, and these futuristic buildings and labs. It immediately felt like the right choice.” Being an EU citizen helped make the move realistic: “I didn’t receive a scholarship, but studying here was still affordable.”

Although he has only just completed his first year, Domonkos has already been selected as a Teaching Assistant for the course Dynamics — a remarkable step for a first-year student. “They were looking for students with strong academic results, and I really enjoyed the course,” he explains. “It felt natural to apply. I love helping other students understand difficult concepts. Dynamics fascinates me because it uses a few very basic principles — like superposition and Newton’s laws — to describe the world with surprising accuracy. Using simple ideas to solve very complex problems is incredibly satisfying.”

Domonkos studies Aerospace Engineering, a field many associate with childhood dreams of flight and space. Is it really as exciting as people imagine? “The first year is a bit more theoretical than people might expect,” he says, “but you need that foundation to understand the technical side later on. For me, the dream is still space engineering. I’m very interested in space exploration, and I hope to pursue a career in that direction. Becoming an astronaut would be amazing, of course, but I’m especially drawn to the engineering challenges behind spacecraft design. That’s where I see myself.”

Outside the lecture halls, Domonkos has a completely different passion: music. He started playing music at the age of seven — first flute, then bass guitar when he discovered rock music. “Music has a very deep connection to mathematics,” he says. “The harmonies, the structures — there is a kind of mathematical beauty in it.” Although his studies are demanding, he still tries to play a few times a week with friends. “It helps me stay balanced. If I only focused on studying, burnout would be inevitable. Music clears my mind.”

Receiving the KHMW Young Talent Incentive Award means a lot to him. “It’s wonderful recognition for all the work I’ve put in,” he says. “It motivates me even more.”

Domonkos Péntek: “Deze prijs motiveert me nóg meer”

Domonkos Péntek: “Deze prijs motiveert me nóg meer”

English translation

Domonkos Péntek groeide op in Hongarije, waar zijn interesse voor techniek al vroeg ontstond. Toen hij begon te kijken naar universiteiten in het buitenland, kwam de TU Delft al snel bovenaan zijn lijst terecht. “Online kwam Delft steeds naar voren als een van de beste universiteiten ter wereld”, vertelt hij. “Ik heb de campus kunnen bezoeken en was meteen onder de indruk — zoveel groen, en al die futuristische gebouwen en labs. Het voelde meteen goed.” Dankzij zijn EU-nationaliteit was de stap ook praktisch haalbaar: “Ik had geen beurs, maar studeren hier was toch betaalbaar.”

Hoewel hij pas net zijn eerste jaar heeft afgerond, werd Domonkos al geselecteerd als Teaching Assistant voor het vak Dynamics — bijzonder voor een eerstejaars student. “Ze zochten studenten met goede resultaten, en ik vond het echt een leuk vak,” legt hij uit. “Het voelde heel vanzelfsprekend om te solliciteren. Ik vind het leuk om andere studenten te helpen moeilijke concepten te begrijpen. Dynamica fascineert me omdat het met een paar heel eenvoudige principes — zoals superpositie en de wetten van Newton — de wereld behoorlijk nauwkeurig kan beschrijven. Het is geweldig om met zulke simpele ideeën heel complexe problemen te kunnen oplossen.”

Domonkos studeert Lucht- en Ruimtevaarttechniek, een studie die veel mensen associëren met kinderdromen over vliegen en ruimtevaart. Is het echt zo spannend als mensen denken? “Het eerste jaar is iets theoretischer dan je misschien verwacht,” geeft hij toe, “maar je hebt die basis echt nodig om later het technische werk te begrijpen. Voor mij is de droom nog steeds de ruimtevaart. Ik vind ruimte-exploratie enorm interessant en hoop in die richting een carrière op te bouwen. Astronaut worden zou natuurlijk fantastisch zijn, maar ik voel me vooral aangetrokken tot de technische uitdagingen van het ontwerpen van ruimtevaartuigen. Daar zie ik mezelf.”

Buiten de collegezalen heeft Domonkos een totaal andere passie: muziek. Hij begon ermee op zijn zevende — eerst fluit, later basgitaar toen hij rockmuziek ontdekte. “Muziek heeft een diepe verbinding met wiskunde,” zegt hij. “De harmonieën, de structuren — er schuilt een soort wiskundige schoonheid in.” Ondanks zijn drukke studie probeert hij nog steeds een paar keer per week te spelen met vrienden. “Het helpt me om in balans te blijven. Als ik me alleen op mijn studie zou richten, zou ik snel opgebrand raken. Muziek maakt mijn hoofd leeg.”

De KHMW Jong Talent Aanmoedigingsprijs betekent veel voor hem. “Het is prachtige erkenning voor al het werk dat ik erin heb gestoken,” zegt hij. “Het motiveert me alleen maar meer.”